Voltooid leven

Zeven jaar volgde Els van Wijngaarden de doodswens van 25 ouderen. Die kan zeer veranderlijk zijn, blijkt

Onderzoeker Els van Wijngaarden. Beeld Fenna Jensma
Onderzoeker Els van Wijngaarden.Beeld Fenna Jensma

Alfred stelde zijn doodswens uit, Wieger kreeg juist weer levenszin. Onderzoeker Els van Wijngaarden volgde langdurig een groep ouderen met een doodswens. Haar conclusie: ‘Een punt kan een komma worden’.

Rianne Oosterom

Als zijn kleinzoon niet was verhuisd, had Alfred een einde aan zijn leven gemaakt. Hij had al een datum geprikt, het dodelijke goedje lag in een ladekastje. Hij moest zich, op sommige avonden, inhouden die niet open te rukken. Na de dood van zijn vrouw en met verdere aftakeling in het vooruitzicht, zag hij maar één uitweg.

Toen kwam die simpele vraag van zijn kleinzoon: of hij de elektriciteit in diens nieuwe woning wilde installeren, Alfreds oude beroep. “Het feit dat ik hem beloofde om te helpen, hield me op de been. Op een bepaalde manier blies het mij nieuw leven in”, vertelde hij onderzoeker Els van Wijngaarden.

Een voorstel van D66

In haar onderzoek Still ready to give up life?, maandag gepubliceerd in wetenschappelijk tijdschrift Social Science & Medicine, zoekt Van Wijngaarden naar wat precies de doodswens van ouderen verhardt of verzacht, en waarom die wordt uitgesteld of overboord wordt gegooid.

Dat een doodswens veranderlijk is, was een van de belangrijkste bevindingen van het onderzoek dat Van Wijngaarden vorig jaar samen met collega’s van de Universiteit voor Humanistiek en het UMC Utrecht – in opdracht van het kabinet – publiceerde over voltooid leven in Nederland. Hieruit bleek dat naar schatting 10.000 niet-ernstig zieke 55-plussers hun leven zouden willen beëindigen, zelf of met hulp van een ander.

null Beeld Fenna Jensma
Beeld Fenna Jensma

De aanleiding voor dit onderzoek was de beladen politieke discussie over de wenselijkheid van een voltooid-levenwet. Deze wet, een voorstel van verkiezingswinnaar D66, is een onvermijdelijk onderdeel van de gesprekken aan de formatietafel.

D66 zag de kleine groep die gebruik zou willen maken van de wet als steuntje in de rug. Dan moeten we het dus makkelijker maken, zo werd gedacht. Tegenstanders van de wet zagen in de bevindingen juist het tegendeel bewezen: de doodswens is veranderlijk en dus is er zorg nodig in plaats van hulp bij zelfdoding.

Van Wijngaarden wil maar zeggen: je wordt met dit soort onderzoek al snel voor een karretje gespannen. Zelf wil ze met deze studie laten zien dat dit soort of-of-denken, zoals ze het noemt, voorbij gaat aan de complexiteit van het onderwerp. Dat doet ze door minutieus in te zoomen op de verhalen van 25 ouderen met een doodswens. Van Wijngaarden is deze ouderen blijven volgen nadat ze hen in 2013 voor haar proefschrift, voor het eerst, langdurig interviewde.

In het hospice leefde Gonnie op

Bij zeven van de 25 ouderen verdween de doodswens geheel of gedeeltelijk. Bij sommige ouderen werd de doodswens door de jaren heen sterker. Negen ouderen beëindigden uiteindelijk zelf hun leven, onder wie ook Alfred. Voor de ouderen die uit het leven stapten, was de beslissing altijd ingewikkeld, al ervoeren ze die niettemin als onontkoombaar – als ‘een soort doem die ze over zichzelf moesten afroepen’, schrijft Van Wijngaarden. “Sommige mensen zeiden letterlijk: ‘Ik heb het me nu voorgenomen, nu moet ik het ook doen.”

Neem Gonnie, zij koos een dood waar veel wilskracht voor nodig is. Door te stoppen met eten en drinken, wilde ze het leven uitglijden. Het hoefde van haar niet meer, die stille eenzaamheid. Maar in het hospice vol lieve vrijwilligers, leefde ze op.

Het was alsof ‘een soort euforie’ haar vervulde. Haar verlangen naar de dood verdween, maar tegelijk durfde ze niet meer terug naar de aanleunwoning. Als ze dat wel zou doen, zou het als de dag na een goed feest voelen: leeg en katerig.

Hoe kon ik dood willen?

Een van de ouderen bij wie de doodswens verdween, was Wieger, van wie Van Wijngaarden toen ze in 2013 tegenover hem zat, dacht dat hij écht uit het leven zou stappen. Het verbaasde haar dat ze later een mail kreeg: “De wens om eruit te stappen is helemaal over. (...) Ik denk weleens: hoe heb ik zo raar kunnen denken vroeger?”

Wieger sloot zich aan bij de afdeling thuisadministratie van een vrijwilligerscentrale, die hem aan een takenpakket hielp dat hem precies paste. Dit betekenisvolle werk zorgde voor een verdieping in zijn sociale contacten: hij had iets om over te praten. “We moeten het belang van zinvolle besteding niet onderschatten”, zegt van Wijngaarden.

Maar een wetmatigheid moet dat ook weer niet worden, vindt ze. Ze volgde ook een vrouw die talloze vrijwilligersbaantjes en leuke activiteiten had, maar dit als puur tijdverdrijf zag. Een gevoel van zingeving haalde ze er niet uit. Dat ze al die dingen deed zonder er iets bij te voelen, versterkte haar doodswens juist.

Uiteindelijk is het codewoord verbinding, ontdekte Van Wijngaarden. Als ouderen een hernieuwd gevoel van verbinding ervaren, vermindert hun doodswens. Maar dat betekent niet dat er makkelijke oplossingen bestaan, zegt ze. Dat je met een aanpak voor eenzaamheid de existentiële worsteling van ouderen zo eventjes wegneemt.

Wel betekent het dat het beeld dat veel ouderen hebben: hoe langer ik rondloop met zo’n doodswens, hoe slechter het leven wordt, niet altijd opgaat. “De term voltooid leven suggereert dat er al een punt gezet is, en dat is ongepast. Want je kunt niet met zekerheid zeggen of dat echt zo is, want de mens is veerkrachtig: de punt kan een komma worden.”

Lees ook:

Waarom zien sommige ouderen hun leven als voltooid?

In de serie ‘(On)voltooid leven’ gingen redacteuren Marten van de Wier en Rianne Oosterom langs ouderen die hun leven voltooid achten. Ook zoomen zij in verdiepende verhalen uit naar de prangende vragen in wat het voltooid-leven-debat is gaan heten: want, waarom zijn we naar de overheid gaan kijken voor het levenseinde? En bestaat een autonome keuze eigenlijk wel? Lees de verhalen hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden