Jeugdbescherming

Zeeland gaat de jeugdhulp veranderen, bij Nicky (16) keert de angst terug: ‘Het duurt lang om zo'n band op te bouwen’

Moeder Gemma, haar 16-jarige dochter Nicky (niet hun echte namen) en gezinsmanager Martha de Quillettes. Beeld Arie Kievit
Moeder Gemma, haar 16-jarige dochter Nicky (niet hun echte namen) en gezinsmanager Martha de Quillettes.Beeld Arie Kievit

Alle Zeeuwse gemeenten zeggen per 1 januari het contract op met jeugdbeschermingsorganisatie Intervence, het resultaat van een relatie die al jaren moeizaam is. Het gevolg: 750 kinderen krijgen een gezinsmanager van een andere instelling. Dat maakt bang. ‘Alleen Martha weet wat er speelt.’

Op het moment dat Nicky (16, niet haar echte naam) in 2012 de telefoon pakte en met bibberende handen de nummers één, één en twee intoetste, veranderde haar jonge leventje. Het werd niet direct meer of minder zorgeloos. Daarvoor was er al te veel gebeurd en zou er ook nog te veel gebeuren. Maar de stelselmatige mishandelingen waaraan haar vader het gezin blootstelde, moesten en zouden afgelopen zijn. Deze klappen aan moeder waren de laatste, besloot het achtjarige meisje.

Nicky’s telefoontje naar de alarmcentrale leidde tot een reeks van nieuwe ontwikkelingen: een veroordeling, een gespleten gezin, een vader van wie Nicky vooralsnog weinig moet hebben en bovenal tot een berg aan psychische problemen. En, achteraf misschien wel het enige goede: het leidde tot een – door de kinderrechter opgelegde – ondertoezichtstelling.

Al acht jaar krijgt ze nu begeleiding. Een gezinsmanager van Intervence, een regionale jeugdbeschermingsorganisatie, ontfermt zich over Nicky, haar broertje, haar moeder en de elders wonende vader. “Het gaat nu goed met me, maar ik ben al heel veel therapieën verder”, zegt Nicky verrassend zelfverzekerd. Maar de tranen die al snel op haar wangen komen, verraden het wankele evenwicht. Zodra het gaat over haar vader en de ellende die hij het gezin toebracht, schiet ze vol. Ja, ze heeft hem, onder toezicht, nog een paar keer ontmoet. Vooral uit bescherming van haar broertje, zodat hij er niet alleen voor stond. Twee jaar geleden koos ze voor zichzelf en zette ze, in elk geval voorlopig, een punt achter de bezoeken.

Nicky voert een inwendige strijd om haar leven weer op de rit te krijgen. Paniekaanvallen en suïcidale uitspraken lijken achter de rug. De mbo-opleiding waar ze in september aan begon, is in haar situatie een stap van formaat. Martha de Quillettes maakt het allemaal van dichtbij mee. De ervaren gezinsmanager is bij Intervence verantwoordelijk voor de begeleiding van Nicky, haar broertje en hun ouders.

Het gaat om de meest kwetsbare kinderen

De gevoelens van de kinderen zijn leidend, want de hulp wordt geboden in hun belang. Intervence houdt zich bezig met jeugdbescherming. Het gaat om de meest kwetsbare kinderen, van wie de kinderrechter heeft beslist dat ze onder toezicht moeten worden gesteld.

De Quillettes maakt niet vaak mee dat een traject acht jaar duurt. De situatie is dan ook complex. “Vader vindt dat Nicky bij hem moet komen. Maar dat kan alleen als ze zich veilig voelt. En anders ga ik ertussen staan. Zijn druk moet bij mij komen te liggen, niet bij het kind.” 

Nicky zelf is gelukkig met de samenwerking. “Het gaat nog steeds op en af met me, maar het werkt wel. Martha heeft me begeleid naar de juiste zorg, ze weet wat er speelt en wat goed voor me is. Zij snapt me na al die jaren. Het duurt lang om zo’n band met iemand op te bouwen.”

Aan de overkant van de Westerschelde zit een wethouder die de afgelopen week juist vanwege dit soort voorbeelden de ene na de andere kritische vraag krijgt voorgeschoteld. Jack Werkman is de spreekbuis van de dertien gemeenten die Zeeland telt en die gezamenlijk hun jeugdzorg inkopen. Ze hebben besloten om het contract met Intervence per 1 januari te ­beëindigen, een organisatie die ruim 750 kinderen begeleidt. Dat betekent niet dat de organisatie op die datum meteen ophoudt te bestaan, wel dat de dossiers komend jaar worden overgedragen aan drie andere partijen: het Leger des Heils, de William Schrikker Groep en Briedis Jeugdbescherming.

Niet op een achternamiddag besloten

Werkman zegt de situatie te betreuren, maar wijst op de tekortkomingen van Intervence. “We hebben dit heus niet op een achternamiddag besloten, er zijn al meerdere jaren problemen met de organisatie. Het verloop en ziekteverzuim waren enorm hoog, kinderen kregen daardoor vaak een nieuwe manager toegewezen. Dat draagt niet bij aan goede zorg. We willen juist een stabiele partner, daarom beëindigen we het contract. En ja, het scheelt ook dat de andere drie organisaties kunnen werken tegen onze tarieven. Intervence komt jaarlijks geld tekort.”

De uitleg van de wethouder is de opmaat tot een welles-nietesspelletje. Intervence beweert, mede door een reorganisatie, de afgelopen twee jaar de bedrijfsvoering juist enorm te hebben verbeterd (Werkman: “Dat is te laat”.). De organisatie zou het financieel wel kunnen bolwerken als de gemeenten er niet voor hadden gekozen de preventieve jeugdbescherming bij Intervence weg te halen, waardoor de organisatie alleen nog zware gevallen behandelt. (“Het is landelijk beleid om die preventieve jeugdbescherming niet meer bij gecertificeerde instellingen zoals Intervence af te nemen.”) En de drie landelijk opererende organisaties kunnen in Zeeland nooit zo goed hulp bieden als Intervence dat doet (Werkman: “Dat kunnen ze wel”.).

Gemma met haar armen om Nicky heen.  Beeld Arie Kievit
Gemma met haar armen om Nicky heen.Beeld Arie Kievit

Intervence-bestuurder Sira Kamermans, sinds maart van dit jaar in dienst, is ervan overtuigd dat de ­beslissing van de gemeenten slechts door één factor is ingegeven: geld. “Werkmans voorganger vertelde ons vorig jaar nog dat we zulke grote stappen hadden gezet. De beeldvorming uit het verleden vertroebelt de blik op de huidige situatie. Het voelt alsof we geen kans krijgen om ons werk voort te zetten. Vanwege het geld, ja. Bij zelfstandig voortbestaan komen wij jaarlijks 1,2 miljoen euro tekort. Dat is nog geen ton per gemeente. Ik denk niet dat je in Zeeland een groot financieel probleem oplost door ons op te heffen.” 

Ook de Inspectie Gezondheidszorg is er niet bepaald gerust op

Vele partijen mengen zich in de discussie. De vak­bonden, die zich zorgen ­maken over het personeel. Maar ook de kinderrechters. Zij vragen zich in regionale media af of de hulp aan de kinderen kan worden gewaarborgd en waarschuwen dat die niet zo maar hun gevoelens zullen delen met een nieuwe hulpverlener. En ook de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd is niet bepaald gerust.

In een brief aan minister Sander Dekker (rechtsbescherming) verbaast de Inspectie zich over een ontbrekend plan van aanpak bij de Zeeuwse gemeenten. ‘Dat mag toch wel verwacht worden. Wat zijn de mogelijke positieve en negatieve effecten op de kwaliteit? Wat zijn de gevolgen voor cliënten en medewerkers? De krappe arbeidsmarkt binnen de jeugdhulp is een risico, in het bijzonder in Zeeland. Zorgvuldig handelen richting medewerkers kan ertoe bijdragen dat zij behouden blijven voor dit moeilijke werk.’

Werkman erkent dat er geen uitgekristalliseerd plan ligt. “Wel een houtskoolschets. We houden een overdrachtsperiode van zes tot negen maanden aan, waarin we alles verder uitwerken. Het personeel van Intervence kan bij de andere organisaties solliciteren.”

Of dat massaal zal gebeuren, is de vraag. Er zijn twijfels over de andere organisaties. Soms omdat het juiste gevoel ontbreekt, bijvoorbeeld vanwege de christelijke geloofsovertuiging bij het Leger des Heils, of omdat gezinsmanagers niet met een specialistische doelgroep willen werken. Zo richt de William Schrikker Groep zich voornamelijk op kinderen met een beperking. Van Briedis, als jonge organisatie, zeggen sommige medewerkers geen helder beeld te hebben.

Nicky’s broertje zei meteen: dan ga ik niet meer naar mijn vader

Martha de Quillettes is om een andere reden niet van plan om over te stappen. “Ik doe dit werk nu zeventien jaar. In die tijd heb ik zoveel klappen gehad dat ik de deur achter me dichttrek. De jeugdhulpverlening verandert, geld is belangrijker dan de hulp aan kwetsbare kinderen. Door de veranderingen die we bij Intervence hebben doorgevoerd, werk ik eindelijk weer op de manier zoals ik dat wil. Gewoon bij de mensen thuis, op de bank. Ik geloof niet dat ik dat elders nog ga meemaken.”

Het betekent dat Nicky en haar broertje ergens komend jaar met een ander gezicht te maken krijgen. Een vooruitzicht dat ze niet erg ziet zitten. “Natuurlijk kan ik een band opbouwen met een ander, alleen duurt dat lang. Aangezien de onder toezichtstelling op mijn achttiende ophoudt, heeft het dan weinig zin meer.”

En hoewel haar broertje pas elf is, voelt ook hij zich er slecht bij. Moeder Gemma (niet haar echte naam): “Toen ik hem vertelde dat Martha misschien niet bij ons blijft, zei hij meteen dat hij dan niet meer naar zijn vader gaat. Door de manier waarop zij de bezoekjes regelt, voelt hij zich veilig.”

Intervence is niet de eerste grote instelling in de jeugdzorg die ophoudt te bestaan. De decentralisatie in 2015, toen gemeenten tegen een fikse korting verantwoordelijk werden voor de jeugdzorg, trekt een grote wissel op de organisatie en financiering.

Toch is de situatie rond Intervence anders, zegt directeur Rutger Hageraats van het Nederlands Jeugdinstituut. “Sommige organisaties kwamen de afgelopen jaren in problemen vanwege beleidsmatige keuzes, zoals het afbouwen van een bepaalde vorm van zorg bij grote, residentiële instellingen. Maar de jeugdbescherming blijft in Zeeland gewoon bestaan. Het lijkt erop dat het onderlinge vertrouwen is geschaad. Dat is jammer.”

‘Als het over geld gaat, is vaak al meer aan de hand’

Er speelt meer dan alleen de centen, vermoedt Hageraats. “Als het over geld gaat, is er vaak al meer aan de hand. Rond 2015 bestond de angst dat gemeenten hun geld voor de jeugdzorg aan andere dingen zouden uitgeven. Het tegengestelde is waar. Doordat de vraag naar zorg toeneemt, maken ze vaak zelfs extra geld vrij en doen hun best om het goed te organiseren. Er is naar mijn indruk geen gemeente die het geld voorop zet, ook al is het budget beperkt en moeten er keuzes worden gemaakt.”

Hageraats betreurt het dat in Zeeland uitgerekend een regionale instelling het veld moet ruimen. “Het gaat hier om kinderen en gezinnen bij wie vaak meerdere problemen spelen. Denk aan armoede of de schoolsituatie. De oplossing vraagt een langdurige samenwerking tussen veel partijen. Daarvoor is het belangrijk dat je elkaar kent en kennis hebt van lokale omstandigheden en voorzieningen.”

Wethouder Werkman maakt zich daarover geen zorgen. De drie organisaties die de dossiers van Intervence overnemen, zijn immers al actief in Zeeland. Intervence-directeur Kamermans zegt nog hoop te hebben dat de gemeenten op hun beslissing terugkomen, omdat de gemeentebesturen op 15 december een definitief besluit nemen. Maar ze hoeft nergens op te rekenen, zegt Werkman. “De situatie is helder. We hebben de beslissing genomen, we vervolgen de ingezette weg. Het gaat alleen nog om de afwikkeling.”

‘Dat Nicky nu redelijk stabiel is, kan ik wel van de daken schreeuwen’

Of het zal leiden tot extra spanningen, verslechterde thuissituaties en meer schrijnende verhalen, zoals voorzitter Hans Spigt van branchevereniging Jeugdzorg Nederland de Zeeuwse wethouders voorhoudt? Moeder Gemma vreest van wel. “Wij zijn door diepe dalen gegaan. De kinderen hebben zoveel zorg gehad. Dat Nicky nu redelijk stabiel is, kan ik wel van de daken schreeuwen. Daar hebben we Martha’s hulp hard bij nodig. Nog steeds.”

Mochten ze een andere gezinsmanager krijgen, dan acht De Quillettes de kans groot dat die zal proberen het contact tussen Nicky en haar vader te herstellen. “Dat is altijd het streven. Alleen weet ik hoe Nicky erin staat. Ze is nog volop bezig om de echte Nicky te worden.”

Nicky moet ze er voorlopig niet aan denken. “Hij heeft mij te veel pijn aangedaan. Ik denk niet dat zijn gedrag ooit verandert, hoe vaak ik ook heb aangegeven dat ik het graag zou willen. Het gaat gewoon niet.”

De echte namen van Nicky en Gemma zijn bekend bij de hoofdredactie.

Lees ook:
In Zeeland dreigt het einde van de ‘intensive care’ van de jeugdzorg

De dertien Zeeuwse gemeenten zeggen de samenwerking met Intervence op. Het lukt deze organisatie voor jeugdbescherming niet om tegen de gewenste kosten te werken. Cliënten maken zich zorgen over de overgang naar andere organisaties.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden