null Beeld

ColumnBert Keizer

Zat racisme toen gewoon ‘in de lucht’? Nee. Multatuli schreef anders dan Nescio

Antroposofen worden nogal eens getreiterd met racistische opmerkingen van Rudolf Steiner. Het gaat mij er niet om een ouwe koe uit de sloot te halen, ik leg zo uit waarom ik erover begin. Hier een citaat uit een lezing op 10 augustus 1928, om u een idee te geven:

‘Er kwamen tijden dat de lucht zich meer van het water had gereinigd, waar de klimaatsverhoudingen anders waren geworden, daar paste het achtergeblevene niet meer in. Zulke groepen van mensen, bij wie het bottenstelsel om zo te zeggen uitgestreden was, bleven dan als gedegenereerde mensenrassen achter. Zij konden geen plek meer vinden binnen de verhoudingen van de post-Atlantische tijd; en de laatste overblijfselen daarvan zijn de Amerikaanse indianen.’ Dit degenereren had ook nog andere ‘rassen’ tot gevolg. ‘De laatste overblijfselen van die mensengroepen, bij wie het voedingssysteem verhard is, vormen heden het zwarte ras. En dan zijn er ook mensen, die gedegenereerd zijn omdat hun zenuwenstelsel in een vroeger stadium is verhard en niet lang genoeg zacht bleef, om tot werktuig te kunnen worden van een hoger denkstelsel – daar zijn de Maleisische rassen de laatste overblijfselen van.’ Steiner zelf toefde uiteraard in ‘een hoger denkstelsel’.

Twee jaar eerder, in 1926, reisde J.H.F. Grönloh die wij kennen als de schrijver Nescio, door Brits-Indië als de zakelijk vertegenwoordiger van de Holland Bombay Trading Company. De firmanaam doet me steeds weer denken aan The General Antwerp Feeding Products Association uit Elsschots Kaas. Net als in Nescio’s werk probeert ook in Kaas een kantoorklerk uit zijn baantje te ontsnappen, maar niet in de richting van een goddelijk landschap, maar op zoek naar succes in de handel. Koekebakker noch Laarmans slaagt in zijn poging en beiden vallen roemloos terug in hun gehate uitgangspositie. Maar we dwalen af. Ik wilde wat opmerkingen citeren uit de brieven die Grönloh naar huis schreef uit het toenmalige India. Ik haal deze informatie uit de prachtige biografie van Lineke Frerichs. Grönloh vindt ‘de inlanders’ voornamelijk vies. In Calcutta bezoekt hij het huis van een Raja waarin enkele kamers zijn opengesteld voor het publiek. De schilderijen daar tonen Europese dames die zich, laten we zeggen ‘dienstbaar opstellen’ tegenover de Aziatische man. ‘Ik vond ’t een weerzinwekkende gedachte die bruine vent, die raja, daar wandelend bij gelegenheid tusschen onze blanke zindelijke Aphrodites en Juno’s. Ik had hem toen al graag een schop gegeven. … Mijn afkeer voor inlanders is nu compleet, ik voelde iets door mijn heele lichaam, ik voelde mijzelf vernederd en had er graag een neergeslagen en getrapt, maar ik durfde niet. Iets van datzelfde voel ik in Europa ook als ik een Jood met een Europeesch meisje zie.’

Frerichs schrijft: ‘Dat is wel even schrikken.’ Blijkt ons gevoelige kosmisch openstaande Dichtertje een lullige provinciaal te zijn die Joden minacht? Wat moeten we hiermee? Vinden we Steiner nu minder verwerpelijk, omdat Nescio met vergelijkbaar sop blijkt overgoten?

We dekken dit graag toe met de constatering dat men in die tijd nu eenmaal zo dacht en voelde. Nou, niet iedereen. Schreef Multatuli vijftig jaar eerder ooit op deze toon over de toenmalige bewoners van Indonesië? Grönloh, in een eerdere brief: ‘Vuil zijn de inlanders, griezelig.’

E.M. Forster schreef heel anders over ‘de inlanders’ in The Hill of Devi en natuurlijk in A Passage to India, boeken uit hetzelfde tijdsgewricht. Of nog indrukwekkender, ook uit die jaren, T.E. Lawrence’s Seven Pillars of Wisdom, een onvergetelijk relaas over de toenmalige bevolking van Egypte en wat we nu Saoedi-Arabië noemen.

Nee, het zat niet ‘in de lucht’ zodat je niet kon helpen het in te ademen.

Kunnen we het misschien oplossen door niet zo venijnig te roepen dat Grönloh dus eigenlijk gewoon een racist was maar dat hij dat racistische óók in zich had? En over Steiner, dat die niet alleen een rare kwiebus was, maar óók etc.? Houden we op die manier alle geiten en kolen min of meer intact?

Als tegengif een veel leuker citaat uit een van Grönlohs brieven. Hij ergert zich eigenlijk aan bergen: ‘Vooral hooge bergen kunnen mij er zoo stom uitzien, ze begrijpen zelf wel dat de grond niet rechtop hoort te staan en zijn er verlegen mee.’

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden