Geestelijke gezondheidszorg

Wet van de idealen wordt monster van de paradoxen: waarom de wet voor gedwongen behandelingen niet werkt

Beeld Fadi Nadrous

De Wet verplichte ggz moest gedwongen behandeling voor mensen met ernstige psychische stoornissen beter regelen, maar veroorzaakt in de praktijk vooral frustratie en verwarring. Hoe een idealistische wet een bureaucratisch gedrocht werd.

Het ene moment staat ze boodschappen te doen, het volgende probeert ze wijs te worden uit het onsamenhangende verhaal van een man die zojuist heeft geprobeerd zichzelf te doden. Voor de geneeskundestudent, die haar naam geheim wil houden, is het een bijbaantje. Zo’n twee keer per week heeft ze acht uur lang ‘bereikbaarheidsdienst’: ze hoort de verhalen aan van mensen in een acute psychische crisis, meestal mensen in een psychose, voor wie gedwongen zorg dreigt.

Eerder had ze nog nooit met psychotische mensen gesproken. Het zijn moeizame gesprekken. Meestal krijgt ze geen antwoord op haar vragen. Als ze bijvoorbeeld vraagt wat een patiënt van de gedwongen opname vindt, krijgt ze te horen wat hij heeft gegeten.

Dit artikel beluisteren? Onze collega's van Blendle spraken het voor u in. 

Eigenlijk is dit ‘horen’ de taak van de burgemeester. De nieuwe ‘Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg’, die 1 januari inging, bepaalt dat mensen, voordat ze een gedwongen behandeling opgelegd krijgen, aan de burgemeester hun verhaal moeten kunnen doen. Het is de bedoeling dat die een onafhankelijk oordeel geeft, naast dat van de psychiater, over de noodzaak van een dwangbehandeling. In de praktijk besteden gemeenten deze hoorplicht massaal uit: aan de GGD, aan een ggz-instelling of aan een private partij.

Een van de manieren om bij deze ‘hoorservice’ te belanden: via een uitzendbureau. Zo ook de geneeskundestudent, die blij is met de bijbaan, maar zich afvraagt of het goed besteed zorggeld is. Want ze wil de patiënten helpen, maar in meer dan de helft van de gevallen denkt ze dat het onbegonnen werk is. Vaak is er geen touw aan vast te knopen, soms praat degene aan de andere kant van de lijn überhaupt niet.

Liesbeth Spies, voorzitter van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en burgemeester van Alphen aan den Rijn, is een van de vele burgemeesters die de hoorplicht niet zelf vervult. Zij luistert de gesprekken terug in het hiervoor bedoelde ICT-systeem en geeft op basis daarvan haar oordeel. Volgens Spies voegt de hoorplicht weinig toe; het is ‘een theoretische exercitie’. “Ik heb nog geen situaties gehad waarin het advies van de behandelend arts niet is opgevolgd. Ook van collega’s heb ik dat nog niet gehoord.”

Een nieuwe wet in de geestelijke gezondheidszorg zorgt voor paniek in de klinieken: er moet ineens zorg worden geboden aan mensen die misdrijven hebben begaan. Dat leidt tot onveiligheid, blijkt uit onderzoek van journalistiek platform Investico.

In ggz-instellingen ontstaan ‘structureel onveilige situaties’, omdat de instellingen niet zijn ingericht op patiënten aan wie zij, vanwege een nieuwe wet, zorg moeten verlenen. In een enkel geval heeft dit al geleid tot geweld op een ggz-afdeling, zegt Elnathan Prinsen, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiaters (NVvP).

De Wet verplichte ggz (Wvggz), die 1 januari is ingegaan, regelt gedwongen behandeling voor mensen die door een psychische stoornis een gevaar zijn voor zichzelf of anderen. Het doel van de wet is het aantal gedwongen opnames terug te dringen, aangezien dat in Nederland al jarenlang stijgt. De Wvggz zou ‘zorg op maat’ mogelijk maken.

Mooie idealen

De hoorplicht is tekenend voor de nieuwe Wet verplichte ggz: die staat vol mooie idealen zoals meer zeggenschap voor patiënten en familie, maar leidt in de praktijk tot veel bureaucratie, afvinkgedrag en frustratie.

De zogenaamde WVGGZ verving de Wet bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen (Bopz), die volgens verschillende evaluatiecommissies niet langer voldeed. Er werd almaar méér gedwongen opgenomen in Nederland, terwijl niemand dwang in de zorg wil. Het idee achter de WVGGZ is dat deze ‘zorg op maat’ mogelijk zou maken. Zo zouden patiënten ook verplicht thuis behandeld kunnen worden, in lijn met de trend om meer zorg aan huis te bieden, en zou er alles aan gedaan worden gedwongen behandeling terug te dringen.

Nu de wet een half jaar van kracht is, noemen psychiaters en juristen hem echter ‘onwerkbaar’. Zij zeggen drie tot vier keer zoveel tijd kwijt te zijn per patiënt. In de honderd pagina’s van de WVGGZ zitten ruim dertig schriftelijke plichten voor de ggz: naar de familie, het Openbaar Ministerie, de burgemeester, en in enkele gevallen zelfs de minister van veiligheid. Nog meer brieven gaan er naar de patiënt, diens advocaat en vertrouwenspersoon.

“Over iedere beslissing in de procedure van dwangzorg moeten wij de patiënt schriftelijk informeren”, vertelt Claar Mooij, geneesheer-directeur bij Lentis. “Verschrikkelijke brieven, in zwaar juridisch jargon. Formeel is het in hun eigen belang: zodat ze weten wat er gaat gebeuren en ze een klacht kunnen indienen. Maar veel patiënten worden er heel boos van. Ze voelen zich niet begrepen. Ze lezen ze niet, verscheuren de brieven, trekken ze door de wc, of gooien ze hupsakee door de lucht: ‘Wat moet ik hiermee?’”

Verantwoording

Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico onderzocht het afgelopen half jaar voor Trouw en De Groene Amsterdammer de invoering van de nieuwe Wet verplichte GGZ. Wij lazen Kamerstukken en lobbydocumenten en spraken met ruim vijftig betrokkenen.

Verkeerde verwachting

Psychiaters worden niet alleen wanhopig van alle bureaucratie, ze maken zich ook zorgen over de verkeerde verwachting die de wet zou scheppen: dat de ggz alles zal oplossen. Het gaat hen onder andere om de bepaling dat de strafrechter voortaan aan een verdachte gedwongen behandeling in een ggz-instelling kan opleggen, in plaats van straf. Eerder kon dit ook, maar dan kwamen deze patiënten op forensische afdelingen terecht – niet in de ‘reguliere’ ggz. Bovendien konden voorheen aan zulke behandelingen voorwaarden worden gesteld, omdat de patiënten onder verantwoordelijkheid vielen van justitie: als iemand bijvoorbeeld niet meewerkte aan de behandeling, moest hij alsnog naar de gevangenis. Dat is nu niet meer het geval.

“Voor sommige van deze patiënten kan de reguliere ggz passend zijn, als de psychiatrische klachten bijdragen aan het strafbare gedrag, en je die klachten kunt behandelen”, zegt Elnathan Prinsen, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP). “Maar deze wetsbepaling wordt ook ingezet bij mensen bij wie een gedwongen behandeling niet werkt. Dan zet je boeven op je psychiatrische afdeling, omdat de strafrechter ze niet op straat wil hebben.” Deze patiëntengroep heeft geregeld beveiliging nodig, waarop de reguliere ggz niet is toegerust.

Sommige instellingen proberen deze patiënten daarom te plaatsen in de forensische ggz, waar men gespecialiseerd is in psychische zorg als onderdeel van een straf. Maar de nieuwe wet biedt hier geen toegang toe: ze schrijft enkel voor dat mensen terecht kunnen in reguliere ggz-zorg, die wordt vergoed door zorgverzekeraars. Forensische zorg is veel duurder, en wordt betaald door het ministerie van justitie. “In het begin antwoordden we dus principieel ‘nee’ als ggz-klinieken bij ons aanklopten of ze deze patiënten bij ons mochten plaatsen”, zegt Chefren ten Noever, geneesheer-directeur van forensische instelling Fivoor. “Maar zo zadelden we collega’s op met mensen die bij hen een gevaar opleveren – dat kan niet. Nu zeggen we vaker ‘ja’, maar moeten de ggz-instellingen zelf voor de kosten opdraaien.”

Leuren met patiënten die instellingen niet durven te plaatsen

Ook de officieren van justitie hebben hier last van, erkent Heleen Rutgers, hoofdofficier en landelijk portefeuillehouder Verplichte Zorg. “Het is eigenlijk niet de taak van het OM om de plaatsing te regelen, maar wij lopen vervolgens wel te leuren met patiënten die instellingen niet durven te plaatsen of voor wie ze geen budget hebben. Die mensen moeten toch ergens ondergebracht worden. Het kost ons heel veel tijd.” Om hoeveel mensen het gaat, kan het OM nog niet zeggen. De rechtszaken die via deze bepaling lopen, beginnen ‘net een beetje op gang te komen’.

In de twaalf jaar die het kostte om de WVGGZ te maken, werd deze gaandeweg steeds ingewikkelder. Het begon in 2008, met een ‘bloedsimpel wetsvoorstel’, herinnert Rutger Kips zich. Hij was namens patiëntenbelangenvereniging MIND vanaf het begin betrokken bij de totstandkoming van de wet. “Die combinatie van zo’n helder wetsvoorstel, met zo’n stevige rechtsbescherming voor de patiënten – ik was in één klap enthousiast!”

Maar de belangen van de verschillende partijen die te maken hebben met de wet – patiënten, familie, psychiaters, het Openbaar Ministerie, politie en burgemeesters – botsten. De toch al overbelaste beroepsgroepen wilden er niet meer werk bij krijgen, maar dat is al snel het gevolg als je zowel patiënten als hun naasten serieuzer wilt nemen.

Afkaderen en dichttimmeren

De botsingen werden heviger naarmate het maatschappelijke debat verschoof naar het voorkomen van overlast en gevaar door ‘personen met verward gedrag’. De moord op Els Borst in februari 2014 speelde hierbij een belangrijke rol. De oud-minister van volksgezondheid werd vermoord door een man die in de waan verkeerde dat hij een goddelijke opdracht had.

De commissie Hoekstra concludeerde dat politie, Openbaar Ministerie en de ggz niet voldoende informatie met elkaar hadden gecommuniceerd, waardoor zij de risico’s verkeerd inschatten. Naar aanleiding hiervan kwamen er meer informatieuitwisselingsplichten in de nieuwe wet. Burgemeesters en politie drongen bovendien aan op meer middelen om mensen in de zorg te krijgen.

Terwijl de organisaties die zich bezighouden met de openbare orde vroegen de samenleving te beschermen tegen potentieel gevaar, wilden Kips en andere vertegenwoordigers van patiëntenbelangen meer garanties dat de rechten van mensen met psychische problemen zouden worden beschermd. Zo groeide het bureaucratische monster. De informatie- en verantwoordingsplichten van de ggz richting patiënten namen toe en mensen kregen de mogelijkheid om zelf een ‘plan van aanpak’ te schrijven om gedwongen behandeling te voorkomen.

“Er zitten mooie idealen in de wet”, zegt geneesheer-directeur Geert Uijterwaal van ggz-instelling Mediant. “Maar het lijkt wel of de wetgever het té goed wilde doen: alles helemaal afkaderen en dichttimmeren. Vol goede bedoelingen, maar het werkt averechts.” Het plan van aanpak is hier volgens haar een goed voorbeeld van. “De meeste patiënten zijn helemaal niet in staat zo’n alternatief plan op te stellen. Vaak staat er alleen: ‘Ik ben niet ziek!’ of ‘Ik wil weg!’ Dat voldoet dus never-nooit aan de eisen, maar ondertussen moet ik de procedure om dwangzorg aan te vragen wel uitstellen, omdat ik de gelegenheid moet geven dat plan te schrijven. In de tussentijd verslechtert de toestand van de patiënt.”

Uit een onderzoek bij ggz-instelling Dimence blijkt dat slechts 5 procent van de patiënten een plan van aanpak inlevert. Bert Stavenuiter, directeur van Ypsilon, de vereniging voor mensen met psychosegevoeligheid en hun naasten: “In de praktijk werkt het nu niet, dus moeten we dóórzoeken. Nu lopen mensen trauma’s op doordat alles is opgelegd en ze in niets hebben mogen meesturen.’

Kleine aanpassingen in de wet

Vanwege de luide protesten van met name de psychiaters, zegde staatssecretaris Blokhuis al in februari van dit jaar reparaties van de wet toe, die na het zomerreces worden behandeld in de Tweede Kamer. Het zijn echter kleine aanpassingen, zoals een verruiming van een termijn hier en daar. Voor meer fundamentele wijzigingen zal men moeten wachten tot na de evaluatie begin 2022. 

In de tussentijd vragen geneesheren-directeuren zich af hoe lang ze het nog volhouden. “Een collega-psychiater en een collega-geneesheer-directeur zijn al opgestapt vanwege die wet”, zegt geneesheer-directeur Remco de Winter van GGZ Rivierduinen. “Theoretisch zit die wet echt prachtig in elkaar. Alleen, het is een ding vol paradoxen. Het gaat ervan uit dat de gemiddelde patiënt een IQ van 130 heeft. Maar de meeste mensen snappen er weinig van. Trouwens, ik snap hem zelf ook nog steeds niet helemaal.”

Naam en gegevens van de geneeskundestudent zijn bekend bij de redactie. Omdat ze nog altijd werkt voor de hoorservice en bang is haar baan te verliezen als zij zich er openlijk kritisch over uitlaat, wil zij niet met haar naam in de krant.

Dit onderzoek kwam tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Lees ook:

Nieuwe wet zorgt voor onveiligheid in de geestelijke gezondheidszorg. ‘Zo wordt de ggz een afvoerputje’

De nieuwe wet in de geestelijke gezondheidszorg zorgt voor paniek in de klinieken: er moet ineens zorg worden geboden aan mensen die misdrijven hebben begaan. Dat leidt tot onveiligheid, blijkt uit onderzoek van journalistiek platform Investico.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden