null Beeld

ColumnBert Keizer

Welke traditie behoeden de om de hete brij draaiende bisschoppen eigenlijk?

Bert Keizer

In de Trouw van vorige week vrijdag werden twee bisschoppen keurig door Stijn Fens en Maaike van Houten geroosterd. Ik had met ze te doen. Ik moet hier een aanzienlijke belangenverstrengeling melden: ik kom uit een katholiek gezin. Het kleinsteedse katholicisme waarin ik opgroeide is voor mij grotendeels een dierbare herinnering. Ik ben nooit onheus betast door een priester.

Ik vergeet nooit de dag waarop kapelaan Wedemeijer bij ons thuis kwam vertellen dat ik misdienaar mocht worden. Ik vond het een eer. Ons hele leven draaide om de liturgische kalender van de katholieke kerk. Wat wij ervoeren als de seizoenen werd evenzeer gekleurd door wat er in de kerk gebeurde als door de gebeurtenissen in de natuur. Kerstmis en Pasen waren maar twee kerkelijke feesten in een weldoordachte serie van bijzondere vieringen die het hele jaar omspanden. Priesters waren bovengemiddeld goede mannen die een bijzondere connectie hadden met God zelf. Ik was overtuigd van de heiligheid van een geconsacreerde hostie. Dat er na de communie altijd wat resten van de hostie aan mijn verhemelte bleven kleven, weet ik aan mijn eigen onhandigheid. Ik zou die restjes voor geen geld met een vinger durven los te maken. Een van mijn broers zong een galmend Tantum ergo in bad. Hij kan het nog steeds. In de huiskamer stond een flink Heilig-Hartbeeld waarvoor een klein elektrisch kruisje dag en nacht aangaf dat Jezus altijd in de buurt was.

Als vervelende puber wierp ik het geloof met een sierlijke boog van mij af, daarbij flink geholpen door de soundtrack van de zestiger jaren. Met The Beatles viel misschien nog wel te onderhandelen, maar na The Stones was elke vorm van religie een lachertje. Ik had het geluk dat mijn puberteit precies samenviel met een veel bredere puberteit waarin een hele generatie van alles van zich afschudde: de sixties.

Olympiërs zijn voorgoed opgeborgen in het museum

Ik werd ook de kerk uit geholpen door de paters kruisheren bij wie ik op school zat. De paters wilden ons opvoeden tot een weerbare intellectuele elite die de kerk verder zou dragen in de nu volgende eeuwen. Wij werden gemaand niet naar de mis te gaan omdat dat nu eenmaal moest, maar omdat wij ten diepste doordrongen waren van etc. Nou, dat hoefden ze maar één keer te zeggen.

De Olympische godsdienst overkwam iets vergelijkbaars. De Olympiërs zijn voorgoed in het museum opgeborgen. Hun regime is van zo lang geleden, dat we iemand die nu in alle ernst zegt een os aan Zeus te gaan offeren omdat hij door Athene wordt gedwarsboomd, als onbegrijpelijk of lichtelijk gestoord zouden ervaren. Maar dat oordeel vellen we niet over de hoofdrolspelers in de Ilias. Nee, want die dachten dat het Olympische circus echt bestond.

Een gezellige club met een pijl naar boven

Die gezellige kerk uit de jaren vijftig bleek achteraf ook maar een gewone club te zijn. Ja, maar wel met een pijl die naar boven wijst! Zeker, maar daar is niks. Een club die gewoon in het lullige rijtje kan gaan staan van kostscholen, opvoedingsinstituten, turnverenigingen, zangcompetities, weeshuizen en voetbalclubs, als we het hebben over beschadigende bejegening van weerloze jonge mensen.

En wat die pijl naar boven betreft: al wijst die wel degelijk naar een unieke aanwezigheid, dan wordt het des te lastiger om uit te leggen waarom dat hier op aarde niets, maar dan ook helemaal niets uitmaakt voor het gedrag van de clubleden. Het percentage naarlingen is precies even hoog onder huisschilders, binnenhuisarchitecten, priesters, jeugdleiders, artsen en dominees. Ik maak een uitzondering voor makelaars. Dit percentage blijft even hoog als er een pijl naar boven op het clubshirt staat.

Ik had met die bisschoppen te doen, omdat ze vinden dat ze om deze hete brij heen moeten draaien, onder het hopeloze motto dat ze een oude traditie behoeden. Welke traditie eigenlijk? Ze staan tegenover de vraag of er wel iets is daarboven. Daar kun je je nog wel uit wurmen. Maar dat lukt niet met de vraag: waarom doen jullie zo onbegrijpelijk liefdeloos tegen sommige mensen? Steven Weinberg zei: “Met of zonder religie zullen goede mensen goede dingen doen en slechte mensen slechte dingen, maar religie lukt het om goede mensen slechte dingen te laten doen”. Ik denk dat deze twee goede mannen daar een bedroevende illustratie van leverden.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden