Eetstoornis

Weg met de marsen, chips, gevulde koeken en snoepjes: de eetbuistoornis lijkt goed te behandelen

Linda Vos: ‘Ik had geen eetpatroon, ik had geen idee. Ik wilde gewoon weten waarom ik zoveel at, maar niemand kon antwoord geven.’Beeld Patrick Post

De eetbuistoornis is de onbekendste, maar ook de meest voorkomende eetstoornis. Patiënten lopen er soms al decennia mee rond. Een nieuwe behandelmethode biedt hoop.

Wat Linda Vos zoal eet? Een hele rits marsen, een compleet pak gevulde koeken, wat chocoladecroissants, misschien nog een zak chips, en ongetwijfeld heel veel snoepjes. Ze is dol op snoepgoed, maar eigenlijk maakt de smaak haar niet eens zoveel uit. Vos eet het toch wel op, achter elkaar stouwt ze het naar binnen, tot ze van de misselijkheid niet meer functioneert. Zo gaat het een jaar of 35, minstens één keer per week.

Normaal is het niet, weet Vos (54), leerkracht op een basisschool, al die tijd ook zelf wel. Maar ze kan haar voortdurende eetdrift geen halt toeroepen. Verwoede pogingen om ervan af te komen bij huisartsen en diëtisten bieden geen soelaas. Eigenlijk heeft Vos de hoop op een diagnose al lang en breed opgegeven, als ze in het najaar van 2019 per toeval in contact komt met Novarum, het centrum voor eetstoornissen en obesitas.

De timing kan niet beter. Daar in de praktijk in Amsterdam starten psychologen met een nieuwe digitale behandeling voor de binge eating disorder, oftewel de eetbuistoornis: vrij onbekend, maar met honderdduizenden patiënten alleen al in ­Nederland de grootste eetstoornis die er is. 

Gevoel van falen

Eindelijk vindt Vos een verklaring voor haar continue eetbuien. Iets waar menig patiënt al jaren, zo niet decennia, naar snakt, zegt Bernou Melisse, psycholoog en hoofd van het onderzoeksteam dat de eetbuistoornis behandelt.

De diagnose bestaat pas sinds 2013. Voor die tijd werd alleen onderscheid gemaakt tussen anorexia, boulimia en een restcategorie overige eetstoornissen. Nieuw onderzoek bracht daar verandering in. Volgens onderzoek kampt 2 procent van de Nederlanders met de stoornis, meldt Melisse. Ter vergelijking: bij anorexia is dit 1 procent en bij boulimia 1,5 procent.

“Mensen met een eetstoornis ontlenen hun identiteit vaak aan hun uiterlijk”, zegt Melisse. “Bij boulimia of anorexia braken patiënten bijvoorbeeld om af te vallen. Maar bij de eetbuistoornis is dat niet zo. Ze compenseren hun eetgedrag niet, dragen vaker overtollig vet mee en daardoor ook een gevoel van falen.”

De eetbui is een aanval die patiënten soms overvalt, maar soms ook bewust wordt gepland. Tijdens de lunch op kantoor bijvoorbeeld, zegt Melisse. “Dan eten ze alleen hun broodtrommeltje leeg, maar bedenken ze wel vast wat ze later in de supermarkt gaan kopen.”

En dat is veel, soms onvoorstelbaar veel eten. Pakken koek en zakken chips, terwijl ook de frituurpan overuren maakt. “Voor vier dagen vooruit koken, maar vervolgens toch de hele pan leegeten”, zegt Melisse. “Je moet het zien als met drugs: je wilt zoveel mogelijk hebben, maar je proeft het allang niet meer.” Sommige patiënten rapen zelfs wat restjes uit hun prullenbak, of eten de ingevroren maaltijd nog koud uit de vriezer. De oncontroleerbare drang kan tien minuten duren, maar ook een hele dag.

Onderliggende emotionele oorzaak

Het positieve, zegt Melisse, is dat de stoornis goed te behandelen lijkt. De kersverse twaalf weken durende behandeling is intensief en beknopt. Patiënten leren hun eetmomenten te verspreiden om hun eetlust te controleren. Regelmatig noteren ze thuis hun vorderingen voor de psycholoog, waar ze eens per week mee bellen. Soms hebben eetbuien een onderliggende emotionele oorzaak, zegt Melisse. “Wij helpen patiënten om dan niet naar eten terug te grijpen.”

Alles gebeurt op afstand. Niet vanwege corona, maar omdat het werkt, zegt Melisse. “Patiënten willen zich face to face nog weleens beter voordoen dan dat het echt gaat. En de wachttijden zijn korter; de trajecten gaan sneller op afstand.” 

Het onderzoek is nog bezig; voor een conclusie is het te vroeg. Maar alle zeventig patiënten die tot nu deelnamen, hebben na hun behandeling niet of nauwelijks meer last van eetbuien.

Happen naar adem

 Mensen leren de stoornis zichzelf aan: ze eten te weinig, uit de wens om af te vallen, of missen een eetpatroon en compenseren dat later. “De bloedsuikerspiegel komt onder het minimum uit. Het is als te lang onder water zwemmen. Als je bovenkomt, hap je heel hard naar adem.”

Zo ging het ook bij Linda Vos. Rond haar twintigste wilde ze kilo’s lozen voor haar korfbalcarrière. Ze wist niet hoe en at soms zo weinig, dat ze de schade later dubbel zo hard inhaalde. “Je beseft dat het anders moet, maar het lukt niet.” Op haar zwaarst woog ze 92 kilo.

Huisartsen en diëtisten informeerden naar haar eetpatroon. “Maar ik had geen eetpatroon, ik had geen idee. Ik wilde gewoon weten waarom ik zoveel at, maar niemand kon antwoord geven.”

Na jaren van eetbuien was Vos wat sceptisch over hulp, zeker toen ze hoorde dat de behandeling van Novarum digitaal is. Maar het werkt. Vos volgt sinds het begin van dit jaar het traject en is inmiddels al een tijdje eetbuivrij. Waarom het nu wel lukt? “De behandeling gaat in hele kleine stapjes”, zegt Vos. “Alles wat ik in de jaren daarvoor probeerde, kwam terug, maar nu in het juiste tempo.”

Bang voor een misstap is ze niet. “Misschien dat het wel gebeurt, dat is me ook verteld. Maar ik weet hoe ik de draad kan oppakken. Het vertrouwen in mijn eetpatroon herstelt.”

Lees ook:

Dochter met eetstoornis en vader schrijven over het gevecht met de zwarte en witte wolf

‘Misschien kunnen we beter gaan schrijven’, zei journalist Peter Henk Steenhuis tegen zijn dochter Hille, toen ze de zoveelste keer ruzie kregen. Hille heeft een fikse eetstoornis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden