Essay Arnon Grunberg

We sollen met tbs’ers alsof het Gogols dode zielen zijn

TBS-kliniek de Woenselse Poort in Eindhoven. Beeld ANP

Gogol schreef over een handelaar in dode zielen van lijfeigenen. Doen onze tbs-klinieken iets soortgelijks?

Op 26 mei 1842 verschijnt Gogols roman ‘Dode zielen’, over de ambtenaar Tsjitsjikov, die dode zielen oftewel gestorven lijfeigenen opkoopt van landbezitters om hen te gebruiken als onderpand bij het verkrijgen van leningen. ‘Dode zielen’ is een geestige roman over een oplichter die zijn straf ternauwernood ontloopt. Overigens is het de vraag of Tsjitsjikov meer straf verdient dan de andere personages.

Vanuit hedendaags perspectief lijkt het opkopen van dode zielen een betrekkelijk klein vergrijp vergeleken met het houden van lijf­eigenen, maar vertaler Aai Prins waarschuwt ‘Dode zielen’ niet als maatschappijkritische roman te begrijpen. Zij schrijft dat Gogol ‘een fervent voorstander van de autocratie was’ en dat diens reactionaire ideeën met het verstrijken der jaren extremer werden.

Een tekst, zeker een romantekst, kan ingaan tegen de opvattingen van de auteur. Maatschappijkritisch hoeft Gogol niet te zijn, menskritisch is hij zeker. Hij verwoordt dat op het eind van het eerste deel van ‘Dode zielen’ als volgt: “Niets is zo veranderlijk als een mens; vóór je er erg in hebt is in zijn binnenste al een gruwelijke worm gegroeid die eigenmachtig alle levenssappen opslurpt.”

Niet altijd even gunstig gezind

Er groeit iets in ons dat wij niet helemaal kennen, en dat ons niet altijd even gunstig gezind is. Onze ergste vijand hebben wij altijd bij de hand en als wij ‘ik’ zeggen hebben wij het steeds, dikwijls ongewild, over die vijand. Deze gedachte zou het maatschappelijke en ook politieke beeld van de vijand moeten nuanceren. Vermoedelijk zijn wij zo geobsedeerd door externe vijanden, omdat wij ons geen raad weten met onze interne vijanden.

Gogol zelf heeft de ‘worm’, waarover hij zo inzichtelijk schreef, als geen ander leren kennen; hij was tot de overtuiging gekomen dat alle literatuur, ook die van hemzelf, ‘schadelijk en overbodig was’ – alleen de Bijbel telde.

Wie is Tsjitsjikov precies, deze opkoper van dode zielen, over wie Gogol met zoveel sardonisch genoegen schreef, vóór hij zijn eigen literatuur zou afzweren? Over Tsjitsjikov merkt ­Gogol op dat hij ‘de meest welvoeglijke mens was’ die ooit op deze aarde heeft geleefd. Deze Tsjitsjikov, zoveel mag duidelijk zijn, is intelligent genoeg om andermans ijdelheden en kwetsbaarheden te doorzien, hij begrijpt het sociale spel dat gespeeld wordt.

De nadruk die ik hier in navolging van Gogol op het sociale spel leg, betekent niet dat ik stel dat het echte en het authentieke niet bestaan, misschien valt dat authentieke het meest ­samen met de eerdergenoemde worm die in ons groeit en onze levenssappen opslurpt, wat een andere manier is om te zeggen dat het moeilijk is vast te stellen wanneer iemand zijn ware gezicht laat zien.

Tentakels om de vermeende dader

Is de wandaad bijvoorbeeld altijd het ware gezicht van de mens die die wandaad begaat? Dat is een kwestie die mij al jaren fascineert én beangstigt. De wandaad hoeft niet eens echt begaan te zijn om toch als een octopus zijn tentakels om de vermeende dader te slaan en hem te reduceren tot een nooit begane misstap. Wij zijn zo gewend geraakt aan dit mechanisme dat wij niet eens meer naar Kafka verwijzen om duidelijk te maken waar we het over hebben. Sterker nog, wij leven in een post-Kafka wereld, niemand wordt meer valselijk beschuldigd, dat is de geniepige consequentie van de kreet believe the victims, geloof de slachtoffers.

Wie was de moordenaar vóór hij moordenaar werd? Wie was Tsjitsjikov vóór hij oplichter werd? Dat is een vraag die Gogol godzijdank onbeantwoord laat.

Gedrag verklaren, hebben wij lang gedacht, impliceert ook de mogelijkheid het te veranderen én te voorspellen. Als wij weten waarom X bepaald gedrag vertoont kunnen wij dat gedrag voorkomen, maar we kunnen allicht tevens weten wie vatbaar zijn om dergelijk gedrag ook te vertonen. Daarmee stuiten we op de morele grenzen van de statistiek. Als bijvoorbeeld tachtig procent van de veteranen die gevechtshandelingen hebben meegemaakt een posttraumatische stoornis heeft, betekent dat ook dat twintig procent geen last heeft van dergelijke stoornissen.

De kans van het voorspellen

We gaan, wil ik maar zeggen, geen mensen opsluiten omdat ze grotere kans hebben bepaalde wandaden te begaan dan andere mensen, of vergis ik me? Ik vergis me.

In de forensische psychiatrie is het voorspellen van gedrag onvermijdelijk. Het lijkt me een van de basistaken van die tak van psychiatrie. Goed, andere takken van psychiatrie doen ook aan de kunst van het voorspellen, maar in de forensische psychiatrie gaan deze voorspellingen over leven en dood, niet alleen van de patiënt, ook van mogelijke slachtoffers. Alleen al dat maakt de voorspellingen zo heikel, er staat veel op het spel.

Het is daarom dat spreken over forensische psychiatrie zonder na te denken over de maatschappelijke onrust, die die psychiatrie regelmatig veroorzaakt, ridicuul is, temeer daar de maatschappij meer en meer lijkt samen te vallen met de onrust die zij met zich meebrengt.

Tsjitsjikov ontloopt zijn straf in de juridische zin van dat woord, maar je hoeft niet bijzonder religieus te zijn om in zijn noodlot een soort straf te herkennen, we hebben nu eenmaal de neiging het noodlot persoonlijk te nemen. Op het eind van het eerste deel van ‘Dode zielen’ mijmert Tsjitsjikov: “Waarom ik nou? Waarom heb ik deze ellende over me heen gekregen? Iedereen verrijkt zich. Ik heb niemand ongelukkig gemaakt: ik heb geen weduwe beroofd, niemand aan de bedelstaf gebracht, ik heb gebruikgemaakt van de overdaad en mijn deel gepakt.”

Beeld ANP

Om zich vervolgens af te vragen als een Russische Job: “Waarom gaat het anderen dan voor de wind, en moet ik als een worm creperen?”

Een belangrijke aanname van de Verlichting is dat mens en wereld uiteindelijk kenbaar kunnen zijn en dat de duisternis, dat wil zeggen de onwetendheid, overwonnen kan worden door mens en wereld in kaart te brengen. Dat is zeker meer dan een illusie, en duisternis en onwetendheid vallen doorgaans samen, al moet niet al te snel worden geconcludeerd dat kennis per definitie geen duisternis meer kan zijn.

De filosoof Adorno heeft gewezen op de perverse neveneffecten van die Verlichting, maar ook Foucault wordt niet moe de duisternis in de wereld van het licht aan te wijzen. Zo schrijft hij in ‘De geboorte van de gevangenis, discipline, toezicht en straf’: “Het ideaal van het hedendaagse strafsysteem is de onbegrensde discipline: een procedure die permanent de afwijking meet aan een absolute norm, en die tegelijkertijd asymptotisch beweegt naar deze onbereikbare norm.”

Lijfeigenen van de overheid

Dat meten van de afwijking, van allerlei soorten afwijkingen, is diep in de maatschappij doorgedrongen, het lijkt een van de belangrijkste kenmerken ervan te zijn geworden. Dat meten is zeker niet voorbehouden aan psychiatrische instellingen en tbs-klinieken.

Toen ik onlangs een tbs-kliniek bezocht, zei een medewerker dat ze een private instelling waren maar toch een beetje van de overheid, want de overheid was de enige ‘leverancier’ van bewoners. Het woord ‘leverancier’ viel alsof bewoner en melk op soortgelijke wijze kunnen worden aangeleverd. Is het kopen van dode of net iets minder dode zielen iets wezenlijk anders dan ze verkopen, dat wil zeggen dan die zielen leveren? De lijfeigenen mogen niet meer bestaan, althans niet meer in dit deel van de wereld, maar wij kunnen stellen dat gevangenen en zeker bewoners van een tbs-kliniek lijfeigenen zijn van de overheid.

De oplichterij bestaat niet zozeer uit het verkrijgen van leningen met als onderpand de dode zielen, als wel uit de pretentie dat deze zielen onder deskundige begeleiding verleid kunnen worden niet langer of zo min mogelijk af te wijken van de norm. Tot de verleidingspogingen als mislukt worden beschouwd, dan komen de bewoners terecht in de longstay, wat een ander woord is voor een zone tussen leven en dood waar de zielen als schimmen rond moeten waren.

Giftige gassen die niet mogen ontsnappen

Natuurlijk ben ik niet vergeten dat de tbs’ers wandaden hebben begaan, al ben ik ook niet vergeten dat ze voor die wandaden zijn gestraft en dat ze nu zijn opgesloten omdat deskundigen menen dat de kans groot is dat ze in herhaling zullen vallen.

De medewerker van de tbs-kliniek die ik recentelijk bezocht, relativeerde de kleine kans op vergissingen met de woorden: “Bij Shell ontsnapt ook weleens een giftig gas.” Wat goed weergeeft hoe de gevangenen, die ‘bewoners’ moeten worden genoemd, werkelijk worden gezien: als giftige gassen die niet mogen ontsnappen. 

Anekdotisch bewijs op grond van bezoeken aan twee verschillende tbs-klinieken doet me geloven dat mensen met verstandelijke beperkingen en een laag IQ zijn oververtegenwoordigd onder tbs’ers. Hun misstap, doorgaans een reeks van misstappen, hun onvermogen de deskundigen te overtuigen van het feit dat zij zich in de toekomst aan de spelregels zullen houden, komt ten dele ook door het ontbreken van wat zelden een privilege wordt genoemd, maar wat het wel is: emotionele en sociale intelligentie. In het afvoerputje van de maatschappij, de tbs-kliniek, wonen onder­gepriviligeerde halfdode zielen.

Tbs’ers die om levensbeëindiging vragen

Vinden wij de doodstraf immoreel of is de weerzin tegen die straf een vorm van smetvrees waardoor in Nederland een groep ongelukkigen, genaamd bewoners, moet wachten op de dood of een ernstige ziekte vóór de artsen van de levenseindekliniek een positief oordeel kunnen vellen en levensbeëindiging toestaan?

Is het niet merkwaardig dat de samenleving serieus nadenkt over de mogelijkheid dat burgers die hun leven als voltooid beschouwen dat mogen beëindigen, zelfs zonder ernstige ziekte, terwijl uitzichtloos verblijf in een tbs-kliniek, dat wil zeggen verblijf zonder gerede kans ooit weer naar buiten te kunnen, geen reden is aan levensbeëindiging te doen?

De tbs-kliniek is de plek waar de straf het leven is en het is begrijpelijk dat onze Tsjitsjikov, de overheid, enorm nerveus wordt van tbs’ers die om levensbeëindiging vragen. De halfdode zielen die hun ter beschikking zijn gesteld moeten blijven leven, of mag ik zeggen, vegeteren.

Dit is geen pleidooi voor de doodstraf, maar zoals er in de Verlichting duisternis zit, zo zit er in ons reëel bestaande humanisme iets in­humaans waarvoor wij graag onze ogen sluiten. En ik besef ook dat de longstay niet de enige soort tbs-kliniek is, gemiddeld verblijven bewoners ongeveer tien jaar in tbs-klinieken; tbs-behandeling komt ná de gevangenis en tbs-behandeling schijnt de kans op recidive te verlagen.

Maar laten we niet vergeten dat ook tientallen tbs’ers zijn ‘uitbehandeld’, zij hebben geen reëel uitzicht vrij te komen. De vraag is relevant of ons zogenaamde humanisme niet doordrongen is van datgene waarvan Foucault alle menswetenschappen beschuldigt: “De kwaadaardige en benepen grondigheid van de discipline en haar onderzoekingen.”

Zo vreemd als varkens, misschien vreemder

In onze maatschappij is compassie met hen die gebrandmerkt zijn als monster een relikwie uit het al te softe verleden, met harde hand moet de burger gevrijwaard worden van het monster, zelfs als dat betekent dat we het niet zo nauw nemen met de vrijheden van hen die als monster zijn gebrandmerkt.

Dat komt doordat wij menen niets of vrijwel niets gemeen te hebben met hen die in het afvoerputje van de samenleving terechtkomen. Zij zijn voor ons net zo vreemd als de varkens in een varkensboerderij, misschien vreemder, want de varkens hebben betrekkelijk veel mensen die namens hen spreken.

In ‘Dode zielen’ schrijft Gogol: “Ontelbaar als het zeezand zijn de menselijke hartstochten, geen van alle lijken ze op elkaar, en allemaal, zowel de banale als de prachtige, allemaal onderwerpen ze zich aanvankelijk aan de mens en groeien later pas uit tot hun verschrikkelijke meesters.”

Dat de prachtigste hartstocht onze verschrikkelijke meester kan worden, zouden wij vooral daar moeten beseffen waar de overheid en haar hulpverleners de burger vermaalt in naam van het goede, waar de maatschappelijke onrust de mens vermaalt in naam van de heilige verontwaardiging. 

Lees ook: 

De een gaat compleet door het lint, de ander kan zijn woede controleren. Hoe kan dat?

Iedereen wordt af en toe boos. Maar de een weet zijn woede te beteugelen en de ander gaat helemaal door het lint. Dat verschil is een raadsel.

Ex-tbs’er gaat minder vaak in de fout doordat de burgemeester oplet

Het lukt de Nederlandse samenleving steeds beter om voormalige tbs’ers van misdaden af te houden. Het aantal misdrijven dat ex-tbs’er pleegt, daalt gestaag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden