Monique van Loon: ‘Het maakte niet uit of ik zin had om dit boek te schrijven, er moest een boek komen’.

InterviewMonique van Loon

Wat kanker met je relatie en seksleven doet? Monique van Loon (31) vertelt

Monique van Loon: ‘Het maakte niet uit of ik zin had om dit boek te schrijven, er moest een boek komen’.Beeld Maartje Geels

Wat doe je als je verliefd wordt terwijl je net weet dat je kanker hebt? Monique van Loon (31) schreef het boek ‘Je bent jong en je krijgt wat’ over de periode dat ze baarmoederhalskanker had.

Het is najaar 2017 als Monique van Loon in haar ziekenhuisbed gestaag een buis Pringles leegeet. Ze heeft net haar vriend uitgezwaaid in de parkeergarage, morgen is de dag van de grote operatie. De Pringles knarsen tussen haar tanden. Wat zou het treurig zijn, denkt ze smalend, als de krantekop morgen luidt: ‘Culinair schrijver Monique van Loon at chips als laatste avondmaal’.

Gelukkig wordt ze de volgende dag wakker in de uitslaapkamer. Zonder baarmoeder en met op zes plekken hechtingen op haar buik. Ze voelt zich apestoned, maar ze leeft. Haar vriend, haar vader en zijn vrouw zitten aan haar bed, op het tafeltje een bos van haar lievelingsbloemen. Ze zal later horen dat de baarmoederhalskanker die de artsen in juli van datzelfde jaar bij haar aantroffen, is verdwenen.

Van Loon, nu 31, schreef een openhartig boek over wat ze meemaakte: ‘Je bent jong en je krijgt wat’. Ze vertelt daarin niet alleen over haar ziekteverloop, maar ook over het effect van kanker op haar relaties en manier van leven. Van bloedend op de wc zitten tijdens een feestje van werk, tot hoe kanker je seksleven verandert en vriendschappen verdiept of juist om zeep helpt.

Daarmee past haar boek in de bredere aandacht die er de laatste jaren is voor de sociale aspecten van kanker bij jonge mensen tot 35 jaar oud. Van Loon: “In deze fase ziek worden is even erg als in andere fases, maar er komt meer bij kijken. Rond je dertigste sta je op een kruispunt: blijf je in de stad wonen of verhuis je erbuiten, ga je samenwonen en settelen, aan kinderen beginnen, ga je veranderen van werk?”

Momenteel werkt Van Loon als culinair journalist voor diverse opdrachtgevers, en heeft ze een eigen column in Het Parool. Ze werd al jong bekend nadat ze op haar veertiende een meidenwebsite begon, die uitgroeide tot het populaire Girlscene. Op het moment dat ze kanker kreeg, werkte ze zo’n zestig, zeventig uur per week voor het onlinemagazine Culy, dat ze zelf bedacht en opzette.

Waarom doet u als digital native uw verhaal in een papieren boek?

“Ik had het niet zelf bedacht, echt niet. Een redacteur van uitgeverij Nieuw Amsterdam benaderde mij met de boodschap dat er nog geen enkel boek was over baarmoederhalskanker, of ik dat wilde schrijven. Ik dacht: ben ik nu degene die dit moet doen? Ik had net nee gezegd tegen de uitgeverij, toen een vriendin mij opbelde. Ze zei: ‘Ik heb eigenlijk al een paar maanden dezelfde klachten als jij ooit had, bloedingen en zo, wat zal ik doen?’ Ze was 36, had al een kindje. ‘Wat zeiden je laatste uitstrijkjes?’, vroeg ik. Tijdens de eerste was ze zwanger, en had ze ze later niet gedaan. De tweede oproep had ze in een la gestopt. ‘Wat zegt je huisarts?’, vroeg ik. Was ze ook nog niet geweest. 

“Ik ben toen heel streng geweest. Ik ben heel blij dat ze mij belde want het bleek baarmoederhalskanker te zijn. Ze heeft een operatie gehad, net als ik, en ook nog chemo en bestraling. Nu is ze kankervrij, maar als ze had gewacht, was ze er waarschijnlijk aan overleden.

“Ik dacht: dit is een intelligente vrouw die veel met haar lichaam bezig is, en zelfs zij trekt zo laat aan de bel. Dan wil ik niet nadenken over de groep vrouwen die sowieso alle post in een la duwt. Toen wist ik: het maakt niet uit of ik zin heb om dit boek te schrijven, er moet een boek komen.”

Beeld Maartje Geels

Uw boek gaat niet alleen over de ziekte zelf, maar juist ook over alle sociale aspecten van kanker. Zo werd u heel erg verliefd op een collega, toen u net wist dat u kanker had. Ingewikkeld, lijkt mij.

“Het was vooral heel fijn. Bart belde mij op om iets te overleggen voor werk, en hij wist als een van de weinigen nog niet dat ik ziek was. We botsen op het werk zo nu en dan. Toen ik het hem vertelde, zei hij: ik ga je vanaf nu iedere dag appen. Dat heeft hij gedaan. En het werd steeds gezelliger. Het was voor mij heel fijn om mij in zo’n heftige tijd gewoon vrouwelijk, gewild en sexy te voelen.

“Dat ik kanker had, bracht ons contact wel in een stroomversnelling. Ik weet nog heel goed dat hij met mij meeging naar het ziekenhuis – we waren anderhalve maand aan het daten – en dat ik vroeg: hoe serieus ben je? Vond ik niet sexy, normaal doe je dat niet als je zo kort met elkaar omgaat, maar nu dacht ik: ik kan het nu niet aan als hij zo weer vertrekt, of als hij nog met een andere chick aan het daten is. 

“Gelukkig was hij serieus. Voor de operatie waarbij mijn baarmoeder werd verwijderd hebben we samen allemaal leuke dingen gedaan, we hadden seks, gingen lekker eten, logeerden in Maastricht en Rotterdam – we vierden het leven. Bij hem hoefde het niet de hele tijd over kanker te gaan. Hij was the right man at the right time.”

U schrijft bewust ook over de sociale ongemakken tijdens uw ziekte: over de moeizame relatie met uw moeder, over een vriendin die het liet afweten.

“Ja, ik ben geen sprookjesschrijver. Ik ga niet schrijven: ‘Al mijn vriendinnen stonden aan mijn bed! Iedereen was fantastisch!’, want zo was het niet. Ik hoor dat ook van andere mensen die ziek zijn geweest. Die zeggen: ik had ook zo’n vriendin die niets van zich liet horen. Of zo’n persoon die echt alleen maar over zichzelf praatte. Ik heb het opgeschreven omdat het nu eenmaal een thema is.

“Ik weet dat het voor vrienden en familie vaak lastig is om aan te voelen waar iemand die ziek is behoefte aan heeft. Sterker nog, ik weet niet of ik het beter zou doen dan de mensen om mij heen. Ik hoop daarom dat mensen ook zien dat ik vooral mijzelf niet spaar in mijn boek. Ik laat zien dat ik echt een kutwijf ben tegenover sommige mensen, dat ik op een excessieve manier alles deel over mijn ziekte met de mensen om mij heen. Ik kan geen verhaal vertellen over hoe ik zelf was, met alle lelijke kanten, en iedereen om mij heen Barbies en Kens maken. Andersom kon ook niet, dus moest alles erin.”

Uit eerder onderzoek naar de gevolgen van kanker bij jonge mensen blijkt dat voor een op de drie patiënten twee jaar na de diagnose een sociaal isolement dreigt. Herkent u dat?

“Eigenlijk eindigde het boek bij de eerste goede controle na de operatie. Maar mijn uitgever zei: dat laatste hoofdstuk is het niet helemaal. Dus ik schaven, tot ik besefte: het verhaal is helemaal niet af. Nu stop ik op het holadiee-moment, maar daar stopte het verhaal niet. Want vanaf dat moment dat de vlag uit had gemoeten, trok ik mij steeds meer terug.

“Ik was net gestopt met mijn werk bij Culy en was moeier en verdrietiger dan toen ik ziek was. Ik had opgezwollen bovenbenen en zenuwpijn, en moest daar antidepressiva tegen slikken waar ik heel slecht op reageerde. Ik schrijf – en ik vind het wel spannend wat mensen daarvan zullen denken, maar het was echt zo – dat ik in mijn donkerste nacht bijna zou willen dat ik nog ziek was.

“Sociaal isolement vind ik een heftig woord, maar het ging in het jaar na de operatie slecht met mij. Ik heb in die tijd vooral iets over mijzelf geleerd: omdat ik mij zo luchtig opstelde – ik red het wel, bekommer je niet om mij, ik heb mijn haar nog en blablabla – deden mensen ook luchtig terug. Ik ben met die houding door het proces heen gemarcheerd, waardoor de mentale klap groter was.”

Uw lichaam was ook anders nadien. U had last van kwalen en uw baarmoeder was eruit. Hoe heeft u dat ervaren?

“Ik heb geen kinderwens, en daarom was het voor mij niet zo heftig om mijn baarmoeder te verliezen. Wat ik wel heel moeilijk vond, is dat er nu voor mij is besloten dat ik geen kinderen krijg. Ik had dat zelf willen beslissen. Ik vond het ook moeilijk dat ik na de operatie niet alles meer kan wat ik daarvoor kon. Als ik op stap ga, kan ik geen hakken aan, door het vocht in mijn benen. Ben ik op een feestje, staat zelfs een zeventigjarige nog, moet ík na een half uur gaan zitten. En bij de seks moet iemand niet z’n hand in mijn lies leggen, want dat gaat niet goed.”

Beeld Maartje Geels

Wat voor invloed had de baarmoederhals­kanker op uw seksleven? 

“Ik dacht steeds: als die artsen mijn libido maar laten zitten. Ik zal niet roomser dan de paus zijn: seks is gewoon heel belangrijk voor mij. Na de operatie mocht ik zes weken niet vrijen. Na precies na zes weken gingen Bart en ik uit eten. Ik had wat drankjes gedaan en durfde het, eenmaal thuis, weer aan, hoewel ik doodsbang was.

“Ik dacht: het gaat stuk daar beneden, ik krijg straks enorme bloedingen. Het ging gelukkig gewoon goed en rustig. We hadden het er een beetje over maar niet te veel om de sfeer niet te verpesten. Maar de eerste twintig, dertig keer bleef ik bang dat er iets kapot zou gaan. Heel geleidelijk kon ik die angst loslaten, en werd het weer als vanouds.”

Bent u nog dingen anders gaan doen in uw ­leven, na de kanker?

“De mensen om mij heen vinden mij evenwichtiger. Ik ben nog steeds druk en enthousiast, maar ik sta meer stil bij de dingen, ik geniet meer – ik ben wat dat betreft een wandelend kankercliché. Ik zei altijd overal ja op, vloog overal heen en werkte non-stop. Nu werk ik minder en ben ik veel gelukkiger. Ik heb veel meer vertrouwen in mijzelf, want ik heb kanker overleefd, dat relativeert. Ik kon echt een bange poeperd zijn. Ik ben net verhuisd, want Bart en ik zijn uit elkaar. Vroeger zou ik denken bij zo’n verhuizing: oh help ik kan dat allemaal niet, nou vanmorgen heb ik een Ikea-kast in elkaar gezet in m’n eentje en het is gewoon gelukt.”

U schrijft al jaren over eten, en in dit boek komt het ook soms terug. Wat voor rol speelde eten tijdens uw ziekteproces?

“Nou, ik kon op veel momenten helaas heel weinig eten! Zoals in het ziekenhuis: Pringles voor de operatie, een cracker erna: vreselijk! Ik zou zó een petitie voor beter ziekenhuiseten beginnen.

“Voor mij staat lekker eten symbool voor ­levenslust. Als ik lekker kook en overal heen fiets voor spulletjes, dan weet ik dat ik in a good place ben. Het is een graadmeter voor hoe goed het met mij gaat. Ik weet nog goed dat ik een paar dagen na de operatie in het ziekenhuisbed lag, en aan de mevrouw van de catering vroeg: mag ik vanmorgen een omeletje met doperwten? Het ging niet om die omelet, nee, ik had weer zin in het leven!”

Monique van Loon
Je bent jong en je krijgt wat
Uitg. Nieuw Amsterdam,
256 pag., € 20,99.

Lees ook: 
Het grote, zwarte gat na de kanker

Voor een op de drie jonge kankerpatiënten dreigt een jaar na genezing sociaal isolement, blijkt uit onderzoek. Sophia Sleeman: ‘Ik had absoluut geen zin meer om te praten over drank en oppervlakkige dingen’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden