Beddendruk

Wat betekent het voor de zorg als corona een blijvertje blijkt? De toekomst van de ic in vijf scenario’s

null Beeld Ilse van Kraaij
Beeld Ilse van Kraaij

Coronapatiënten zijn blijvertjes op de ic, denken ziekenhuizen. De hamvraag: hoe dan, op al die overbelaste afdelingen? Vijf wilde en minder wilde scenario’s.

Hoe zuur is de nasmaak van de borrelhapjes die het intensivecarepersoneel van het Erasmusziekenhuis in juli nuttigde op een het-is-bijna-voorbijfeestje. Terug naar normaal leek even realistisch. Maar de deltavariant van het coronavirus gooit roet in het eten, zegt Diederik Gommers, de ic-baas van dat Rotterdamse ziekenhuis, nu.

Het optimisme is ook in de rest van ziekenhuisland verdampt. Ziekenhuisbazen en ic-hoofden verwachten dat de stroom aan coronapatiënten blijft bestaan, met in het najaar misschien wel weer een piek. Ongeveer 85 procent van de Nederlanders is gevaccineerd, maar de deltavariant breekt daar heel soms doorheen en verspreidt zich vooral onder de kleine 2 miljoen ongevaccineerde volwassenen. Bovendien kunnen er nieuwe varianten van het virus in omloop komen. Het gevolg: het aantal coronapatiënten in de ziekenhuizen blijft hoog.

Volgens coronaminister Hugo de Jonge is de situatie op de ic’s nu ‘te doen’. Maar uit een rondgang van Trouw onder ziekenhuisbazen en ic-hoofden blijkt dat men opziet tegen het najaar. Sterker nog, ziekenhuizen zoeken koortsachtig naar een houdbare oplossing voor de lange termijn.

Hoe ziet de ic van de toekomst eruit? Vijf waarschijnlijke en minder waarschijnlijke toekomstbeelden op een rij.

Scenario 1: de XXL-IC

Januari 2023. Als je de ic oploopt, in welk Nederlands ziekenhuis dan ook, zie je aan je rechterhand mensen die bijkomen van een verkeersongeluk of operatie, en aan je linkerhand vind je een rijtje kamers met een grote, rode ‘C’ op de deur: het zijn de coronakamers. Ze zijn er nog steeds. Ze zijn niet meer weg te denken.

Komend jaar, het jaar daarop: de coronapatiënten zullen blijven komen, denkt ic-hoofd Armand Girbes van het Amsterdam UMC en vele collega’s met hem. Hoewel de toekomst onzeker blijft, is corona waarschijnlijk een ziekte die blijft. “We hadden een redelijk beperkte capaciteit – het was net genoeg. Nu is er een ziekte bij gekomen, dus één en één is twee: er is structureel meer capaciteit nodig.”

Van de zeven ziekenhuizen die meewerkten aan dit verhaal, willen zes daarom niet op flexibele basis kunnen uitbreiden, zoals eerder werd geopperd in de politiek, maar structureel meer capaciteit om coronapatiënten te helpen. Girbes zelf denkt aan zo’n 100 tot 200 bedden extra op het huidige totaal.

De baas van het Elisabeth Tweesteden Ziekenhuis (ETZ), Bart Berden, stuurt aan op een structurele verhoging van de capaciteit met zo’n 10 à 15 procent en leidt daar op dit moment al verpleegkundigen voor op. De ziekenhuizen hebben daar aan het begin van de coronacrisis budget voor geregeld. De kosten voor het in gebruik nemen van de bedden zijn nog niet geregeld, toch ligt er al wel een vast contract voor ze klaar, zegt hij.

Er worden overal extra ic-verpleegkundigen opgeleid, zelfs iets meer dan voorgaande jaren, maar het zijn er niet genoeg. Uit recent onderzoek blijkt dat er in 2020 448 ic-verpleegkundigen instroomden in de opleiding, terwijl er 775 per jaar nodig zijn om in een periode van zeven jaar de tekorten, die er al waren vóór corona, op te lossen.

Met andere woorden: structurele verhoging van de ic-capaciteit in alle ziekenhuizen lukt momenteel alleen ten koste van andere zorg. Maar aan die uitdijende stuwmeren met uitstelzorg willen ziekenhuizen zich nu juist ontworstelen. Misschien biedt scenario 2 soelaas.

Scenario 2: de buddy-IC

Ze werken al jaren niet meer in het ziekenhuis, maar de coronacrisis bracht de drang om mensen te helpen weer naar boven. Aan de juiste papieren ontbreekt het herintreders vaak, maar met motivatie, hun ervaring uit het verleden en de juiste begeleiding werken ze nu op de ic als assistent. Ze vormen het blik personeel waar de acute zorg zo naar snakt.

Corona is een gamechanger, zegt ziekenhuisbaas en hoogleraar organisatie van de ziekenhuiszorg Bart Berden. Het tekort aan ic-verpleegkundigen vraagt om concrete oplossingen en de inzet van ic-assistenten is er daar één van. In verscheidene ziekenhuizen, waaronder het ETZ, gebeurt dit al, waardoor gediplomeerde ic-verpleegkundigen meer patiënten kunnen behandelen.

Tijdens de coronagolven werden in alle ziekenhuizen buddy’s ingezet op de ic. Collega’s van de spoedeisende hulp of operatiekamers hielpen mee. Maar diezelfde collega’s hebben nu weer eigen patiënten om voor te zorgen, en het uitgangspunt is dat de zorg die zij verlenen niet wéér wordt uitgesteld.

Dus zoeken ziekenhuizen naar andere buddy’s. Dat kunnen leerlingverpleegkundigen zijn, zoals in het HagaZiekenhuis waar die nu samenwerken met gediplomeerde verpleegkundigen op een gloednieuwe leer-werkunit. Vier leerlingen en twee ic-verpleegkundigen zorgen samen voor zes patiënten. Zo neemt meteen de ­opleidingscapaciteit toe en worden ic-­verpleegkundigen uitgedaagd.

null Beeld Ilse van Kraaij
Beeld Ilse van Kraaij

Of het zijn minder hoog opgeleiden, ziet Hans van der Hoeven, baas van de ic van het Radboudumc. “We leiden nu alleen zeer hoogopgeleide mensen op, dat is niet voor alle onderdelen van de ic-zorg noodzakelijk.” Volgens hem is een belangrijk deel van de ic-zorg goede verzorging ‘en dat kan best met een beetje minder opleiding dan wij nu vragen’.

Een drastischer oplossing is om ook herintreders en gepensioneerden als assistent-verpleegkundige op de ic in te zetten. Plannen om de zorg zo te ondersteunen mislukten tot nu toe. Het initiatief Extra Handen voor de Zorg kreeg meer dan 20.000 aanmeldingen maar slechts een fractie daarvan kreeg een werkplek.

Tot frustratie van Doekle Terpstra, voorzitter van de commissie Werken in de Zorg die is opgericht door het ministerie van volksgezondheid. “De zorg is de meest geprotocolleerde sector, dus als mensen zich beschikbaar stellen om te helpen dan is er altijd een reden te vinden waarom het toch niet kan. Anticipeer, zou ik zeggen.”

Terpstra krijgt voorzichtig bijval van ic-afdelingshoofd Peter van der Voort van het UMCG. “Mensen moeten voldoende expertise en ervaring hebben om werk over te nemen, maar ik denk dat we inderdaad meer gebruik kunnen maken van de hulp die ons geboden wordt.”

Scenario 3: de covid-only-IC

Wie over de A2 in de buurt van Utrecht rijdt, kan ze niet missen, de banners met: ‘Welkom in CZU: het coronaziekenhuis Utrecht’. Een winkelcentrum langs de snelweg is omgebouwd tot cononaziekenhuis in het hart van het land. Het CZU heeft een flexibel aantal ic-bedden en kan gemakkelijk op- en afschalen.

Armand Girbes van het Amsterdam UMC heeft het al eerder geopperd: concentreer covidzorg. Niet in de eerste plaats omdat hij merkt dat ic-verpleegkundigen de zorg voor covidpatiënten een beetje zat zijn. “Ik ken niemand meer die zegt: ‘Oh wat fijn dat wij voor die covid­patiënten kunnen zorgen’.”

Volgens hem heeft het ook andere voordelen om de covidzorg te concentreren. “Covidzorg kan efficiënter worden ingericht. Nu liggen hele programma’s plat in een ziekenhuis door slechts een paar covid-patiënten.”

Intensivist Tim Jansen van het HagaZiekenhuis denkt juist dat het minder aantrekkelijk is om covidzorg te concentreren. “De mate waarin het zorgen voor coronapatiënten het werk heeft gedomineerd is bizar, ik kan me voorstellen dat men het soms zat is. Maar als onderdeel van de gewone ic is covid niet saai.” Hij noemt coronazorg onderdeel van de normale geneeskunde en bij uitstek een categorie die past binnen de ic-zorg.

Toch is samenwerking tussen ziekenhuizen cruciaal, bijvoorbeeld regionaal, zegt Doekle Terpstra. Recente rapporten van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en de Sociaal-Economische Raad onderschrijven het belang van samenwerkingsverbanden. “Maar het blijft oorverdovend stil”, zegt Terpstra. “Er wordt in de ziekenhuiszorg te concurrentieel gedacht en dat vind ik gek voor een publieke sector.”

De vraag is of met samenwerking het ­arbeidsmarkttekort kan worden opgelost, want dat probleem is hardnekkig. Girbes ­gelooft dat er méér mogelijk is als je ervoor zorgt dat de voorwaarden waaronder deze mensen werken ontzettend goed zijn: zie scenario 4.

Scenario 4: de BMW-IC

Op de vaste parkeerplaatsen van allerhande ziekenhuismanagers en branding-deskundigen, die voortaan met de trein of fiets naar hun werk moeten, parkeren ic-medewerkers hun BMW’s en Tesla’s van de zaak. Sinds hun arbeidsvoorwaarden flink zijn verbeterd, laten veel meer verpleegkundigen zich omscholen en is de ic een geliefde werkplek geworden.

Dit lijkt een ondenkbaar scenario, ­zeker nu de vakbonden dreigen met een staking omdat de cao-onderhandelingen met de UMC’s totaal zijn vastgelopen. Maar stel nu dat ziekenhuizen voor hun ic-medewerkers een hoger salaris zouden regelen, net als een goede kinderopvang en de mogelijkheid om flexibel meer of ­minder uren te werken.

Dan zou dat uitmaken, zegt Girbes. Hij pleit ervoor dat ziekenhuizen vooral investeren in medewerkers die patiënten verzorgen in plaats van de vele stafmedewerkers, managers en stafadviseurs voor de ‘branding’ van een ziekenhuis. Alleen door radicale keuzes kun je de negatieve spiraal van tekorten doorbreken die de hoge werkdruk veroorzaken waardoor mensen vertrekken, denkt hij.

Zo kunnen ic-verpleegkundigen bij het Amsterdam UMC niet altijd parkeren, wat hij onbegrijpelijk vindt. Ook bleek het door cao-regels moeilijk om het voor parttimers aantrekkelijk te maken om (tijdelijk) fulltime te werken. Starheid, noemt Girbes dat. Starheid die creatieve oplossingen in de weg zit.

Gelukkig is de kinderopvang inmiddels wel beter geregeld, en kan ic-personeel ­kinderen vroeger brengen als een dienst vroeg begint. Daarnaast moet volgens Girbes veel meer aandacht komen voor extra beloning, bijvoorbeeld voor de vergoeding van nacht- en weekenddiensten.

null Beeld Ilse van Kraaij
Beeld Ilse van Kraaij

Op dit laatste punt krijgt Girbes gelijk van andere collega’s, die ook vinden dat onregelmatige uren beter moeten worden betaald. Ic-voorzitter Gommers: “Het lijkt wel alsof we helemaal niet meer over geld mogen praten in de gezondheidszorg, maar als je meer nachtdiensten moet draaien helpt het om de pijn te verzachten met een hoger salaris.”

Uit onderzoek blijkt echter dat primaire arbeidsvoorwaarden voor verpleegkundigen niet op één staan, zegt Terpstra. “De verpleegkundige van nu is geen barmhartige Martha, maar wil professioneel uitgedaagd worden, het gaat meer om autonomie en ontwikkeling.”

Ook hierin lopen ziekenhuizen in de praktijk tegen problemen aan. In het Meanderziekenhuis is een uitgebreid programma voor persoonlijke ontwikkeling opgezet, maar door de drukte komen mensen hier niet aan toe. Ic-hoofd Hinke Jongsma: “En hoe meer mensen uit het vak stappen, hoe minder tijd er overblijft. We hebben al taken uitbesteed om ic-verpleegkundigen te ontlasten.”

Ook Van der Voort van het UMCG herkent deze spagaat. “We bieden allerlei verdieping aan. We willen expertise vergroten en medewerkers kansen bieden, maar waar ik mijn hersens over pijnig is: hoe maak ik daarvoor ruimte in een te krap model?”

Scenario 5: de weiger-IC

Verboden toegang voor ongevaccineerden, valt te lezen op het bordje bij de ingang van de intensive care. Nu Nederlanders ruim de tijd hebben gehad om zich te laten inenten tegen het coronavirus, is het ondoenlijk om mensen die een prik hebben geweigerd onbegrensd te helpen: de gevolgen voor de rest van de zorg zijn te groot. Het was een pijnlijk politiek besluit, maar pijnloze beslissingen bestaan niet, zo klinkt het in Den Haag.

Dit is het meest onwaarschijnlijke scenario, al is het maar omdat ziekenhuizen een zorgplicht hebben, onderscheid tegen de artseneed indruist en zoiets ethisch discutabel is. Maar de ­keiharde realiteit is dat volgens het RIVM vrijwel alle coronapatiënten op de intensive care niet gevaccineerd zijn; een inenting ­beschermt bijzonder goed tegen ernstige ziekte.

“Dit dilemma ligt onder personeel gevoelig”, zegt Nicole Haverkamp, hoofd van de ic van het HagaZiekenhuis in Den Haag. “Medewerkers constateren dat veel opge­nomen patiënten niet gevaccineerd zijn en dat geeft discussie.” Dat wil niet zeggen dat medewerkers van het HagaZiekenhuis onderscheid willen maken, maar er kan wel een debat worden gevoerd over deze ethische kwestie, zegt haar collega Tim ­Jansen.

Ook Diederik Gommers vindt dat op deze vraag een antwoord moet komen. “Dit gesprek kun je niet voeren op de werkvloer, wij gaan niet kiezen als er doodzieke mensen voor de deur staan. Maar we kunnen als ic’s wel zeggen: dit is onze capaciteitsgrens en daarboven moet je striktere keuzes ­maken over welke behandeling de meeste waarde toevoegt. Voor één covidpatiënt kunnen we wel acht mensen helpen na een openhartoperatie. Dat is een enorm verschil in de mate van verbetering van kwaliteit van leven.”

Een alternatief is volgens Gommers dat de ic’s strenger selecteren bij een beperkte capaciteit, zeg boven de honderd of tweehonderd coronapatiënten op de ic. “Of we kunnen zeggen: daarboven grijpt het ministerie in door iedereen verplicht te laten vaccineren in de risicogroep, dus boven de 60 jaar. Maar hierover gaan wij niet, dit is aan de politiek.”

Los van de discussie over wie je wel en niet toelaat op de ic, verlangen meer ic-­bazen en ziekenhuisbestuurders naar ­politieke daadkracht als het gaat om de toekomst van de ic. Girbes: “Ik erger mij enorm aan het feit dat de afgelopen anderhalf jaar bijna niets tot stand is gebracht in termen van praktische oplossingen. We hebben een heel mooi vak met veel gedreven mensen maar we moeten er echt voor zorgen dat zij niet telkens tot het randje moeten ­werken.”

Lees ook:

Volgens het RIVM blijven de coronacijfers ‘stabiel hoog.’ De vraag blijft: hoe nu verder?

Duiders van de corona-epidemie in Nederland bevinden zich in lastig vaarwater. Het kabinet wil op 20 september de anderhalve meter loslaten, mondkapjes in het openbaar vervoer afschaffen en het advies om thuis te werken schrappen. Maar kan dat wel?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden