GGZ

Waarom lukt het maar niet om de lange wachttijden in de jeugdpsychiatrie aan te pakken?

Staatssecretaris Paul Blokhuis sprak dinsdag in de Kamer over extra geld voor de jeugdpsychiatrie. Beeld Phil Nijhuis
Staatssecretaris Paul Blokhuis sprak dinsdag in de Kamer over extra geld voor de jeugdpsychiatrie.Beeld Phil Nijhuis

De situatie in de jeugdpsychiatrie is onhoudbaar. Dat is al jaren zo, zonder dat er veel verandert. Waarom lukt het maar niet om de lange wachttijden aan te pakken?

Iedereen in de jeugdpsychiatrie weet dat de wachttijden te lang zijn. Net zoals iedereen weet hoe schadelijk de gevolgen zijn voor jongeren met psychische problemen en de gezinnen waarbij zij wonen.

Hoeveel kinderen er precies op de wachtlijsten staan, is niet bekend. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd spreekt van duizenden. Zij moeten soms twee maanden wachten op een behandeling voor eetstoornissen, suïcidaliteit of depressie. Soms zelfs een jaar. Het hangt af van waar iemand woont, legt Marlies Roosjen-De Feiter uit. Zij is beleidsadviseur van MIND, dat opkomt voor de belangen van mensen met psychische problemen.

Wachtlijst verschilt per gemeente

“De wachtlijst voor een instelling kan in de ene gemeente langer zijn dan in de ander”, zegt ze. “Dat ligt aan de hoeveelheid zorg die is ingekocht. Als een gemeente veel zorg inkoopt bij een instelling, hoeven inwoners minder lang te wachten dan inwoners van een gemeente die minder zorg inkoopt.”

Dat gemeenten zorg inkopen bij allerlei instellingen, is het gevolg van de stelselverandering uit 2015. Dat jaartal keert telkens terug in gesprekken over jeugdzorg. Sinds dat jaar is niet langer het Rijk, maar zijn gemeenten verantwoordelijk voor jeugdzorg. “En sinds die tijd is er al kritiek”, zegt Roosjen-De Feiter. “Er is een flink aantal knelpunten, die van tevoren al zijn benoemd. Dat maakt het zo schrijnend.”

Extra geld

Ook Jakobien Groeneveld, wethouder jeugd in de gemeente Zoetermeer, noemt 2015. “In het vragenuurtje van de Tweede Kamer zei staatssecretaris Blokhuis (volksgezondheid) dinsdag dat er binnenkort weer met gemeenten gepraat gaat worden over extra geld”, zegt Groenveld. “Hij weet dondersgoed wat er aan de hand is. Namelijk dat jeugdpsychiatrie er sinds 2015 niet genoeg geld bij heeft gekregen van het Rijk.”

Zoetermeer geeft volgens Groeneveld twee keer zoveel uit aan jeugdzorg als ze krijgen van het Rijk. “En nog is het bij lange na niet genoeg, lopen de wachtlijsten op en raken zorgmedewerkers overspannen.”

Volgens Groeneveld moet er snel een steunpakket komen voor jeugdzorg en jeugdpsychiatrie. “Voor nu, voor na corona én structureel. Ik hoop dat het kabinet niet gaat wachten op het nieuwe kabinet.”

Eigen advies

Zorgminister Hugo de Jonge werkt al aan een plan, maar dat schiet niet erg op, constateren Roosjen-De Feiter en Maaike van der Aar, bestuurder van FNV Zorg en Welzijn. “Na vier jaar actie vanuit FNV en de stilte na de landelijke staking in 2019 dachten we: oké, dieper kunnen we niet zinken. We gaan nu gewoon zelf vertellen hoe het dan wél moet”, zegt Van der Aar.

Samen met de Stichting Beroepseer, een kennisinstituut en netwerkorganisatie, werkt de FNV aan een advies dat zij volgende maand publiceert. “Aan heel Nederland, maar natuurlijk ook aan de formateur als er dan nog geen nieuw kabinet is”, zegt Van der Aar. “We praten met politici, gemeenten, werkgevers, adviseurs, hoogleraren, jeugdwerkers, cliënten en ervaringsdeskundigen en proberen een rode lijn te vinden. De kern is dat je allereerst moet investeren in preventie.”

‘Geen cent meer voor betere begeleiding’

Dat is ook de lijn van Zoetermeer. “Maar preventie betekent eerder ingrijpen en kinderen en ouders nog beter begeleiden”, zegt Groenveld. “En laat daar nu geen cent meer voor over zijn.”

Heeft een kind toch psychische hulp nodig, dan komt hij of zij nu in de eerste lijn terecht, voor lichte klachten. Gemeenten betalen voor deze zorg. Is die hulp niet voldoende, dan volgt de tweede en derde lijn, de specialistische en hoogspecialistische zorg. “Dat zou een basisvoorziening moeten zijn die de landelijke overheid zou moeten betalen en organiseren”, zegt Van der Aar. “Dan ben je ook niet meer afhankelijk van politieke stromingen, zittingstermijnen, inkoop, concurrentie en budgettaire tekorten. We stoppen dus met de marktwerking in de jeugdzorg.”

Als dat werkt, dan vindt Roosjen-De Feiter het prima. “De hulpvraag van een kind, jongere of gezin moet centraal staan. Iedereen kan op zekere hoogte begrijpen dat je soms even moet wachten. Maar dit neemt proporties aan die niet kunnen. En corona versterkt de ernst van de situatie nog eens. Als iemand moet wachten, moet er iets worden bedacht om die periode te overbruggen, moet er contact worden onderhouden. Nu houdt men de adem in en zegt: we hebben geen plek en doen niks.”

Lees ook:

Aantal crisismeldingen in jeugd-ggz tot 60 procent gestegen. ‘Er moet nú iets gebeuren’

De jeugd-ggz staat onder druk. Het aantal crisismeldingen is de afgelopen maanden met 30 tot 60 procent gestegen, blijkt uit een rondvraag van de Nederlandse ggz. ‘Er moet nú iets gebeuren.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden