Beeld Trouw

Column Bert Keizer

Waarom de ‘enigszins obscene’ beloning voor een psychiater blijft bestaan

Onlangs vertelde een mevrouw mij wat de psychiater kostte die ik voor haar in consult had gevraagd rond haar euthanasieverzoek. “Je raadt het nooit”, zei ze. Ze had gelijk. Het was 2230 euro. Wat zeg je? Ja, 2230 euro voor een bezoek aan huis plus verslag plus bestudering van het (uitgebreide) dossier.

Met gepaste verontwaardiging schreef ik hierover aan een andere psychiater. Nee, niet de geconsulteerde, want die kon ik nog wel eens nodig hebben. Ja, sorry, ik moet ook verder met mijn winkeltje. Ik schreef hem dat ik een dergelijke beloning ‘enigszins obsceen’ vond. Hij legde uit dat zorgverzekeraars aanvankelijk helemaal niet wilden betalen voor een dergelijke expertise omdat het niet ging om een gangbaar psychiatrisch consult. Maar rond euthanasie is zo’n consult soms van het allergrootste belang en men kwam tot een tarief van 212 euro per uur.

Hoezo obsceen?

Hij diskwalificeerde mijn diskwalificatie met de mededeling: “Het zijn uurtarieven die in vergelijkbare beroepen, ik denk aan advocaten, echtscheidingsbemiddelaars, notarissen niet ongebruikelijk zijn. Ik vind dan ook dat jouw kwalificatie ‘enigszins obsceen’ niet gepast is.”

Ik moest erg lachen omdat twee van de drie genoemde beroepen nou net in die kwalijke reuk staan van weinig uitrichten tegen uitzinnige tarieven. Een echtscheidingsbemiddelaar heb ik nog nooit geraadpleegd, dus daar zeg ik niets akeligs over.

Maar we zitten hier ineens midden in de ethiek van geldelijke beloning. Ik meen te kunnen vaststellen dat die al vele eeuwen gegrondvest is in het principe: als je er maatschappelijk mee weg komt, dan zit je goed.

Ik verdiende als arts in het verpleeg­huis 2400 euro netto voor 3 dagen, zeg 4000 voor een volledige baan. Een salaris waar de radioloog haar auto niet eens voor kwam parkeren. Ja, slechtst betaalde clinicus, maar ik heb het nooit gemerkt in mijn geluksbeleving. We laten de radioloog even genieten van haar loon en kijken naar mijn andere collega’s in het verpleeghuis. Ziekenverzorgenden kregen 2200, voor 5 dagen veel harder werken met onregelmatige diensten. Dat wil zeggen avond- en nachtdiensten. Als ze mij eens flink door mekaar geschud hadden om dat verschil te rechtvaardigen zou ik geen enkel doorslaggevend argument gehad hebben.

Neem deze argumenten ter rechtvaardiging van het verschil: grotere verantwoordelijkheid, langdurige vooropleiding, academisch denkniveau, strengere bijscholingseisen, veelzijdiger bekwaamheidsspectrum (ja, die heb ik ook gehoord), terugbetalen studieschuld enz. enz. Ze zijn stuk voor stuk makkelijk te ontzenuwen. Ik zou het wel verfrissend vinden als we dat tegenover elkaar toegaven, maar ja, dan stort het hele loongebouw in.

Er zijn afspraken over

De directeur van dat verpleeghuis verdiende 168.000 euro, hetgeen hij niet algemeen bekend wilde hebben, maar je kon de jaarrekening gewoon op internet controleren. Hij kreeg ook een bonus elk jaar van 13.000 euro, maar dan moest er wel aan een of andere flutvoorwaarde voldaan zijn (dat alle dakgoten er nog aan zaten bv.). Toen ik hem eens vroeg hoe hij dit salaris kon verklaren was zijn antwoord: “Tsja, daar zijn afspraken over”, waarbij hij mismoedig zijn hoofd schudde bij de gedachte dat ik te beperkt was om die afspraken te kunnen doorgronden.

Is het niet heerlijk? DAAR ZIJN AFSPRAKEN OVER. Mijn collega S. zei daarop: weet je waarom Rutte zolang vocht tegen de dividendbelasting? “Omdat daar afspraken over waren.”

Overigens is het niet voor niets dat er in de gezondheidszorg nooit geld over de toonbank gaat. Alleen bij de apotheek stuit je wel eens op een verzoek om betaling, meteen, in geld, pinnen mag. In het ziekenhuis daarentegen is nergens geld te bekennen. We zouden het als een ontwijding ervaren als de chirurg op de laatste dag van uw verblijf op u af zou komen met de vraag: ‘Kunnen we even afrekenen?’

Maar is het niet aandoenlijk dat we allemaal net doen alsof dat moment eigenlijk niet aan de orde is? Dat betalen gebeurt allemaal ergens ver achter het toneel, diep in de kelders van het geneeskundige theater. Inmiddels kijkt de dokter alsof ze het geheel vanuit haar goeiigheid doet. Hetgeen niet geheel onjuist is, maar het gaat wel om betaalde goeiigheid, vaak zelfs overbetaald. Maar wat is overbetaald? Aha, nou zijn we weer terug bij af.

Conclusie: als het geen maatschappelijk gelazer oplevert dan heb je het juiste tarief te pakken. Wel een glazen huis dit, beter niet met stenen gooien.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden