ColumnBert Keizer

‘Waar gaat u heen, na de dood?’ Ik had onmiddellijk spijt van mijn vraag

In gesprek met mevrouw Van A. over haar naderende levenseinde kan ik het niet laten mijn standaardvraag te stellen. Hij staat nergens in het protocol, maar een mens leeft niet bij het protocol alleen dus vraag ik haar: “Gebeurt er na de dood nog iets met u?” Ze antwoordt zonder enige aarzeling: “Dat regelt mijn zoon allemaal.”

Ik leg uit dat ik het wat onstoffelijker bedoelde. Daar moet ze ondanks alles erg om lachen, haar zoon ook trouwens. Waarop de verpleegkundige zegt: “Maar ALS uw zoon daar iets kan regelen dan is deze dokter wel geïnteresseerd. Ik ken hem een beetje.” Ik wijs haar op het beroepsgeheim en dat ze niet mag spotten met mijn moeizaam bestreden eeuwigheidsverlangen. Nog steeds lachend, duwt mevrouw alle theologie van zich af. Ze denkt dat ze nergens heen gaat. Ook haar zoon meent dat er geen regio is na de dood en daar valt dus helemaal niks te regelen.

Mijn vraag over een mogelijk hiernamaals stel ik ook bij mensen die worstelen met dementie. Een van de kenmerken van alzheimerpatiënten is het head-turning sign. Dat is een lelijke beschrijving van een even aandoenlijk als kenmerkend symptoom. Het gaat over de onbedwingbare neiging van dementerenden om bij vrijwel elke vraag onmiddellijk hun hoofd naar hun partner of andere dierbare te draaien in de verwachting dat die het antwoord wel zal geven. Dus als je vraagt wat voor dag het is, wie de huidige koning is, of in welke maand we zitten, dan geven ze de vraag het liefst meteen door aan hun partner.

Zo ook bij meneer De C. wiens euthanasie we na een uitermate hobbelig traject dan toch eindelijk in kannen en kruiken hadden. Het kon geen kwaad, leek mij, om in het zicht van de definitieve thuishaven ook hem mijn standaardvraag voor te leggen. “Denkt u dat u nog ergens heen gaat na de dood?” vroeg ik op de dag voor onze afspraak. Hij draaide onmiddellijk zijn hoofd naar zijn vrouw met de woorden: “Weet jij hoe dat zit Joke?”

Het treffende is dat hij in zo’n uitwisseling aan mijn toon hoort dat het om een vraag gaat, maar dat de inhoud hem eigenlijk volledig ontgaat. Zijn vrouw stelde hem meteen gerust met de mededeling: “Maak je daar nou geen zorgen over, dat is allemaal al geregeld.”

Ik had spijt van mijn vraag, want ik wilde hem er beslist geen zorgen bij geven. Dementie betekent immers vaak dat je zit te tobben omdat je de wereld niet goed meer binnen je bereik weet te krijgen.

Dat bleek nog eens toen ik probeerde om hem uit te leggen hoe het allemaal zou gaan. Dat men de avond voor zijn euthanasie zou langskomen om een infuus in te brengen zodat ik daar de volgende morgen geen zorgen over zou hebben. Hij snapt het niet goed en vraagt of ik daar ook bij aanwezig ben als ze dat infuus komen plaatsen. Ik leg uit dat dat niet nodig is.

“Maar dan ga ik dus een dag eerder dood dan u zei?”

“Nee, want zij plaatsen alleen het infuus.” 

“Ja, maar dan komt u de volgende dag dus voor niks.”

“Nee, want dat infuus is alleen maar voor ...” Ik probeer het gesprek een andere kant op te sturen want hij wordt onzeker als we zo in de rondte draaien en nergens heen gaan. Hij blijft hardnekkig terugkomen op wat immers een onomkeerbare en belangrijke gebeurtenis is: zijn naderende einde.

Dus ik vertel dat de schouwarts na zijn overlijden komt om de papieren in ontvangst te nemen. Zijn antwoord is meesterlijk in zijn soort: “Ja, dat is tactiek natuurlijk. Dat snap ik ook wel. Ik ben heus niet gek hoor.”

Daar klinkt een vaag vermoeden in door dat al dat euthanasie-gedoe ergens niet in de haak is. Dat je toch moet oppassen en de zaak op een gewiekste manier moet zien aan te pakken.

Het is alsof hij onhandig schaakt. Hij zet de stukken steeds opnieuw op het bord, maar stoot dan de hele boel weer om. Dat hij de stukken onvermoeibaar opnieuw opstelt blijkt uit zijn vraag als ik weg ga. “Ben ik eigenlijk wel slecht genoeg? Voor euthanasie bedoel ik? Kan dat zomaar?”

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden