Medisch onderzoek

Vrouwen krijgen te veel hartmedicatie, ontdekt het UMCG

Beeld Colourbox

Omdat het onderzoek naar behandeling van hartfalen hoofdzakelijk wordt uitgevoerd op mannen, krijgen vrouwen meer pillen dan ze nodig hebben.

Vrouwen met hartfalen hebben waarschijnlijk veel minder medicatie nodig dan ze op dit moment krijgen. De optimale dosering is afgesteld op wat ideaal is voor witte mannen, maar vrouwen hebben waarschijnlijk maar de helft van die hoeveelheid nodig. Dat blijkt uit onderzoek onder leiding van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), dat vrijdag gepubliceerd is in het wetenschappelijk toptijdschrift The Lancet. “Dit is geen vrijbrief om vrouwen met hartfalen te onderbehandelen”, benadrukt arts-onderzoeker Bernadet Santema, hoofdauteur van het artikel.

Wat betekent het onderzoek wel voor de manier waarop vrouwen met hartfalen moeten worden behandeld?

“We zeggen niet dat de richtlijnen nu ineens moeten veranderen. De opzet van het onderzoek is daar niet geschikt voor, het is niet zo dat je met een onderzoek de hele gang van zaken kunt aanpassen. Wat we wel denken en hopen - en ik denk ook dat dit gaat gebeuren - is dat het echt een discussie teweeg gaat brengen. En dan niet alleen op niveau van dokter en patiënt, maar ook echt op de plekken waar medicijnstudies worden opgezet. 

“We moeten met zijn allen echt veel beter ons best doen om te zorgen dat een grote studie, waar duizenden patiënten aan meedoen, voor 50 procent uit vrouwen bestaat. Aan de studies die ten grondslag liggen aan de huidige richtlijnen voor hartfalen deden de afgelopen decennia voornamelijk mannen mee. Het beste zou zijn wanneer het effect van toekomstige medicatie bewezen wordt in beide geslachten, voor het op de markt gebracht mag worden.”

Wat is het gevaar voor vrouwen als zij te veel medicatie krijgen?

“Het is niet zo dat we doseringen hebben gevonden die echt giftig zijn voor vrouwen. Het is wel zo dat mensen met hartfalen vaak een handvol pillen moeten nemen, die allemaal werken op de bloeddruk en op de nierfunctie. Dus je merkt als arts al dat er soms onvoldoende bloeddruk is of dat de nierfunctie achteruit gaat, waardoor patiënten niet altijd de streefdosering kunnen krijgen van alle medicijnen.

“We weten uit eerdere onderzoeken dat vrouwen een hogere kans hebben op die bijwerkingen. Hoe dat precies komt, weten we nog niet. Maar je kunt je voorstellen dat als vrouwen al baat hebben bij de helft van de medicijnen, dat er dan geen reden is om ze meer te geven.”

Het onderzoek naar verschillen in ziektebeelden en behandelingen tussen mannen en vrouwen is vrij recent op gang gekomen. Hoe komt dat? Het klinkt zo logisch nu. 

“Ja, dat is altijd heel grappig. Het onderzoek is in een belangrijk tijdschrift terechtgekomen, en daarin komen vaker op het eerste gezicht vanzelfsprekende conclusies in naar voren, wat wij dan ‘open-deurenonderzoek’ noemen. Dat je je achter de oren krabt en denkt: dit hadden we toch wel eerder kunnen verzinnen. En toch moet een de eerste zijn.

“Het was nog maar een paar decennia geleden dat vrouwen überhaupt niet mee mochten doen aan medicijnonderzoek, omdat men dacht dan ze dan onnodig risico zouden lopen. Na het Softenondrama (een middel dat in de jaren vijftig en zestig op grote schaal werd voorgeschreven aan zwangere vrouwen tegen ochtendmisselijkheid, en dat later ernstige aangeboren afwijkingen bleek te veroorzaken red.) is men daar heel voorzichtig in geworden. Er is een soort natuurlijke terughoudendheid als het gaat om vrouwen en medicijnonderzoek. Maar dat is niet altijd terecht en daardoor hebben we op dit moment heel weinig informatie over wat de optimale behandeling is voor vrouwen.”

Verwacht u meer verschillen in de optimale behandeling voor verschillende patiëntengroepen, bijvoorbeeld voor patiënten met verschillende etnische achtergronden?

“Net als bij man-vrouw verschillen weten we nog veel te weinig over hoe medicatie werkt bij verschillende etnische groepen, maar ook over wat het verschil is tussen jong en oud of wat de invloed is van lengte en lichaamsgewicht enzovoorts. Ook dat zijn verschillen waar nog veel onderzoek naar moet gebeuren. Er zijn aanwijzingen dat ook hier de effecten uiteenlopend zijn. Van sommige medicijnen weten we al dat er etnische verschillen zijn in het effect van de behandeling.

“Uiteindelijk wil je veel specifieker kunnen behandelen. Daarnaast hopen we dat we andere onderzoekers aansporen om dit ook te onderzoeken in andere gebieden dan hartfalen.”

Lees ook:

Het vrouwenhart klopt toch anders
Recensie. De fysiologische verschillen tussen de seksen reiken verder dan de geslachtsorganen, laat de Israëlische arts Marek Glezerman (1945) zien in zijn boek ‘Ook op vrouwen getest. Naar een genderrevolutie in de geneeskunde’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden