EssayCoronavirus

Voorkom doden en economische schade: nationaliseer de virusbestrijding

Bedrijven die vaccins ontwikkelen, kunnen hun inzichten afschermen voor de concurrentie. Daarom moet virusbestrijding genationaliseerd worden, vindt Adam Cohen van het CDHR, dat een anti-coronamiddel test.  Bij een volgende pandemie kan dat  doden schelen, en schade aan de economie.

We zitten nog midden in de coronacrisis en weten nog helemaal niet hoe we er weer uitkomen. Er komt nog meer onzekerheid, angst en persoonlijk leed. Maar dat we er uitkomen is ­zeker, en dan gaat het leven weer door. Dat komt doordat de overheid en de gezondheidszorg bewonderenswaardig slagvaardig te werk gaan. De formidabele prestaties van onze nationale en internationale experts en de wetenschap zijn een hoopvol baken in deze uitzonderlijke tijd.

Maar het is de vraag of we de ernst van deze crisis blijven onthouden als alles weer normaal is geworden. We zijn namelijk niet goed beschermd in het huidige geprivatiseerde systeem van vaccin- en geneesmiddelontwikkeling. Dat is niet opgewassen tegen uitbraken als deze.

Emeritus hoogleraar klinische farmacologie Adam Cohen (1952) is directeur van de adviesafdeling van het Centre for Human Drug Research, een instituut voor geneesmiddelenonderzoek dat is verbonden aan het Leidse Universitair Medisch Cen­trum. Het CHDR heeft geen winstoogmerk. Het doet nu onderzoek naar een mo­gelijk anti-coronamiddel, het door Gilead Sciences tegen ebola ontwikkelde remdesivir.

Wat we nu zien is mogelijk een nog vrij milde generale repetitie voor een veel ergere epidemie. Die gaat een keer voorkomen als een virus dat zich tussen dieren en mensen begeeft, zo muteert, dat het nog besmettelijker of dodelijker is dan het Sars-Cov-2. We hebben daar al voorbeelden van gezien bij eerdere uitbraken van Sars-Cov en Mers-Cov. Die konden binnen de perken worden gehouden, maar met wat andere karakteristieken hadden ze ook grote rampen kunnen veroorzaken.

Uiteraard werken nu de Wereldgezondheidsorganisatie WHO en landelijke instellingen als het RIVM uitstekend samen. Ze doen het uiterste om de gevolgen van deze ramp te beperken. Daar is helemaal niets op aan te merken. De Franse president Macron sprak vorige week oorlogstaal, en de meesten die nu aan de frontlijn in de gezondheidszorg werken zullen die toon kunnen billijken. Uiteindelijk gaan we van het virus winnen, of liever gezegd ons immuunsysteem gaat die oorlog winnen. Er vallen doden bij, zoveel is zeker, maar over een paar maanden is het ergste achter de rug.

Wat we moeten onthouden 

Toch blijft er dan een probleem. Ik denk dat het goed is ons dat nu te realiseren, niet omdat we nu iets moeten doen, maar omdat we iets niet moeten vergeten.

De meeste landen hebben een leger. Dat is een vrij duur, hoog-technologisch apparaat dat voor het grootste deel gelukkig zelden wordt gebruikt. De militairen moeten wel snel inzetbaar zijn, dus ze oefenen, vernieuwen hun procedures en hun middelen, en zo nu en dan schaffen we dure dingen aan zoals duikboten, fregatten en F35 vliegtuigen (voor 100 miljoen per stuk). In Navo-verband zorgen we ervoor dat we die legers ook gezamenlijk kunnen inzetten en dat we taken verdelen. In Nederland geven we jaarlijks miljarden euro’s uit aan defensie. De meeste mensen begrijpen dat, en er is zelfs nogal wat druk op de politiek om daar meer aan uit te geven. Er is geen enkel enthousiasme om defensie te privatiseren. Hoewel er geprivatiseerde huurlingenlegers bestaan, zijn die in Nederland verboden, en niet zonder reden.

Dat is heel anders in de defensie tegen de veel gemenere en sluwe tegenstanders die infecties veroorzaken. Zo’n vijand hebben we nu in ons midden: een extreem efficiënt stukje RNA verpakt in een docking station, ontworpen om maximale schade aan de longen toe te brengen, maar niet voordat de gastheer nog een tijdje gezond heeft rondgelopen om anderen te besmetten. Deze vijand heeft geen ander doel dan zijn eigen RNA te verspreiden. De enige verdediging die we nu hebben is om ons immuunsysteem zijn werk te laten doen, de groepsimmuniteit. Beter is natuurlijk om de verspreiding van het virus te stoppen, met een middel dat de enzymen remt die het virus bij zich draagt om zich te vermenigvuldigen. Zulke middelen bestaan en worden nu ook getest. Ze zijn ontwikkeld voor de eerdere Sars- en Mers-epidemieën en de Hiv-epidemie. Nog beter is natuurlijk om te vaccineren.

Er is geen stimulans voor private partijen

Ooit waren het vooral staatsinstellingen die vaccins produceerden. Dat waren de standaardvaccins tegen kinkhoest, tetanus en difterie. Vanaf rond 1990 is de research en ontwikkeling van de vaccins toenemend geprivatiseerd en terechtgekomen bij grote farmaceu­tische bedrijven en start-ups. Dat komt vooral doordat de toepassingen van vaccinatie steeds meer ziektes betreffen dan de traditionele epidemische infectieziekten (die door adequate vaccinatie grotendeels zijn verdwenen). Zo hebben we nu vaccins voor mazelen en de bof, maar ook voor hepatitis, meningococcenziektes en HPV, dat baarmoederhalskanker veroorzaakt. Er is een grote hoeveelheid start-ups bezig met vaccins voor kanker.

In Nederland hebben we gelukkig nog Intravacc, een non-profitonderdeel van het RIVM dat vooral vaccinresearch doet en technologie overdraagt aan grotere bedrijven, ook in ontwikkelingslanden.

Voor ons nationale vaccinatieprogramma onderhandelt het RIVM met de grote bedrijven die de vaccins maken over prijs en kwaliteit en de samenstelling, maar uiteindelijk zijn we van die bedrijven afhankelijk, net als voor de rest van de geneesmiddelvoorziening.

Er is geen duidelijke stimulans voor private partijen om steeds maar klaar te staan voor het uitvinden van een vaccin, als er zich plotseling een uitbraak voordoet.

Fabrieken voor vaccins zijn duur om te bouwen en kunnen niet rendabel stilstaan, dus die zijn permanent in bedrijf voor het maken van andere vaccins. Zo’n fabriek kan niet zomaar van de productie van een commercieel vaccin overschakelen naar een nieuw vaccin. In die omschakeling gaat veel van de tijd zitten die productie kost.

Waarom hebben we geen leger tegen virussen?

We hebben dus wel militairen en materieel voor de verdediging tegen de virale vijand, maar ze vallen niet onder een centraal commando. Regeringen kunnen hen, tenzij ze overgaan tot vordering, wel stimuleren maar niet bevelen om research te doen, eventuele middelen of vaccins te testen, en om deze te produceren.

Uit concurrentie-overwegingen kunnen private bedrijven hun kennis afschermen, bijvoorbeeld over vaccins. Daardoor hebben we nu mogelijk al tijd verloren – en dus mensenlevens. Het kapitalistische model, dat berust op een relatief snelle terugbetaling van de private investering, is voor de verdediging tegen een virusaanval zoals we nu meemaken eenvoudig ongeschikt.

Wanneer we uit deze crisis opduiken – ik kan niet nalaten steeds te benadrukken dat dat zal gebeuren dankzij de enorme expertise die we al hebben – wordt het toch tijd om, terwijl we de pijn nog voelen, te zien of we de defensie niet beter moeten optuigen.

Als we in staat zijn om een genationaliseerd leger op het land, de zee, in de lucht en zelfs in cyberspace aan te houden tegen een vijand die we nog niet kennen maar misschien al ergens snode plannen smeedt, moeten we datzelfde ook kunnen doen tegen een virale of bacteriële vijand. We hebben dus een paar dingen nodig die klaar dienen te staan in geval van een aanval zoals we die nu meemaken.

Er moet een voldoende groot laboratorium zijn met adequate testmogelijkheden en een fabriek om snel testmateriaal te kunnen produceren en distribueren. Zo’n organisatie moet binnen een week volledig bemand en operationeel zijn en voorzien van moderne apparatuur, die dus regelmatig vervangen moet worden. De bemanning ervan kan best met experts uit andere organisaties. Daarvoor zijn parallellen met Defensie. Zo worden in Nederland chirurgen in algemene ziekenhuizen betaald door Defensie terwijl ze gewoon als chirurg werken ­– in noodsituaties zijn ze onmiddellijk inzetbaar. Dat kan ook met onze virologen en onderzoekers.

Verder hebben we een permanente testlocatie nodig waar proefpersonen (die op afroep beschikbaar worden gehouden) volledig gekeurd en voorbereid binnen een week kunnen worden ingezet in onderzoek, waarvoor goed­gekeurde protocollen al klaarliggen. Vooraf afgesproken noodprocedures van ethische commissies en de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) verzekeren dat definitieve goedkeuring van klinische proeven binnen dagen na beschikbaar zijn van de gegevens van een nieuw vaccin kunnen beginnen. 

Ja, het is duur

Het belangrijkste is natuurlijk dat er fabrieken komen die ongebruikt zijn en klaarstaan, en waar een dergelijk vaccin razendsnel en in voldoende hoeveelheid gemaakt en gedistribueerd kan worden. Dat zal niet in een enkel land gaan, het vergt internationale samenwerking. Daar hebben we ervaring in binnen de Navo. Het bondgenootschap beschikt over een multinationaal CBRN-Defence Battalion (Chemical, Biological, Radiological and Nuclear) waarin expertise, laboratoriumfaciliteiten en mensen zijn gebundeld. Denkbaar is dat dat orgaan, of een nieuw orgaan, een bredere opdracht krijgt dan verdediging tegen biologische wapens.

Het systeem dat mij voor ogen staat is duur. Het valt alleen te financieren met overheidsgeld. Als we het goed uitvoeren zal het zoiets kosten als een paar F35’s per jaar. Maar dan is zo’n systeem wel zeer goed uitvoerbaar. Zulke noodfaciliteiten zouden dus mogelijk jaren ongebruikt staan, maar onnuttig zijn ze dan niet. Ze kunnen nieuwe technieken ontwikkelen en methoden voor snelle opschaling van productie verzinnen.

Overigens is de virale vijand niet helemaal onvoorspelbaar, en kunnen er technieken klaar gezet worden om de waarschijnlijkste virus­families te lijf te gaan; we wisten immers al welk kwaad de verwante coronavirussen Sars en Mers konden aanrichten.

Als het een keer echt nog erger wordt, laten we ons dan ook realiseren dat het huidige systeem van wetenschappelijke communicatie uit kan vallen, en het helemaal niet meer zeker is dat academische en industriële laboratoria en productiefaciliteiten nog kunnen functioneren. De noodfaciliteiten zullen dus ook voor hun energie en communicatie redelijk zelfvoorzienend moeten zijn. Dit alles, zeker in een internationale samenwerking, zal de introductie van een vaccin of behandeling met maanden of zelfs jaren bekorten. De winst in levens en economie laat zich raden.

Inefficiënt en geldverslindend: dat zullen de bezwaren ertegen zijn, als we het geluk hebben dat er een tijdje geen epidemie is. Ook dan zal de roep om privatisering klinken. Maar privatiseren doen we bij het leger toch ook niet? De roep verstomt zodra de virale versie van 9/11 komt en we niet klaarstaan. De reflex die onze über-kapitalist Donald Trump vertoonde met zijn poging om een Duits vaccinbedrijf op te kopen uitsluitend voor Amerika is misschien al voldoende waarschuwing tegen privatisering.

Deze crisis maakt iets pijnlijk duidelijk

Het is eigenlijk gek dat we in het land aller­lei technologische hoogstandjes als F35’s en Pa­triot afweerraketbatterijen hebben opgeslagen waarmee professionals oefenen, die ze onderhouden en vervangen zonder dat ze ooit tegen een vijand gebruikt zijn. Maar voor ons anti­virale leger maken we improviserend gebruik van bestaande commerciële faciliteiten, en dat is verre van ideaal – en zelfs mogelijk onvoldoende – als het er echt om spant.

Bij het afsluiten van dit essay ontdekte ik dat ook anderen wel eens op dit idee gekomen zijn, onder wie Bill Gates. Maar zelfs als mijn pleidooi onbewust plagiaat is, dan blijft de noodzaak om juist nu tot actie over te gaan pijnlijk duidelijk.

Laten we nu al gaan nadenken hoe dat te doen. Voordat de volgende virale vijand zich aandient. We komen uit deze crisis met de middelen die we hebben, maar laten we daarna niet vergeten dat ons leger tegen een vijand die we niet kunnen zien minder goed georganiseerd en uitgerust is dan ons leger tegen een tegenstander die zichtbaar is. In de oplossing daarvan spelen private investeringen geen rol.

Lees ook

Met een eerlijk verdienmodel voor farmaceutische bedrijven kan het kabinet het ontwikkelen van betaalbare vaccins aanmoedigen die voor iedereen beschikbaar zijn. En zo nodig kan de minister een dwanglicentie inzetten, vindt Mark Jolink, octrooigemachtigde bij EP&C Patent Attorneys.    

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden