GGZ

Voor Neswa voelt corona als één grote angstaanval

Neswa in haar kamer bij de kliniek van Mentrum in Amsterdam.Beeld Inge Hondebrink

Neswa verloor door corona haar vrijwilligerswerk, haar contacten én zichzelf. In een gesloten kliniek vond ze weer structuur, waarmee ze de lockdown moet zien door te komen. ‘Ik hoop dat ik een baantje krijg, anders zit ik zo weer in de kliniek.’

Wat er precies is gebeurd tussen het plantsoen en het ­politie­bureau kan Neswa zich niet goed herinneren. Het begon met onenigheid over afstand houden. Een collega van de groenvoorziening hield zich niet aan de regels. Zij deelde de eerste klap uit. “Ik dacht nog even: wat doe ik nu weer, maar de stem in mijn hoofd zei niet dat ik moest stoppen.”

Die stem zei later wel dat ze de agent op het politiebureau niet moest vertrouwen. “Hij is de man van Allahoe akbar uit het nieuws”, schreeuwde ze. Vier agentes hielden haar vast. Later smeekte ze: “Pak m’n huis niet af, jullie mogen mijn huis niet afpakken”.

Neswa (vanwege haar privacy wil ze niet met haar hele naam in de krant) vertelt haar verhaal in de ­gesloten kliniek van Mentrum in Amsterdam. Sinds ze op 25 september psychotisch werd, verblijft ze hier in een kleine kamer aan een lange gang met gesloten deuren. Corona ervaart ze als één grote angstaanval, zegt ze. “Als je geen stabiel leven hebt gehad, kan dit nooit goed gaan.”

Coronaburn-out

Neswa, een spraakwaterval van midden veertig – krullen strak bijeengebonden in twee knotjes – heeft een lang verleden in de psychiatrie. De pandemie doet haar denken aan de eeuwwisseling, toen ze zich ook wankel en angstig voelde. Door een nare ervaring – wat er gebeurde, vertelt ze liever niet – raakte ze haar huis, kind en zichzelf kwijt. Ze ging van opname naar opname en woonde acht jaar in een project voor beschermd wonen. “Het voelde alsof ik net uit de depressie was gekomen, die je oploopt als je een misstap maakt en alles kwijtraakt. En toen diende zich weer een nieuwe aan.”

Vóór corona had ze haar leven goed op orde: een eigen woning, werk op de zorgboerderij. Van haar vakantiegeld kocht ze een bankstel en een spiegel voor in de badkamer.

Belangrijker dan het geld was de energie die ze kreeg van het werk. Ze voelde zich nuttig. En het gaf haar rust. “Er gaat zo veel door mijn hoofd en ik heb thuis niemand om erover te praten. Ik hoorde over problemen in de bouw, met boeren. Een lerarentekort was er al. In de zomer voelde ik dat het verkeerd ging met corona. Met jongeren vooral. Dat moeten aanzien, was alsof ik werd leeggezogen. Misschien heb ik een coronaburn-out.”

De structuur viel weg

Machteld van Delft, de arts in opleiding die Neswa sinds haar opname  begeleidt, zegt: “Door corona kreeg je meer last van dat waaraan je lijdt, je ziekte. Je ging onderuit, omdat je werk stopte en de structuur wegviel. Daardoor lukte het niet meer om medicijnen in te nemen en ben je uiteindelijk hier terechtgekomen.”

Machteld van Delft, arts in opleiding, met Neswa, die niet herkenbaar in beeld wil.Beeld Inge Hondebrink

Op de gang klinkt gestommel. Schelden. Steeds luider. Twee mannen gaan elkaar te lijf. “Zijn ze echt zo boos?”, vraagt Neswa. “Het doet me denken aan wat ik heb mee­gemaakt.”

Het werk van Neswa stopte, net als nagenoeg alle dagbestedingsac­tiviteiten en het vrijwilligerswerk, de dag na de eerste coronapersconferentie. De eerste periode van de lockdown ervaarde ze positief: mensen deden hun best om afstand te houden, ze voelde solidariteit.

Maar de dagen werden leger en langer. Hulpverleners van de ambulante zorg zag ze via een scherm of vanaf het balkon. “De boodschappen bestonden uit vaatdoekjes en wasmiddelen”, vertelt ze. “Ik vond het belangrijk om het huis te desinfecteren, ik liet niemand meer binnen.”

Zelfs in de zomer, toen het leven van veel mensen weer op gang was gekomen, kon ze geen baantje vinden. Behalve in de groenvoorziening. Het werk paste haar eigenlijk niet. Ze had nooit groene vingers ­gehad, maar alles beter dan alleen thuiszitten.

Na een halfjaar corona was ze zo ontregeld dat het werk haar meer slecht dan goed deed. De eerst zo vrolijke gezichten in het winkelcentrum vuurden blikken vol agressie op haar af. En in plaats van een gezellig praatje, leverde het contact met collega’s discussie en onbegrip op. De spanningen liepen op. In september barstte de bom.

Prettig in de luwte

Neswa is niet de enige met wie het slechter gaat door de coronacrisis. Uit een peiling van ­panel Psychisch Gezien van het Trimbos-instituut bleek dat 40 procent van de panelleden, personen met ernstige psychiatrische aandoeningen, meer klachten ervaarde tijdens de eerste lockdown. Opvallend, zegt Hans Kroon, die de groep voor Trimbos volgt. Nooit eerder zag hij zo’n verandering in het welbevinden van de leden.

De reacties gingen grofweg twee kanten uit. Een deel vond het luwere bestaan prettig: er waren minder prikkels en verplichtingen, doordat werk en sociale activiteiten stopten. Anderen voelden zich juist geïsoleerd, ze vlogen tegen de muren op door het wegvallen van sociale contacten en dagbesteding. “Ze hadden het gevoel door de maatschappij te worden vergeten”, zegt Kroon.

Nu de pandemie langer duurt, neemt het negatieve effect op personen met psychische klachten toe, blijkt uit cijfers van Mind Platform, dat de belangen behartigt van patiënten in de GGZ. Net voor de huidige lockdown meldde driekwart van de deelnemers aan de enquête last te hebben van angst, oplopende spanning, stress of eenzaamheid. Het verliezen van sociale contacten, dagbesteding, zingeving en structuur speelde een belangrijke rol: een kwart raakte betaald werk kwijt, twee derde moest stoppen met vrijwilligerswerk of leverde uren in.

De coronamaatregelen houden te weinig rekening met mensen met psychische problemen volgens Jeannette Pols, antropoloog aan de Universiteit van Amsterdam en lid van de Raad voor Volksgezondheid en ­Samenleving. Ze bestudeerde met andere onderzoekers de effecten van sociale afstand op kwetsbare groepen. Het overheidsbeleid richt zich volgens Pols te eenzijdig op veiligheid als het voorkomen van besmettingen en chaos op ic-afdelingen, waardoor wordt vergeten wat veiligheid nog meer betekent: het hebben van een sociaal netwerk, werk, dagbesteding of iets betekenen voor de samenleving. “Als je die sociale veiligheid wegneemt, ontstaat er een andere vorm van onveiligheid, bijvoorbeeld huiselijk geweld en psychische problemen, omdat mensen de grip op of de zin in het leven verliezen of in een isolement raken uit angst voor het virus.”

Tekort aan crisisbedden

Dagbesteding wordt niet als urgente zorg gezien, maar dat is het wel volgens de behandelaar van Neswa. Als mensen het niet hebben, raken ze uit balans. “Als ik dagenlang thuis ben zonder programma of doel, word ik ook doodongelukkig en raak ik verstrikt in mijn gedachten. Patiënten in de ggz zijn daar extra gevoelig voor. En als ze alleen zijn, worden hun wanen of achterdocht ook niet meer opgemerkt of genormaliseerd door andere mensen. Dat zag ik ook bij Neswa. Alsof het een uitspatting was na een lange tijd alleen zijn.”

Vooral nu corona voortduurt, maakt ze zich zorgen. Is dit het topje van de ijsberg? Gaan ze al die mensen die geïsoleerd thuis zitten straks nog zien in de crisisopvang en in de klinieken? Het is de angst van veel hulpverleners in de psychiatrie, volgens een woordvoerder van Nederlandse ggz, maar uit een rondvraag van de werkgeversvereniging blijkt dat de crisisdiensten het niet drukker hebben dan anders. Er was altijd al een tekort aan crisisbedden en dat is nog altijd zo.

Bij de crisisdienst in Amsterdam, waar Neswa terecht kwam voor ze werd opgenomen, was het aanvankelijk zelfs rustiger. Vooral omdat tien tot twintig procent van de op­names toeristen betrof, die in crisis raken door drank of drugs en slaapgebrek. Hoewel er nog steeds nauwelijks toeristen zijn, is het aantal crisisopnames terug op het niveau van voor de pandemie.

Je kunt dus zeggen dat we het drukker hebben dan voorheen, aldus Jeroen Zoeteman, psychiater bij de spoedeisende psychiatrie. “De crisisdienst heeft taken van de spoed­eisende hulp van het ziekenhuis overgenomen en we zien meer mensen bij wie de klachten tijdens de pandemie zijn toegenomen.”

Een golf van problemen

Hoewel psychiaters als Damiaan Denys waarschuwen dat de pandemie een golf van psychische problemen kan veroorzaken, verwacht Pols niet dat de crisisdiensten overspoeld zullen worden met nieuwe patiënten. “Corona zet iedereen stil. We wachten tot het stopt en ondertussen doen we niet waar we gelukkig van worden. Het is life on hold. Dat zorgt voor verveling en somberheid, maar worden we daar meteen ggz-patiënt van? Ik denk het niet.”

Wel spoort ze aan oog te hebben voor de gevolgen van de pandemie voor de sociale cohesie. Neem de openbare ruimte; die voelt al onvrij en onveilig door alle regels en controles. De manier waarop we ons gedragen, versterkt dat gevoel. Mensen die elkaar niet kennen, corrigeren ­elkaar – je houdt onvoldoende afstand! – of kijken weg om de ander niet te zien en zo afstand te creëren. Pols: “We gaan veel te achteloos om met het sociale leven. Zonder discussie schuiven we het belang van zingeving, contacten en een leefbare openbare ruimte aan de kant voor het risico op besmetting.”

In plaats van elkaar voortdurend als potentiële besmettingshaard te zien, raadt ze aan om na te denken over het vormgeven van een goed ­leven; met virussen én met elkaar. “Sociale contacten, ook de praatjes bij de bakker en de bushalte, lijken op de franje van het leven die we wel kunnen missen, maar dat is juist wat ons leven tot een goed leven maakt. Dat geldt voor iedereen, maar nog meer voor mensen met psychiatrische klachten. Zij hebben zorg nodig, die niet primair gericht is op genezen en handhaven van het leven op zichzelf, maar op een leven dat zo goed mogelijk is. Ook als er een pandemie is.”

Alles staat onder druk

Ook Van Delft valt het op hoe ­essentieel contact in deze tijd is voor het welbevinden van haar patiënten, voor iedereen eigenlijk. “Alles wat ons stabiel maakt en in balans houdt, staat onder druk: werk, sociale contacten, het zorg- en steunsysteem. Daarom moeten we de vinger aan de pols houden bij vrienden en familie, maar ook bij die eigenaar­dige buurman.”

Van Delft vindt het fijn om te zien dat er begrip is voor de zorg. Er werd zelfs geapplaudisseerd. De zorg kan het echter niet allemaal alleen, waarschuwt ze. Ook de geestelijke gezondheidszorg niet. “Wij kunnen een patiënt stabiliseren in de kliniek, maar als thuis de structuur, ­daginvulling en het contact met anderen wegvallen, dan redt iemand het niet met medicatie en een paar uur ambulante hulp.”

Om te voorkomen dat mensen met psychische klachten onderuit gaan, moeten dagbestedingsactiviteiten zo veel mogelijk doorgaan vinden Pols en Van Delft. Op afstand, in kleine groepen, met beschermende middelen, buiten en met de nodige creativiteit. Pols constateerde in haar onderzoek dat er sprake is van ‘essentieel sociaal’, een minimale hoeveelheid sociaal contact, die per persoon verschilt, maar die nodig is voor een minimale kwaliteit van leven. “Zeker als de situatie van thuisblijven langer duurt, is het handhaven van essentieel sociaal contact noodzakelijk om ernstige gezondheidsschade te voorkomen”, aldus Pols.

Neswa in haar kamer bij de kliniek van Mentrum in Amsterdam.Beeld Inge Hondebrink

Na een opname van twee maanden is Neswa in de spannende volgende fase beland. Met een strikt regime van op tijd eten, slapen, medicatie en therapie, heeft ze zichzelf in de kliniek hervonden. “Kijk, daar loopt een stralende vrouw, geen patiënte meer”, zegt Van Delft als ze Neswa ziet aankomen op de markt in de buurt van haar woning.

Opgetogen vertelt Neswa dat ze een uitnodiging heeft ontvangen om te solliciteren voor een buddyproject, waarvoor Van Delft haar aanmeldde. Ze kijkt ernaar uit om als buddy ­anderen met psychische klachten te gaan helpen, zegt ze op een toon die veel rustiger is dan bij het gesprek in de kliniek, een paar weken eerder. “M’n huis is fijn, maar zonder werk houd ik het niet uit. Zonder structuur en mensen om me heen, ben ik zo terug in de kliniek.”

De volledige naam van Neswa is bekend bij de hoofdredactie

Dit is het tweede deel in de serie ‘Gek van corona’. Dat onderzoekt de gevolgen van de coronacrisis voor de ggz. Er verschijnt een serie verhalen in deze krant, een podcast en een tentoonstelling in samenwerking met het Museum van de Geest.

Lees ook: 

Wat de pandemie met de ggz doet: ‘We werken al maanden in een overlevingsstand’

Corona heeft grote gevolgen voor de geestelijke gezondheidszorg. In een psychiatrische instelling in Etten-Leur zien ze dagelijks patiënten worstelen met de onzekerheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden