Kankerregistratie

Volgens de statistieken doet Nederland het bij maagkanker niet goed. Hoe kan dat?

Een kankerpatiënt wordt bestraald in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis. Beeld Lex van Lieshout, ANP

De overlevingskansen voor kankerpatiënten stijgen. Maar dat geldt niet voor alle patiënten.

De trend dat meer patiënten met kanker na vijf jaar nog in leven zijn, zet door. De verschillen zijn echter groot. Zo is bij maagkanker nauwelijks progressie geboekt; slechts 25 procent leeft vijf jaar na de diagnose nog. Een verbetering van slechts 2 procentpunten vergeleken met 1993. Waar ligt dat aan? En hoe kan het dat in Duitsland en België de overlevingskansen zo veel hoger zijn?

Het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) maakte maandag bekend dat van de Nederlanders die vijf jaar geleden de diagnose kanker kregen 65 procent nog in leven is. Dat is 1 procentpunt hoger dan in 2017. Maar dat gemiddelde zegt niets over de grote verschillen tussen de kankersoorten. Bij huidkanker overleeft ruim 90 procent de eerste vijf jaar, bij alvleesklierkanker is dat 5 procent. Toch boeken artsen ook daar progressie, want in 1990 was dat percentage nog maar 2. De minste vooruitgang is te zien bij maagkanker. Tussen 1990 en 2013 steeg de vijfjaarsoverleving slechts van 23 naar 25 procent.

Dat komt vooral omdat bij maagkanker vaak sprake is van uitzaaiing, zegt epidemioloog Rob Verhoeven, als senior onderzoeker bij het IKNL onder meer betrokken bij onderzoeken naar tumoren in de maag. “Bij de diagnose heeft 50 procent van de patiënten al een ongeneeslijke ziekte. Die zullen waarschijnlijk binnen vijf jaar overlijden. Van de andere 50 procent is ongeveer de helft 75-plus. Een groot deel van die groep is daardoor niet fit genoeg om de chirurgische behandeling te ondergaan die nodig is om een echte kans op genezing te krijgen.”

Fitter naar de operatiekamer

Toch zijn er wel ontwikkelingen gaande om de overlevingskans bij maagkanker te verhogen. Die richten zich onder meer op andere middelen bij de chemotherapie. Ook kijken onderzoekers hoe zij ervoor kunnen zorgen dat patiënten fitter de operatie ingaan.

Op korte termijn is de meeste winst te halen uit de centralisatie, waarbij de behandeling van een ziekte wordt geconcentreerd in een paar ziekenhuizen. “Het is lastig om daar nu al de effecten van te zien, want je moet eerst die vijf jaar doorkomen”, zegt Verhoeven. “We hebben wel hoopgevende signalen. De direct postoperatieve sterfte (sterfte kort na de operatie, red.) daalt en we zien een lichte stijging van de tweejaarsoverleving.”

Internationaal gezien doet Nederland het bij maagkanker niet goed. Terwijl in Nederland 25 procent van de patiënten met maagkanker na vijf jaar nog in leven is, is dat in Duitsland ongeveer 33 procent. België komt zelfs ruim boven de 40 procent uit.

Slechte zorg in Nederland?

Is de zorg in Nederland zo veel slechter? Niet volgens Otto Visser, hoofd kankerregistratie bij IKNL en de vicevoorzitter van het European Network of Cancer Registrations. “Een slechte registratie geeft in de cijfers een hogere overlevingskans dan een goede registratie”, zegt hij. Nederland is volgens hem goed in het verzamelen van data, wat zorgt voor een laag cijfer bij de vijfjaarsoverleving. Niet overal in Europa is de registratie goed op orde. Dat zou bijvoorbeeld kunnen verklaren waarom in Wallonië ongeveer 50 procent van de patiënten met maagkanker na vijf jaar volgens de cijfers nog in leven is. “Maar, zelfs als je rekening houdt met de verschillende registratiemethoden, dan nog zie je dat Nederland in een aantal gevallen wat minder scoort dan andere landen”, zegt Visser. “Vooral bij maagkanker is dat het geval. Hoe dat precies komt, weten we niet. Mogelijk zijn er wat agressieve subtypes in Nederland.”

Ook oncoloog Verhoeven heeft het antwoord niet. “De ruis in de statistieken speelt een rol, maar verder kunnen we de vinger er nog niet op leggen.”

Geen zaak meer van één ziekenhuis

Voor de behandeling van kanker is het van belang in welk ziekenhuis een patiënt belandt, stelt de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK). Vorige maand verscheen een onderzoek van het NFK waarin een op de vijf patiënten aangaf dat zij achteraf liever een ander ziekenhuis hadden gekozen en dat ruim de helft van de patiënten niet nadenkt over welk ziekenhuis het geschiktst is. Nu is er ook niet zoiets als een website waar patiënten ziekenhuizen kunnen vergelijken op kwaliteit van de kankerzorg. Volgens Visser is dat ook niet te doen. “De meeste verschillen tussen ziekenhuizen zijn zo klein dat je op basis daarvan niet kunt zeggen dat het een beter is dan het ander. Bovendien, bij de vijfjaarsoverleving kijk je terug. Als er verschillen zijn, gaat het dus om verschillen in het verleden. Wie zegt dat die verschillen er nu nog zijn?”

Daarnaast, zegt Visser, is de behandeling van kanker op dit moment geen zaak meer van één ziekenhuis, maar van meerdere die in de regio met elkaar samenwerken. Het een doet de diagnose, het ander de behandeling.

“Persoonlijk vind ik dat ik als patiënt overal in Nederland goede zorg moet krijgen”, zegt Visser. “Als een ziekenhuis mij niet kan behandelen, moeten ze dat zeggen en mij verwijzen naar een ziekenhuis dat beter is in bepaalde behandelingen.”

Lees ook:

Patiënten en artsen eisen meer aandacht voor gevolgen van kanker

Ex-kankerpatiënten kampen ook als de tumor weg is nog met ernstige klachten. Artsen en patiënten willen daar meer aandacht voor. 

Nieuwe kankerbehandeling: sus de tumor in slaap en schakel hem dan uit

Nederlandse oncologen hebben een nieuwe behandeling tegen kanker ontwikkeld. Met een links-rechtscombinatie gaat de tumor knock-out.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden