Interview Karlijn Roex

Verward? Dat is de bangmakerij van normalen

Beeld Patrick Post

Verwarde personen zijn niet gevaarlijk. De aanzwellende politiek van normaliteit is dat wel, stelt socioloog Karlijn Roex. Ze werd ooit zelf door de politie meegenomen als ‘verward persoon’. 

Het is op een zonnige septembermiddag dat Karlijn Roex, dan 19 jaar oud, in een politiecel belandt. Even daarvoor trekt ze nietsvermoedend, na uren blokken, de deur van haar studentenhuis achter zich dicht. Ze is toe aan een broodje. Als ze zich realiseert dat de sleutel nog binnen ligt, raakt ze volledig in paniek. Ze loopt al ver achter en haar studieboeken liggen binnen: daar gaat haar kostbare studietijd. Overstuur loopt ze een ouderenzorgcentrum binnen, begint een wanhopig relaas tegen de baliemedewerkster, zegt dat het haar allemaal te veel is, smeekt haar of ze een sloten­maker wil bellen. De baliemedewerkster belt geen slotenmaker, maar de politie.

Het is de eerste keer, schrijft Roex, dat de ‘politiek van de normaliteit’ zo luid aan haar deur klopt en onuitwisbare sporen achterlaat. Het zou nog zo’n zeven keer gebeuren.

Inmiddels is Roex 30, en gepromoveerd socioloog. Naast haar proefschrift werkte ze de afgelopen jaren onophoudelijk aan haar eerste boek ‘In verwarde staat’. Elke keer als ze een krantekop las met het woord ‘verward’ erin, ging er een golf bezorgdheid door haar heen: ze voelde een morele plicht om dit boek te schrijven. “Je moet bedenken, ik stond hier aan de ongunstige kant van het debat.”

U schaart zichzelf tot de ‘abnormalen’, schrijft u. Wanneer ontdekte u dat?

“Eigenlijk heb ik niet zozeer mijzelf daaronder geschaard, maar hebben anderen dat gedaan. Ik zat op de opvang voor moeilijk opvoedbare kinderen. Dat is niet goed, wist ik. Ik dacht: was ik maar een ander kind, was ik maar normáál. ­Eigenlijk zou je zelfs kunnen zeggen dat ik niet eens weet hoe het zou zijn als mensen niet zouden zien dat ik abnormaal ben.

“Ik was deze zomer in Japan en vond dat heel confronterend. Iedereen uit het Westen die daarheen gaat, zegt: je bent opeens buitenstaander. Maar voor mij was het niet bijzonder anders dan in Nederland. Ook hier zweef ik tussen codes en manieren van doen, raak ik daarin verdwaald. Want wat normaal is, is iets stilzwijgends, het is een sociaal bouwwerk: je moet het aanvoelen en begrijpen, en dan hoor je erbij.

“Ik moest in Japan denken aan Foucault, die in zijn boek ‘De geschiedenis van de waanzin’ schrijft over de waanzinnigen die op boten werden weggestuurd. Ze werden verbannen, schrijft hij, naar de leegte tussen landen, waar ze voor altijd inwoner van géén land, altijd zwevende maar nergens thuis. Ik dacht: wauw, dat is eigenlijk precies wat ik voel. Wat Foucault beschrijft, is nog steeds aan de orde. We zijn eeuwenlang verjaagd, hebben nooit echt een plek mogen hebben in de samenleving.”

In Nederland toch wel? Al meer dan tien jaar zijn we hier bezig patiënten vanuit de bossen en instellingen terug de brengen de maatschappij in.

“Dat klopt, maar die ambulantisering heeft mij dus juist cynisch gemaakt. Achter de mooie boodschappen klinkt toch nog steeds: liever niet bij ons. Mensen zijn welkom, maar alleen als het makkelijk is – als ze maar geen gedrag vertonen dat we niet begrijpen. Het is een schijngastvrijheid.”

Daar speelt de ‘politiek van de normaliteit’ een rol in, betoogt Roex in haar boek. Er is volgens haar een gevaarlijke big-brother-achtige situatie ontstaan, waarin burgers die denken te helpen vrijwillig meewerken aan het disciplineren van mensen die afwijken. Verward gedrag moet op tijd ‘gemeld’ worden, anders loopt het uit de hand, is de gedachte. Mensen kunnen speciale telefoonnummers bellen als ze een verward persoon tegenkomen, er was een campagne om alert te zijn op verward gedrag.

Karlijn Roex Beeld Patrick Post

De term ‘verward persoon’ komt van de politie, die sinds 2011 overlast door een zeer diverse groep mensen (van verdwaalde dementerenden tot psychiatrisch patiënten) registreert als E33-melding. Die meldingen nemen al jaren toe. Rond diezelfde tijd begint de term op te duiken in beleidsstukken, reconstrueert Roex. Als Bart van U. als ‘verwarde man’ oud-minister Els Borst vermoordt, raakt de denkfout verward = gevaarlijk breder verspreid, ziet de sociologe.

Waarom zijn verwarde personen niet gevaarlijk volgens u?

“De E33-melding is bedacht als tussencategorie, om mensen te registreren die geen strafbaar feit plegen, maar volgens hun omgeving wel problemen veroorzaken, of zelf een probleem hebben. Niemand weet echt in hoeveel procent van de meldingen het verwarde gedrag gewelddadig is. Ik citeer in mijn boek een politiechef die zelf zegt dat een groot deel van de meldingen helemaal niet om geweld gaat. Zij ziet in de cijfers uit de hand gelopen liefdesverdriet, burenruzie, heel erg luid zijn op straat. Uit onderzoek van Bauke Koekkoek (dat binnenkort verschijnt, red.) blijkt hetzelfde. 

“We hebben hier te maken met een heel vage definitie én vage statistiek, op basis waarvan je niet kunt concluderen dat verwarde personen gevaarlijk worden als ingrijpen uitblijft. Maar het is zo’n wijdverbreide aanname geworden dat wie het tegenovergestelde zegt, zich nu moet verdedigen. De keren dat ik een paniekaanval kreeg, begon ik te schreeuwen en te huilen. Ik heb weleens teruggehoord dat mensen dat bedreigend vonden. Omdat het luid was, niet omdat ik zei: ik ga je dit of dat aandoen. Toch werd de politie op mij afgestuurd, terwijl ik gewoon een kop thee nodig had. De politiek van de normaliteit is dat we ons bij verwarden afvragen wanneer ze gevaarlijk gaan worden, maar nooit bij normalen.”

Is er dan helemaal geen ‘verwarde-personenprobleem’?

“Mensen construeren het verkeerde probleem. Er wordt gedaan of er allerlei mensen gaan ontploffen als er niet een heel normaliserend correctieteam omheen staat. Dat is een schijnprobleem. Dat is nou bangmakerij. Een echt probleem is dat de relatie stuk is tussen wat we normaal en abnormaal zijn gaan noemen. Dat normaal nog steeds niet met abnormaal kan leven, en dat daaruit een angstdebat is ontstaan. Een ander echt probleem is dat er mensen zijn die hulp zoeken en dat niet krijgen door wachtlijsten in de ggz. Maar ook dat er mensen zijn die in deze samenleving geen ruimte krijgen om even een stap terug te doen, even niet productief te zijn. Nu moeten we allemaal meedoen in hetzelfde stramien, dat klinkt heel emancipatoir, maar is dat niet.”

Maar we leven toch in een land dat diversiteit viert, waar je – meer dan in veel andere landen – anders mag zijn?

“Klopt, maar als je in een psychose ronddoolt, wartaal uitstoot of spontaan mensen aanklampt, dan krijg je te maken met een zekere handhaving van de normaliteit, die de meerderheid niet ervaart en dus ook niet ziet. De politiek van de normaliteit is bijvoorbeeld het besluit om mensen die niet vrijwillig meegaan met het zogenaamd humane verwardenvervoer te kalmeren met medicatie om ze alsnog gedwongen uit het straatbeeld te poetsen. Het lijkt allemaal zachtzinniger dan vroeger, toen mensen die afweken in kerkers werden gestopt, maar het is niet minder ingrijpend. Macht is steeds subtieler geworden, schrijft Foucault, en omdat het minder in het oog springt, gebruiken we het makkelijker.”

Op de één of andere manier kent onze samenleving altijd wel een groep waarop angst geprojecteerd wordt – of dat nu terecht is of niet. Hoe komt dat?

“Als ik heel ver terugga, hebben we een systeem gecreëerd waarin we steeds centraler bestuurd worden. Eerst lokaal zelfbestuur tot de nationale staat die we nu kennen. Dat is heel efficiënt op sommige punten, maar tegelijk zorgt het voor het probleem dat degenen die ons besturen niet altijd overal zijn, maar wel moeten weten wat er gebeurt. Het komt hun daarom goed uit als mensen zich zo overzichtelijk en voorspelbaar mogelijk bewegen en gedragen.

“In de geschiedenis zie je dat nomadische volken, mensen die niet echt binnen de staat passen en niet goed regeerbaar zijn, de doelwitten worden van angst, omdat ze de overzichtelijke samenleving bedreigen. Dat is ook aan de orde met verwarde personen.

Beeld Patrick Post

“Toen ik in Japan was zag ik daar hetzelfde probleem. Daar heb je de hikikomori, grof gezegd het equivalent van de verwarde personen. Het is een groep vaak jonge mensen die zegt: dag samenleving, ik sluit mij op in mijn eigen huis, ik doe niet mee aan werk of school. Net als in Nederland is in Japan een angstdiscours ontstaan. ­Iedere keer dat er een geweldsincident is, dan hebben de hikikomori het gedaan.”

U ageert in uw boek tegen wij-zijdenken. Maar u maakt zelf ook onderscheid, namelijk tussen de superieure ‘normalen’ die ‘abnormalen’ onderdrukken. Is dat niet juist extra polariserend?

“Dat is een terechte vraag, ik heb er zelf ook mee geworsteld. Uiteindelijk wil ik van alle binaire categorieën af, wil ik erkennen dat we allemaal één zijn. Maar in deze samen­leving is er nu eenmaal een scheiding ontstaan tussen normaal en abnormaal, die ik meer beschrijf als sociaal effect dan als natuurgegeven. Ik neem het over uit het discours dat er al is, en grijp het wapen dat altijd tegen mij is gebruikt nu om mijzelf mee te verdedigen. Polariseren gebeurt al heel lang. Maar pas – en dat gaat ook op voor racisme – als degene aan de ongunstige zijde dat zichtbaar maakt, door het over te nemen en aan te kaarten, ben je aan het polariseren.”

Wat als u de relatietherapeut zou zijn die de relatie tussen normaal en abnormaal weer moest lijmen…

“Willem Schinkel, een andere socioloog, zei al dat de criticus altijd een dubbele taak krijgt: wakker schudden en meteen de oplossing bieden. Eigenlijk is dat mijn taak niet, want ik wil mensen vooral bewustmaken van een probleem en dan moeten zij aan het werk.”

Dus eigenlijk mag ik deze vraag niet stellen? Ziet u dit ook als een teken van onderdrukking?

“Nee, ga gerust je gang. Maar het moet wel duidelijk zijn dat dit geen probleem is dat ik zelf gecreëerd heb en waar ik dus een oplossing voor moet bedenken. Als we naar een samenleving willen waarin iedereen elkaar gelijk behandelt en accepteert buiten de regeerbare hokjes, dan moeten we met elkaar handelen alsof we al in zo’n samenleving leven. Misschien moet de overheid eens wat minder doen, en wij wat meer door ruimte aan elkaar te bieden.”

Is het niet positief dat er veel mensen, beleidsmakers en agenten met goede bedoelingen zijn die verwarde personen willen helpen?

“Ja, dat en geeft mij ook hoop. Het is eigenlijk alsof er een auto opeens in een middeleeuws dorp staat. De dorpelingen hebben geen idee waar dit stuk techniek voor dient, en vinden het wellicht wat eng. Niet de auto is gevaarlijk, maar de onwetendheid van de dorpelingen óver die auto. Maar met mijn boek wil ik mensen ervan bewust maken dat ze opgeslokt kunnen worden door hun eigen projecties, terwijl ze een zogeheten verward persoon denken te helpen.

“Ik kom veel defensieve redders tegen, die voor mij definiëren wat er aan de hand is. Zo van: jij gaat jezelf beschadigen en ik ga jou helpen. Maar een helper is juist iemand die gewoon vraagt: wat heb je nodig? Om die onvoorspelbare interactie in te gaan, moeten we eerst stoppen met dat discours over verwarde personen, met de bijbehorende etiketjes, stappenplannen en toekomsthypothesen.

“Laten we erkennen dat we niet ieder gedrag hoeven te begrijpen. Juist niet-weten kan een poort zijn naar interesse, liefde en compassie, zei de boeddhistische denker Haemin Sunim.” 

Karlijn Roex
In verwarde staat. Kritiek op een politiek van normaliteit
Lontano; 304 blz. € 24,90

Lees ook:

Het debat over verwarde personen ontward

De termen ‘verward persoon’ en ‘terrorist’ lopen in elkaar over, merkt Bauke Koekkoek. Hij ontwart de begrippen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden