Pleegzorg

Veel pleegouders stoppen omdat ze niet goed worden worden ondersteund: ‘Wij zijn geen robots’

Beeld Suzan Hijink

Pleegouders vinden dat ze te weinig ondersteuning krijgen, voelen zich niet serieus genomen en hebben slechte ervaringen met jeugdbeschermers. Zij stoppen daarom met het pleegouderschap.

Ruim de helft van de pleegouders die stoppen met het pleegouderschap, doet dat vanwege voor hen ongewenste omstandigheden. Ze lopen aan tegen problemen met het zorgsysteem, zoals een gebrek aan ondersteuning, negatieve ervaringen met jeugdbeschermers en slechte samenwerking tussen zorgprofessionals. Ook de problematiek van het pleegkind of een moeizame relatie met de biologische ouders zijn redenen om te stoppen.

Dat blijkt uit onderzoek van het Nederlands Jeugdinstituut, de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen en Jeugdzorg Nederland, dat vandaag verschijnt. 542 pleeggezinnen die in 2017 en 2018 stopten, namen deel aan een uitgebreide enquête. Met twintig pleeggezinnen werden aanvullende gesprekken gevoerd. In perspectief: in 2018 stopten 2317 pleeggezinnen.

Als een kind niet meer thuis kan wonen, heeft in Nederland de opvang in een pleeggezin de voorkeur. In 2018 woonden 22.741 kinderen voor korte of lange tijd bij in totaal 16.534 pleegouders. Volgens Jeugdzorg Nederland wachten zevenhonderd kinderen op een plek in een gezin.

Voor pleegkinderen is stabiliteit het sleutelwoord

Als pleeggezinnen stoppen met pleegouderschap, zijn kinderen daarvan vaak de dupe. Voor pleegkinderen is stabiliteit in hun thuissituatie het sleutelwoord. Vooral voor jonge kinderen kunnen wisselingen van verzorgers voor hechtingsproblemen en ongunstige ontwikkeling zorgen.

Uit de enquête blijkt dat een op de vijf pleeggezinnen stopt om ‘natuurlijke redenen’, bijvoorbeeld omdat een pleegkind achttien wordt of omdat pleegouders de pensioengerechtigde leeftijd bereiken. Ook ziekte, verhuizing of bijvoorbeeld financiële problemen kunnen een reden zijn.

Voor de onderzoekers zijn vooral de pleegouders die voortijdig stoppen om voor hen ongewenste redenen interessant. Dat zij stoppen, heeft verregaande gevolgen voor de pleegzorg in Nederland, concluderen de onderzoekers. Het draagt bij aan een groeiend tekort aan pleeggezinnen. Nu is de in- en uitstroom van pleeggezinnen nagenoeg gelijk, terwijl het tekort aan pleeggezinnen vraagt om zowel nieuwe instroom als het behoud van huidige pleeggezinnen.

Het wegvallen van pleeggezinnen leidt tot meer werkdruk bij pleegzorgorganisaties, en dat heeft weer negatieve effecten op andere pleegouders. In het onderzoek noemen gestopte pleegouders de voortdurende wisselingen onder (pleeg)zorgpersoneel als een van de redenen voor het beëindigen van het pleegouderschap.

‘Als we beter ons best doen, worden meer pleeggezinnen behouden’

Niet alle ‘stoppers’ doen de deur definitief dicht. Een deel overweegt in de toekomst weer een kind op te vangen. Zij geven aan dat dan eerst de eigen gezinssituatie moet wijzigen, of vinden dat het (pleeg)zorgsysteem veranderd moet zijn. “Als we nog beter ons best doen kunnen meer pleeggezinnen behouden worden”, concludeert directeur Peter van der Loo van de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen. Zorgen voor een betere match tussen kind en gezin, noemt hij een goed advies. Net als een betere samenwerking tussen zorgprofessionals en pleegouders.

Goede begeleiding van pleegouders is volgens de onderzoekers belangrijk. Van der Loo beaamt dat. “Dat kwetsbare pleegkinderen voorrang krijgen bij een zorgvraag vind ik ook goed een idee.”

Gestopte pleegouders zijn kritisch over de nazorg die wordt geboden door pleegzorginstellingen. Een op de vijf gezinnen geeft aan dat er geen enkele vorm van afronding was, nadat de pleegzorg stopte. Brancheorganisatie Jeugdzorg Nederland erkent dat de nazorg tekortschiet. 

Want waarom stoppen pleegouders? Die vraag stelden onderzoekers aan pleeggezinnen die in 2017 en 2018 stopten met het pleegouderschap. Twee pleegouders die om voor hen ongewenste omstandigheden stopten, vertellen hun verhaal. 

‘We hebben gevraagd om bemiddeling, maar dat lukte niet’

Voormalig pleegouder (43) uit het westen van het land

Als het kan, groeien kinderen die niet thuis kunnen blijven, op binnen het netwerk van de biologische ouders. Zo werd dit pleeggezin gevraagd of ze een neefje wilden opvangen.

“Bij netwerkpleegzorg, zoals ze dat noemen, gaat alles sneller. Er is sprake van een crisissituatie en er wordt gekeken of familie beschikbaar is voor pleegzorg. We kenden het mannetje (toen 1 jaar oud) redelijk goed en stonden welwillend ten opzichte van opvang. Op dat moment was het beeld zonnig: de moeder zou een actieve rol krijgen bij zijn verzorging en de doelstelling was dat ons neefje bij haar zou terugkeren.”

En zo was het stel plots pleegouders. “Of het toen te snel ging weet ik niet, maar dat we langer hebben nagedacht over stoppen dan over beginnen is een feit. We werden slechts beperkt begeleid. We kregen het gevoel dat we vooral een instrument waren, een oplossing voor het kind. We waren solidair met de moeder en wilden samenwerken aan een terugkeer. Maar tegelijkertijd werd ons door zorgprofessionals gevraagd of we onze ogen konden openhouden om bepaalde zaken bij de moeder te signaleren. Dat botste.”

Deze pleegouders stopten na twee jaar, omdat bleek dat de jongen niet terug kon naar zijn moeder. “De moeder had daar geen begrip voor en wilde daarom ook niet dat hij bij ons bleef. Toen het perspectief voor ons neefje veranderde, had ik graag meer hulp gehad. We hebben gevraagd om bemiddeling tussen ons en de moeder bijvoorbeeld, maar dat lukte niet. Ons contact met haar werd steeds ingewikkelder en als we eens in de zes weken overleg hadden, zat de kamer vol met hulpverleners. Dat had achteraf bezien veel beter gekund. Gemoeten.”

Het neefje belandde uiteindelijk bij een ander pleeggezin. “Het goede nieuws is dat hij nu een fijne plek heeft, maar het contact tussen ons en een deel van de familie is verbroken”, zegt deze pleegouder. “Wat ik niet snap, is dat er helemaal geen nazorg werd geboden. Er kwam geen voorstel om achteraf met elkaar om de tafel te gaan zitten. Ook hadden we graag tips gekregen wie te bellen bij moeilijkheden. Nu staan we allemaal met lege handen.”

Het verhaal van deze pleegouder sluit aan bij de conclusies van het onderzoek naar de redenen waarom pleegouders stoppen. “Wij pleegouders zijn geen robots, maar mensen met gevoelens. We staan nog steeds open voor het pleegouderschap, maar het pleegzorgsysteem, bijvoorbeeld begeleiding en nazorg, moet eerst verbeteren. En de wirwar aan hulpverleners zou transparanter kunnen.”

TRAJECT OM UITVAL TEGEN TE GAAN

542 pleeggezinnen die in 2017 en 2018 stopten met het pleegouderschap, namen deel aan een onderzoek uitgevoerd door het Nederlands Jeugdinstituut, de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen en Jeugdzorg Nederland. Het onderzoek is onderdeel van een langlopend traject om de uitval van pleeggezinnen tegen te gaan. Deelnemers aan het onderzoek werd gevraagd of ze wilden meewerken aan dit artikel, waarop Trouw met twee van de gestopte pleeggezinnen sprak. Deze verhalen zijn geanonimiseerd ter bescherming van de (minderjarige) pleegkinderen en hun familie. De gegevens van de pleeggezinnen zijn bij de hoofdredactie bekend. 

‘Binnen een jaar ging het fout’

Voormalig pleegouder (56) uit het midden van het land

“Samen met mijn partner zouden we in de toekomst misschien wel weer een pleegkind willen opvangen. De ruimte in ons hart is er. Maar ik wil erop kunnen vertrouwen dat als het met een pleegkind toch niet goed gaat, er goede vervolgzorg is. Nu is dat zo slecht geregeld dat ik niet opensta voor het pleegouderschap. Ik heb mijn taak gedaan.”

Het pleegouderschap van dit gezin stopte op ongewenste wijze. Dat gebeurt in meer dan de helft van de gevallen, blijkt uit nieuw onderzoek. Hierdoor is de in- en uitstroom van pleeggezinnen nagenoeg gelijk, terwijl er meer pleeggezinnen nodig zijn in Nederland. Veel gestopte pleegouders ervaren contact met voogden en jeugdbeschermers als negatief. Ook deze pleegouder.

“We vingen twee kleine kinderen op, een jongen en een iets ouder meisje. Binnen een jaar ging het fout. De gezinsvoogd, iemand van jeugdbescherming, was bezig met een traject om de kinderen op termijn terug te laten keren naar hun biologische moeder. Maar het liep helemaal mis in de communicatie, want zowel de pleegzorginstelling als wij wisten niet van dit traject. De biologische moeder hield haar dochter tijdens bezoeken voor dat ze terug naar huis mocht. Haar kamertje was al ingericht. Het meisje verlangde enorm naar een terugkeer naar haar moeder, maar dat kon helemaal niet. Ze raakte verscheurd en werd heel opstandig, brak bij ons de boel af. De situatie was zo uitputtend dat het meisje na anderhalf jaar weg moest. Ze raakte verzeild in een wirwar van pleeggezinnen en een internaat en moest er ondertussen zelf achterkomen dat haar moeder niet voor haar kon zorgen.”

De voormalige pleegouder zucht. “Ik vind dat we in Nederland onvoldoende proactief handelen. Je weet dat veel van deze kinderen een trauma hebben. Daarvoor moet meer en sneller ondersteuning zijn, voor zowel pleegkind als pleegouder.”

De jongen, een relatief complex pleegkind met een lichte verstandelijke beperking, bleef tot zijn vijftiende bij dit pleeggezin. “Hij had al eerder een intensieve zorgplek nodig, maar er was nergens plaats. Niemand wilde hem. Er was alleen ambulante ondersteuning. Je loopt vast in hokjes en wetten, dan weer de jeugdwet, dan wlz (Wet langdurige zorg, red). Ondertussen hebben we vier gezinsvoogden versleten en ben ik het uiteindelijk maar zelf gaan regelen als voogd. Mijn moeilijkste besluit was dat hij niet meer thuis kon wonen, terwijl er ook geen passende plek te vinden was. Nu zit hij op een crisisplek.

“Dat moet anders worden geregeld in Nederland. Geef pleegkinderen bijvoorbeeld voorrang, als er hulp gevraagd wordt. In Nederland willen we heel graag pleeggezinnen. Investeer daar dan ook in.”

Lees ook:
Als een pleegkind niet juichend in je armen valt

Een gehavend kind dat jij weer op de rails kunt zetten – pleegouders beginnen vaak met hooggestemde idealen aan hun nobele taak. Zo ook journalist en schrijver Anna Krijger, sinds zes maanden pleegouder van een jongetje van vier. De realiteit is vaak anders. En dan zijn er ook nog de biologische ouders.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden