Wachtlijsten

Tien maanden wachten op jeugdzorg: hoe komt dat toch?

Sympathisanten van Charlotte Bouwman vormen een wachtrij in de hal van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Bouwman bivakkeert al ruim een week in de hal uit protest tegen de wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg.  Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Sympathisanten van Charlotte Bouwman vormen een wachtrij in de hal van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Bouwman bivakkeert al ruim een week in de hal uit protest tegen de wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

De wachtlijsten in de jeugdzorg zijn schrikbarend lang, blijkt ook weer uit een onderzoek van stichting Het Vergeten Kind. Hoe komt dat toch? Een toelichting van experts.

Kinderen die jeugdzorg nodig hebben, wachten gemiddeld ruim tien maanden voordat ze die krijgen, blijkt uit een steekproef die stichting Het Vergeten Kind, een organisatie die opkomt voor de belangen van kinderen met een moeilijke thuissituatie, woensdag publiceerde. Het onderzoek is klein, 31 kinderen en 120 hulpverleners vulden de vragenlijsten in. Maar experts denken dat het getal best wel eens zou kunnen kloppen. Ook zij maken zich ernstig zorgen over de gevolgen van die lange wachtlijsten. Wat weten we over deze problemen? Hoogleraar jeugdrecht Mariëlle Bruning van de universiteit Leiden, en psycholoog en lector residentiële jeugdzorg van de hogeschool leiden Peer van der Helm leggen het uit.

De wachtlijsten

Hoewel vaak wordt gesproken over de lange wachtlijsten in de jeugdzorg, en dan met name in de complexe jeugdpsychiatrie, waar bijvoorbeeld kinderen met ernstige depressies en eetstoornissen terecht komen, zijn er eigenlijk geen volledige cijfers over hoe lang die precies zijn. “Dat wordt niet structureel bijgehouden”, zegt Bruning. “In die zin is dit onderzoek van stichting Het Vergeten Kind belangrijk. Al is het nog wel redelijk klein.”

De conclusie verbaast haar niet. Eerder bleek immers al uit onderzoek naar gedwongen jeugdhulp, waarvan sprake is als er bijvoorbeeld mishandeling plaatsvindt thuis, dat het gemiddeld ongeveer acht maanden duurt voordat een kinderrechter uitspraak doet en de begeleiding op gang komt. Bruning: “En dan gaat het dus nog niet om passende zorg, dat kan nog veel langer duren.” De tien maanden die Het Vergeten Kind noemt, passen in dat beeld, denkt ze.

De gevolgen

Van der Helm ziet als hoofd onderzoek bij Fier, een organisatie die onder meer slachtoffers van seksueel geweld opvangt, in de praktijk hoelang ernstig getraumatiseerde jongeren soms moeten wachten, en wat dat met hen doet. Wachttijden om te kunnen beginnen met traumatherapie zijn niet zelden een jaar. “Als een kind een agressieve vorm van kanker heeft, dan krijgt het zo snel mogelijk zorg. De situatie van de cliënten die ik tegenkom is op eenzelfde manier levensbedreigend. Zoals je bij kanker niet wilt dat er uitzaaiing ontstaat, wil je ook niet dat de PTSS erger wordt. Zonder behandeling gaat dat doorwoekeren en krijg je hernieuwde traumatisering. Vorige week heb ik aan de staatssecretaris een brief gestuurd met alle kinderen die ik uit mijn eigen netwerk ken die de afgelopen drie jaar zijn overleden bijvoorbeeld suïcide of een eetstoornis. Daar staan 35 namen op. Dit duldt geen uitstel.”

Natuurlijk zijn de gevolgen minder ernstig waar het om lichtere zorg gaat, zoals begeleiding bij dyslexie, zegt Bruning. Maar ook zij maakt zich zorgen over de jeugd-ggz. Als je suïcidaal bent, of een eetstoornis hebt, is elke dag dat je op hulp wacht er één teveel.”

De oorzaken

Dat de wachtlijsten zo lang konden worden dat levensgevaarlijke situaties ontstaan, heeft volgens zowel Bruning als Van der Helm in de eerste plaats te maken met geld. Toen de gemeenten in 2015 verantwoordelijk werden voor de jeugdzorg, ging dat gepaard met een fikse bezuiniging. “Het heeft geleid tot een kaalslag”, zegt Van der Helm.

Net als Bruning ziet hij dat de gemeenten, die kampen met forse tekorten, vaak te weinig zorg inkopen. Maar ook de organisatie van de jeugdzorg speelt volgens hem een rol. Doordat gemeenten zelf bepalen welke zorg zij inkopen, komt het ook voor dat het aanbod simpelweg niet aansluit op de vraag. Zo maakte hij zelf onlangs vanaf de zijlijn mee hoe een jongere in haar gemeente niet de intensieve begeleiding kon krijgen die ze nodig had en daarom de crisisopvang in en uit werd gestuurd. “Al die tijd waren er clubs die haar konden bieden wat ze nodig had”, zegt hij. “Maar die stonden niet onder contract bij de desbetreffende gemeente.” Het duurde een half jaar voordat een oplossing was gevonden, met hulp van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG).

Ook de marktwerking draagt bij aan de problemen in de jeugdzorg, denkt Bruning. “Er zijn veel zorgaanbieders die lichtere zorg bieden en daarmee veel winst maken, terwijl de instellingen die zwaardere zorg leveren alleen maar verlies maken.” Het stimuleert zorgaanbieders niet bepaald zich te specialiseren in de complexe jeugdzorg, denkt ze. Juist in de jeugd-ggz moet elk dubbeltje drie keer worden omgedraaid, en zijn de personeelstekorten enorm.

Wat is er nu nodig?

Vorige week concludeerde een commissie van wijzen die zich in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid en de VNG over de financiële tekorten in de jeugdzorg boog, dat het Rijk de gemeenten miljarden per jaar meer moet gaan betalen. Als dat advies inderdaad wordt uitgevoerd, zou dat een belangrijke stap zijn, denkt Bruning. Dan is volgens haar wel van belang dat het extra geld ook echt wordt besteed daar waar de problemen het grootst zijn. In de jeugd-ggz en in de jeugdbescherming.

“Maar er is meer nodig”, zegt ze ook. “Het is van belang dat er in de politiek een discussie op gang komt over de vraag: wat is eigenlijk allemaal jeugdzorg? Nu moet van het jeugdzorgbudget ook dyslexiezorg, of paardencoaching worden betaald. Voor sommige vormen van jeugdzorg kan wellicht een ouderlijke bijdrage worden gevraagd.”

Ook Van der Helm ziet het belang van die discussie. “Gemeenten hebben de poorten wagenwijd opengezet voor alle vormen van hulp. Er zijn behoorlijk veel mensen met lichte problemen die nu veel zorg krijgen. Uiteindelijk is er dan simpelweg minder geld beschikbaar voor de zwaardere gevallen.”

Lees ook:

Aantal crisismeldingen in jeugd-ggz tot 60 procent gestegen. ‘Er moet nú iets gebeuren’

De jeugd-ggz staat onder druk. Het aantal crisismeldingen is de afgelopen maanden met 30 tot 60 procent gestegen, blijkt uit een rondvraag van de Nederlandse ggz. ‘Er moet nú iets gebeuren.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden