null Beeld

ColumnBert Keizer

Spreken we bij abortus over een kind of een foetus?

Bert Keizer

Jaren geleden ontmoette ik mevrouw D. Haar man was in ons verpleeghuis opgenomen. Hij was een lieve vent, ook in zijn dementie. Ze vertelde wat hun overkwam eind 1944. Ze woonden in Amsterdam. Haar man was een ritselaar die ook in de hongerwinter zorgde dat er eten in huis was. Ze was zwanger. Ze werden gewaarschuwd door mensen uit ‘doorgaans goed ingelichte kringen’ dat Amsterdam waarschijnlijk belegerd zou worden in een vreselijke eindstrijd. De stad zou mogelijk in puin geschoten worden. Kortom, het was onverantwoord om onder dergelijke omstandigheden een kind op de wereld te zetten. Ze besloten tot abortus. Keurig uitgevoerd door een arts, meneer had overal connecties. Amsterdam werd helemaal niet aan puin geschoten. Maar dat kind bleef ongeboren. Het was een jongetje en ondanks hun twee later geboren kinderen konden ze hem hun hele leven niet vergeten.

In Trouw van 11 juni lees ik dat het recht op abortus niet alleen in Amerika onder druk staat. Ook in Europa wordt eraan gemorreld. De discussie over dat recht lijkt moeilijk in goede banen te leiden omdat voor- en tegenstanders het niet eens zijn over de status van het af te breken leven. Voor mevrouw D. ging het om een kind. Voorstanders van abortus vinden dat het om een foetus gaat, een mens-in-wording, nog geen kind.

We moeten toch kunnen aangeven wat zich in die eerste weken in de baarmoeder bevindt?

In The Times Literary Supplement van 27 mei schreef Regina Rini hoogleraar filosofie in Toronto, een verhelderende beschouwing over de status van ‘het ongeboren leven’. Dat is hoop ik neutraal genoeg aangeduid.

Rini stelt dat een voorstander van abortus liever niet spreekt over ‘een kind’ dat geaborteerd wordt. Maar als een gewenste zwangerschap eindigt in abortus, zoals bij mevrouw D., dan spreekt men juist wel graag over een kind en niet over ‘een foetus’. Moeten we dan zeggen dat de status van de foetus of het ongeboren leven afhankelijk is van de vraag of het om een gewenste of een ongewenste zwangerschap gaat? Maar we moeten toch eenduidig kunnen aangeven wat zich in die eerste twaalf of twintig weken in de baarmoeder bevindt?

Je komt hier niet uit door je alleen te concentreren op de intrinsieke eigenschappen van ongeboren leven. Dat het waarschijnlijk pijn kan voelen is niet onderscheidend, want dat kan een kip of een koe ook en hun dood baart ons geen zorgen. Dat er naast sensaties van pijn of plezier nog geen geestelijk leven is kun je niet aantonen, maar ook niet weerleggen. Rini vindt dat je er langs deze weg nooit achter komt wat ongeboren leven eigenlijk precies is.

Het web van menselijke verhoudingen waarin de foetus zich bevindt

Je komt hier misschien wel uit door te letten op extrinsieke eigenschappen, oftewel relaties. Hier zijn een paar extrinsieke relaties: een foetus bevindt zich in het lichaam van een ander mens, wordt verlangend bezien door de aanstaande ouders, heeft de gretige toestemming van een vrouw om zich in haar lichaam te bevinden, is het gekoesterde onderwerp van vele familiegesprekken. Als een foetus onderdeel is van een dergelijk web van relaties dan is er sprake van een vreugdevolle zwangerschap. Een spontane abortus, een miskraam, is dan een intens verdrietige gebeurtenis. De pijn van mevrouw D. was des te schrijnender omdat er niks spontaans aan was.

Een foetus is echter niet per definitie onderdeel van zo’n heerlijk web. Onder heel andere omstandigheden kan een foetus angstig worden gadegeslagen door een vrouw die haar leven op onomkeerbare wijze veranderd ziet in een richting die zij niet wenst. Het is immers niet zo dat een vrouw na de conceptie meteen moeder is en de foetus meteen een kind. Want als je het zo stelt dan is elke zwangerschapsafbreking inderdaad een misdaad. Je lost dit niet op door te zoeken naar wat de foetus eigenlijk is. De oplossing is een blik op de extrinsieke eigenschappen, het web van menselijke verhoudingen waarin de foetus zich bevindt. Die extrinsieke eigenschappen hebben ook moreel gewicht. Dat wil zeggen dat de status van de foetus, of het ongeboren leven, wel degelijk afhankelijk is van de vraag of het om een gewenste of een ongewenste zwangerschap gaat. Deze redenering past echter verdacht goed bij wat ik toch al dacht: abortus moet soms kunnen. Ik vraag me af of het ook zo overtuigend klinkt voor de tegenstanders.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden