InterviewElnathan Prinsen

Psychiater Elnathan Prinsen: ‘Nederland is het beste land als je psychische problemen hebt’

 Elnathan Prinsen: ‘De meeste ziektes zijn chronisch. In de psychiatrie is dat niet anders: patiënten moeten ermee leren leven.’ Beeld Bram Petraeus
Elnathan Prinsen: ‘De meeste ziektes zijn chronisch. In de psychiatrie is dat niet anders: patiënten moeten ermee leren leven.’Beeld Bram Petraeus

Psychiaters klagen onderling volop, maar hun voorman Elnathan Prinsen is vooral trots op wat is bereikt in zijn vak. Zijn voornaamste zorg: hoe de samenleving mensen met een mentaal probleem uitsluit.

Jeroen den Blijker

Er wordt veel gemopperd in de achterban van Elnathan Prinsen, die vandaag tijdens een congres voor psychiaters afscheid neemt als voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP). Psychiaters zuchten onder de werkdruk, klagen over het gebrek aan autonomie en gemis aan patiëntencontact. Ze mopperen over administratieve lasten, over zorgverzekeraars en het zorgstelsel. Het vak zou zelfs gereduceerd zijn tot ‘een louter zakelijke dienstverlening’, aldus de bekende psychiater Damiaan Denys. Terwijl ondertussen wel vier op de tien Nederlanders in zijn leven ooit een psychiatrische stoornis krijgt.

Denys, uw voorganger als voorzitter van de NVVP, spreekt van een crisis in de psychiatrie. Ziet u dat ook zo?

“Het woord crisis komt op zijn conto. Maar Nederland is het beste land waar je kunt wonen als je psychische problemen hebt. Hoe kun je dan spreken van ‘crisis’? Wel wordt er heel veel verwacht van de psychiatrie. We moeten de samenleving en de burgers bijvoorbeeld beschermen tegen allerlei gevaar en mensen zijn, steeds nadrukkelijker, op zoek naar de maakbaarheid van het leven. Ook daarin heeft de psychiatrie een grote rol gekregen. ‘Help me als ik lijd’, vragen ze. Maar psychiaters zijn niet altijd in staat om afdoende te helpen. En dat is prima natuurlijk, al is dat voor wie om hulp roept vaak teleurstellend.”

Prima?

“Ja, prima. Want ik vergelijk de psychiatrie met andere delen van de geneeskunde. Neem neurologie. Welke neurologische aandoeningen kan een neuroloog eigenlijk genezen? En wat is het succes van een oncoloog? Diens behandelingen zijn toch vaak gericht op verlenging van het leven met een paar maanden. Kijk naar COPD of diabetes; als je die ziektes eenmaal hebt, heb je dat voor de rest van je leven. De meeste ziektes zijn gewoon chronisch. In de psychiatrie is dat niet anders: patiënten moeten ermee leren leven. En er is goed mee te leven. We kunnen het lijden verlichten. En, na een paar weken behandeling, zijn de mensen met een kortdurende psychotische stoornissen vaak weer helemaal beter. Ook een manie kan na tussenkomst van een behandelaar weer relatief snel verdwijnen – waarbij altijd wel een risico bestaat op terugval, later in het leven. Dat de psychiatrie qua successen onderdoet voor andere takken van geneeskunde, klopt dus niet. Soms zelfs is het juist andersom: Er zijn studies die aantonen psychofarmaca minstens zo effectief zijn als de medicatie van een internist. Daarnaast doen we naast farmacotherapie ook nog aan psychotherapie, wat dit soort psychiatrische behandelingen juist effectiever maakt.”

Maar uit onderzoek blijkt ook dat om één patiënt van zijn dwangstoornis af te helpen, er 25 mensen voor dwang behandeld moeten worden. En zo zijn er meer cijfers over het effect van psychiatrische behandelingen.

“Ja, maar wat zegt dat dan?”

Nou, dat er blijkbaar 24 patiënten met dwang overbodig en zonder goed resultaat worden behandeld.

“Dat vind ik dus bijzonder. Hoeveel mensen slikken een cholesterolverlager? Hoeveel mensen moeten dat middel slikken om één sterfgeval te voorkomen? Dat zijn er veel meer dan die voor dwang worden behandeld. Maar over cholesterolverlagers zeggen we toch ook niet dat de rest maar met slikken moet stoppen? De geneeskunde kent talloze van dit soort interventies – vaak grootschaliger interventies dan de psychiatrie die kent. Daarbij betekent het voor die 24 patiënten niet dat ze helemaal geen baat hebben bij behandeling. Nogmaals: het beeld dat de psychiatrie minder succesvol is, is onterecht.”

Elnathan Prinsen (40) werkte onder andere als psychiater in de crisisdienst in Deventer en was manager zorg van de divisie spoedeisende ggz bij zorginstelling Dimence. Tijdens zijn voorzitterschap van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie werkte hij ook als psychiater van het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem. In het 150-jarige bestaan van de NVvP was hij de eerste voorzitter die geen hoogleraar was.

Waarom is dat beeld dan ontstaan?

“Misschien heeft het te maken met de ongrijpbaarheid van een mentale stoornis. Die kan je niet exact meten, je kan niet altijd aangeven wanneer een stoornis precies start en wat het precieze verloop zal zijn. De samenleving heeft juist wel een enorme behoefte aan objectieve, lichamelijke en fysieke metingen; dat is pas echte wetenschap! Bloedmonsters bijvoorbeeld, om bijvoorbeeld het cholesterolgehalte te bepalen. Maar wat zegt het als er sprake is van een verhoogd cholesterolgehalte? Niks. Alleen in combinatie met roken of een verhoogde bloeddruk is er sprake van verhoogd risico. Maar hoe hoog is verhoogd precies?

“Ook wij psychiaters kunnen dingen meten hoor, met vragenlijsten bijvoorbeeld. Ook wij weten veel over risico’s. Dat het doormaken van een trauma op jonge leeftijd een risicofactor is voor een psychisch probleem later.

“Als een hartchirurg een varkenshart implanteert bij een patiënt, is dat wereldnieuws. Wij missen dat soort innovatieve, tot de verbeelding sprekende voorbeelden. We kennen wel sinds tien jaar zoiets als deep brain stimulation, wat aanvankelijk is ontwikkeld voor parkinsonpatienten. Een bepaald groep patiënten, bijvoorbeeld met dwang, heeft baat bij het met stroomstootjes stimuleren van delen van het brein.

“Maar deze behandeling is lang niet bij iedereen effectief en ook nog in ontwikkeling. Veel langer kennen we ECT, electroconvulsietherapie (electroschocktherapie, red.). Ik heb dat laatst gedaan bij een patiënte die al twintig jaar last had van zware depressies, naast verschillende andere stoornissen. Na vier behandelingen zei de echtgenoot: ‘Dokter, u had ons vooraf gewaarschuwd dat het geen wondermiddel is. Maar het is wel een wondermiddel. Ik heb na twintig jaar mijn vrouw weer terug.’ Zo’n therapie geven we aan mensen die niet op andere behandelingen reageren. Maar ook hierbij geldt: vaak doet het niets.

“Per saldo is psychiatrie wel het meest maatschappelijk relevante vak van de geneeskunde. Waar veel andere artsen en specialisten vooral ziektes bij zeventigplussers behandelen, zien wij vaak jonge mensen. Een psychische stoornis begint gemiddeld op je achttiende levensjaar, driekwart van de stoornissen openbaart zich vóór je 24ste. Die mensen hebben dan nog het hele leven voor zich. Hierdoor zie je ook dat bijvoorbeeld uitval op het werk voor het overgrote deel door psychische stoornissen komt.”

Dat de psychiatrie qua successen onderdoet voor andere takken van geneeskunde, klopt niet, zegt Elnathan Prinsen Beeld Bram Petraeus
Dat de psychiatrie qua successen onderdoet voor andere takken van geneeskunde, klopt niet, zegt Elnathan PrinsenBeeld Bram Petraeus

Als het genezen van de psyche zo relevant is, waarom is dan de aandacht voor mentaal welzijn? Waarom gaat er bijvoorbeeld relatief weinig geld naar de ggz?

“Ook hierin lopen we achter. Maar het denken en het bewustzijn over het belang van metaal welzijn verandert wel. Dat gaat natuurlijk niet snel, zo gaat dat vaak in Nederland. Er loopt op scholen in Brabant bijvoorbeeld het Storm-project, om mentale problemen bij jongeren te onderkennen en hun veerkracht te vergroten. Zo zijn er meer voorbeelden. Er worden ook cursussen gegeven om mensen te leren omgaan met patiënten – voor scholen en bedrijven (Mental Health First Aid).

“Zingeving is ondergewaardeerd in onze huidige samenleving. Met zingeving bedoel ik dan meer als religie en spiritualiteit, het gaat ook om het gevoel ergens bij te horen, bij een vereniging, de buurt. Je moet in contact zijn met mensen om je heen, het gevoel hebben dat je iets bijdraagt aan het leven. Wie dat niet of minder heeft, lijdt extra als er sprake is van fysieke en mentale tegenslag. Wie vooral denkt dat leven consumeren is, dat het leven maakbaar is, dat het vooral om het ‘ik’ gaat en vooral zo gemakkelijk mogelijk door het leven wil rollen, krijgt het zwaar als het tegendeel blijkt. De veerkracht is dan duidelijk minder. De andere kant is ook dat als je op jonge leeftijd al mentale problemen krijgt en daardoor je kansen minder worden, het soms ook moeilijker is de zin van het leven te vinden.”

Oké, de burger moet dus veranderen. Maar geldt dat ook niet voor de samenleving?

“Ja, het stigma van psychische problemen is groot. Wat dat betreft moet er enorm veel veranderen, op allerlei niveaus. Ik bedoel: als een school niet weet hoe zij om moet gaan met jouw mentaal probleem, kan je dus geen diploma halen en daarmee ook niet aan het werk. Dan kan je wel uittekenen hoe de rest van je leven eruit ziet. Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor werkgevers, die door wetgeving vooral financiële risico’s willen beperken en daardoor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt moeilijker in dienst nemen. Terwijl we ook weten dat de arbeidsmarkt door vergrijzing op termijn helemaal vastloopt en het hebben van werk ook heel belangrijk is voor herstel. Probeer het schoolsysteem, de arbeidsmarkt en de zorg allemaal maar eens te veranderen, zodat ze wel goed op elkaar aansluiten.”

“Laat ik mij tot mijn persoonlijke situatie beperken, die ken ik het best. Onze zoon heeft door een ernstig auto-ongeluk hersenletsel opgelopen. Hij is nog steeds heel intelligent, maar kan slechts een kwartiertje op zijn oude niveau functioneren. Daarna moet hij rusten, herstellen van prikkels. Maar het wordt voor hem al moeilijk gemaakt op school. Hij zit inmiddels weliswaar op het speciaal onderwijs, in een klas met vijftien kinderen, maar daar heeft ieder kind zijn eigen beperking en dat zorg voor veel prikkels. In combinatie met wat mijn zoon nodig heeft, pakt dat slecht uit. Hij haalt zo never nooit zijn diploma, wat de kans op een baan klein maakt en daarmee is de kans groot dat hij de rest van zijn leven op een uitkering is aangewezen.

“Dit terwijl ik me best kan voorstellen dat er werk is dat hij goed kan doen, als hij daarbij voldoende rustmomenten kan inbouwen. De vraag is dus: Hoe kunnen we zorgen dat hij toch een diploma haalt? Want binnen het huidige schoolsysteem blijkt het lastig de meest optimale omstandigheden te creëren.

Elnathan Prinsen: ‘We kijken inmiddels naar privé-onderwijs voor mijn zoon met een hersenbeschadiging.’ Beeld Bram Petraeus
Elnathan Prinsen: ‘We kijken inmiddels naar privé-onderwijs voor mijn zoon met een hersenbeschadiging.’Beeld Bram Petraeus

“Terwijl je ook de benodigde investering, voor kleinschalig onderwijs, kan uitrekenen zodat hij wél zijn school kan afmaken en nadien aan de slag kan gaan. Al je dat afzet tegen een uitkering, lijkt de rekensom eenvoudig. Daar profiteren gemeenten en Rijk van, die hoeven dan niet levenslang een uitkering te betalen én ze krijgen geld omdat mijn zoon, eenmaal werkend, op termijn belasting afdraagt. Zorgverzekeraars profiteren ook, want mensen die goed in hun vel zitten, die werken, doen minder beroep op de zorg. Aan alle kanten dus profijt, maar niet bij wie de investering moet doen: de school.

“Je kunt dit soort dingen alleen maar regelen in samenhang, in het netwerk rond de persoon, met een kostenanalyse op lange termijn. Maar ga er maar aanstaan. Als kinderen mentale problemen krijgen, zijn er hulpverleners en allerlei instanties. Heus, in de praktijk staan de ouders er vaak alleen voor, al die ellende ook met wachtlijsten, terwijl zij rouwen om het verlies. We zijn niet eens in staat om hen te ontzorgen! Ik ben hoogopgeleid, weet iets van wetgeving en ken de zorg, maar inmiddels kijken we toch ook naar privé-onderwijs – dat is heel duur en voor wie is dat weggelegd? De samenhang der dingen moet dus anders. Niet alleen voor mensen met psychische problemen, ook voor de rest van de samenleving.

“Ook binnen de GGZ kan het beter, daarvan ben ik overtuigd. Sterker: ik geloof dat door verandering van een organisatie de meeste gezondheidswinst is te behalen, meer nog dan met de introductie van een nieuwe behandelinterventie. Als je dat vindt, moet je daar zitten waar je invloed hebt. Daarom ga ik als bestuurder aan de slag bij de Parnassia Groep – maar ik blijf wel een dag in de week patiënten behandelen. Om hen is het uiteindelijk allemaal te doen.”

Lees ook:

‘Er zijn niet te weinig psychiaters, er zijn er te veel’

Psychiater Damiaan Denys vindt dat zijn eigen sector slecht presteert. Deze week verscheen een boek waarin hij de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg de maat neemt. ‘Er zijn niet te weinig psychiaters, er zijn er te veel’.

Zitten we massaal bij de psychiater? Welnee!

De suggestie dat onze steeds fragielere psyche leidt tot explosieve ggz-uitgaven is nergens op gebaseerd, betoogt ouderenpsychiater Manon Kleijweg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden