Beeld Trouw

ColumnBert Keizer

Prinses Irene en haar gedroomde Hof van Eden

Eerst maar wat leuk coronanieuws. Een vriendin was aan het wandelen in de duinen met haar nieuwe vriend. Ze kwamen de boswachter ­tegen en die zag wel dat er kussen in de lucht hingen, zodat hij ze meedeelde: ‘Jullie mogen alleen in de ellebogen zoenen, en... natuurlijk op de paden blijven.’

Iets minder grappig was het commentaar op de corona-ellende van prinses Irene van Lippe Biesterveld. Ik dacht eigenlijk dat ze niet meer zo ­genoemd wilde worden, maar kennelijk heeft ze er geen bezwaar tegen. Wat me opviel was haar gebruik van het woord ‘natuur’. De ‘natuur’ is de basis van ons bestaan. De relatie tussen mens en ­‘natuur’ moet hersteld worden. Wij zijn deel van de ‘natuur’ maar we hebben dat gevoelsstuk grotendeels verloren.

Wij hebben ons afgescheiden van de ‘natuur’, ook van een deel van onze innerlijke ‘natuur’. In een filosofische bui zou je aan de prinses willen vragen: hoe weet u dat eigenlijk allemaal? Wat is die ‘natuur’ die we kwijt zijn nu precies? Als het zo fijn is om natuurlijk verbonden te zijn, waarom plaatsten wij onszelf dan buiten die zegenrijke toestand?

Kunnen we niet terug het dierenrijk in?

Wie gaat schermen met ‘de natuur’ die belandt onmiddellijk in gezelschap van andere ‘natuur’-liefhebbers. Mensen die de pil, het homohuwelijk, abortus, zwart-blanke huwelijken, IVF-baby’s, plastic speelgoed, bespoten groente en veel hedendaagse geneeskunde ‘onnatuurlijk’ vinden. Kortom: ‘natuurlijk’ gebruiken we voor dingen die we ‘ten diepste’ goedkeuren. ‘Onnatuurlijk’ zijn al die zaken en procedures die ons niet aanstaan, of die we eng vinden. Het is een onsamenhangend allegaartje. Opium is ‘natuurlijk’ (sap uit de ­papaverbol), maar opium roken is ­‘onnatuurlijk’. Opium eten (ja ­mevrouw, dat werkt ook prima) is dan weer wel goed. Wat een onzin.

Prinses Irene’s invulling van ‘natuurlijk’ bevat naast een afwijzing ook een vaag soort biologie met daarachter een gedroomde Hof van Eden. Het is misschien wel onze oudste droom, dit ­gevoel van ergens buiten geplaatst te zijn. Wij zijn immers het vreemdste dier op het erf. Kunnen we niet terug het dierenrijk in? Fijn één worden met het gras en de wolken? Ik denk niet dat we deze tandpasta terug in de tube krijgen. En ik denk niet dat dieren in het paradijs wonen. Er was nooit een Hof van Eden, er is geen Hof van Eden. En uit de corona-ellende komt niets voort dat ons ernaartoe kan brengen. Onze hoop is gevestigd op een volstrekt ­onnatuurlijk vaccin.

Dat duurt nog even, dus werpen we een blik op het beleid rond het corona-virus. Het ging er niet om de zwakken te beschermen, want die wonen in de verpleeghuizen en daar is stelselmatig aan voorbij gegaan. Zelfs als ze stierven aan corona telden ze niet mee, want er werd daar niet of nauwelijks getest.

Een bijzonder dieptepunt in deze doffe ellende

Ook het personeel in de verpleeg-huizen werd er nog eens op niet mis te verstane wijze op gewezen dat ze niet alleen voor mensen zorgden die minder de moeite waard zijn, ook hun eigen ­leven werd als zodanig uitgeboekt. Ja, want iedereen vond het gewoon dat ­beschermende kledij (schorten, brillen, handschoenen, mondkapjes) niet aanwezig was in de verpleeghuizen. Nee, dat moest allemaal naar het ziekenhuis. Alle talkshows, alle krantenartikelen, alle persconferenties, elk journaal, het ging steeds over die zeshonderd, nee achthonderd, of nee twaalfhonderd, o God het zijn nu bijna veertienhonderd ic-bedden. Terwijl er buiten de sector geen hond omkeek naar de 61.000 verpleeghuisbewoners.

Een bijzonder dieptepunt in deze doffe ellende werd gecreëerd door de Inspectie. Toen er in verpleeghuis De Leeuwenhoek in Rotterdam wel erg veel doden vielen, besloot de Inspectie daarnaar een onderzoek te doen. Eerst de sector geen of te weinig middelen geven en vervolgens de sector de schuld geven als dat rampzalig uitpakt. De ­Inspectie: als het kalf verdronken is, ­komen zij een nieuwe put graven.

Het ergste is dat men binnen de sector vanaf het allereerste begin heeft ­geroepen dat dit zonder goede aanpak een ramp ging worden. Ik kan zo moeilijk tegen deze veronachtzaming van het verpleeghuis. Ja, nu alles in orde lijkt op de ic, heeft iedereen het over het verpleeghuis.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden