Beeld Trouw

Column Bert Keizer

Pratend met je dierbaren sterven

We praten graag over autonomie als we het over euthanasie hebben, maar geen mens is een eiland, een geheel in zichzelf. Ik weet niet welke filosoof het zei, of had moeten zeggen, maar een van de belangrijkste beweringen over onze soort is dat één mens geen mens is. Het is alleen in de samenhang met anderen dat wij kunnen bestaan.

Wolfskinderen

Het is een paar keer aangetoond door de ontdekking van kinderen die buiten de mensheid opgroeiden, zogenaamde wolfskinderen, dat mens-zijn niet iets is dat spontaan in een mensenkind opbloeit. Nee, je moet van baby af onder mensen verkeren om ‘mens-zijn’ naar binnen gegoten te krijgen. Het is een cultureel construct zeggen we dan. Dit brengt met zich mee dat er vele varianten zijn, een omstandigheid die we soms vieren in ons enthousiasme over ‘andere culturen’. En soms vervloeken we die diversiteit in de neiging om andere groepen als minderwaardig te beschouwen, een onuitroeibare hobby van de menselijke soort.

Die samenhang met anderen kun je ook aanduiden door te stellen dat we grotendeels uit anderen bestaan. Dat klinkt negatief als het betekent dat we op interieurgebied in grote aantallen de ‘keuzes’ maken die Ikea-ontwerpers ons aanreiken. Een dergelijke toestand van collectieve smakeloosheid kan aanleiding zijn tot de heerlijke laatdunkendheid van de snob, die zich lid weet van een ‘betere’ groep. Zo vertelde een vriendin laatst dat een buurvrouw rondblikkend in haar woning het interieur fijntjes verachtte met een half gemompeld ‘wel een hoog Ikea-gehalte als ik het zo zie’.

Merkwaardige tegenstrijdigheid

Wat we niet willen horen is dat we in ons binnenste vol staan met Ikea-meubilair. Dat is geen toestand van ernstige geestelijke smakeloosheid, dat is de grond waarop we ons binnenste toch een beetje naar eigen inzicht kunnen inrichten. Wat ik zo verwarrend vind is dat je als mens volstrekt oorspronkelijk zou willen zijn, maar dat dat alleen maar kan temidden van andere mensen. Nietzsche’s filosofie is doortrokken van deze merkwaardige tegenstrijdigheid. Hij lijkt te zeggen: ‘ik moet van jullie allemaal weg’ maar voegt daar dan aan toe ‘maar er moeten wel een aantal van jullie meegaan’.

En wat betreft die naar binnen gegoten menselijkheid, dat is precies het spul dat Beckett in zijn werk probeert uit te ‘kotsen’, is denk ik het juiste woord. Een onmogelijke opgave, maar de poging telt, niet het resultaat.

Mens-zijn kan dus alleen maar onder mensen. Dat geldt ook voor het verlangen om een oorspronkelijk mens te zijn. Als niemand het ziet, echt niemand er ooit weet van zal hebben, wat is dan het gewicht van je oorspronkelijke schilderij, sonnet, muziekstuk of tuinaanleg? Karl Kraus zei: niet te hoeven schrijven, dat is pas karakter hebben. Jezelf niet te hoeven verlagen tot de aandachttrekkerij die kunst altijd is. Gelukkig had hij niet zo veel karakter.

Bijzondere afhankelijkheid van anderen

Wij bestaan dus alleen maar in een heel bijzondere afhankelijkheid van anderen. Grote delen van ons binnenste worden ingenomen door die anderen. Daarom doet het zo’n zeer als iemand doodgaat van wie je houdt. Het is, geestelijk gesproken, ook een rib uit jouw lijf. Bij het zelfgekozen levenseinde krijgt dit allemaal een extra scherpe, zelfs bittere, dimensie. Die bitterheid is onvermijdelijk het ergst als iemand achter de rug van iedereen om zich in grote eenzaamheid van het leven berooft. Dat zo iemand niet stilstaat bij wat dit betekent voor zijn geliefden zegt niet iets over zijn onverschilligheid, het zegt alles over de onbegrijpelijke diepte van hun wanhoop.

Maar ook bij de variant die we nu acceptabel vinden, euthanasie, is er nog altijd sprake van een daad die de achterblijvers op een andere manier verbijstert dan een natuurlijk overlijden. De gedachte dat ze in de steek worden gelaten doet pijn. Waarom kiest hij ervoor ons te verlaten, hij had het best nog een tijdje kunnen volhouden, onze liefde was kennelijk niet voldoende? Dat het een keuze is, maakt het zo pijnlijk voor de achterblijvers.

Formeel vindt euthanasie plaats als de vertrekkende aan alle voorwaarden voldoet. Maar in feite is het ondenkbaar dat een euthanasie goed verloopt als alleen de stervende het een goed idee vindt, terwijl de dierbaren er wanhopig verscheurd bij staan. Je sterft pratend met je dierbaren, en dat betekent dat zij ook uitgebreid aan het woord komen.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden