null Beeld

ColumnBert Keizer

Poetin denkt wel degelijk na

Bert Keizer

Er zijn allerlei soorten van denken. De leukste variant hoorde ik een keer bij de Marokkaanse slager. Een mevrouw wees op de geitenhersenen in de koelvitrine en vroeg: “Zijn die nog vers?” Hij antwoordde: “Mevrouw, ze liggen nog te denken”.

Denken is als bewegen. Ook daar vind je allerlei soorten: lopen, dansen, zwaaien, peuteren, huppelen, schaatsen, hinkelen. En net als bij denken, bestaan er bewegers die binnen hun variant boven al de anderen uitsteken: Fred Astaire, Epke Zonderland, Sven Kramer.

In Trouw van 1 juni kwam het denken van Hannah Arendt ter sprake, met commentaar van René ten Bos. De vraag was: kan een mens onnadenkend slechte dingen doen? Plato meende dat iedereen die goed nadenkt als vanzelf uitkomt bij de keuze voor het goede. Ik kan hier niet even snel de denkwegen nawandelen die Plato naar deze conclusie voeren, maar de conclusie is eenduidig.

Hier een citaat uit de Gorgias, een dialoog waarin Socrates zijn positie verwoordt. Ik vertaal erg losjes uit de Engelse vertaling.

Socrates: “Het ergste dat een mens kan overkomen is dat hij onrecht veroorzaakt.”
Polus: “Kom nou, het is toch veel erger om onrecht te moeten verduren?”
Socrates: “Helemaal niet!”
Polus: “Je gaat toch niet beweren dat je liever lijdt onder onrecht dan dat je het aanricht?”
Socrates: “Het liefst geen van beide. Maar als ik gedwongen werd om te kiezen dan zou ik liever onrecht lijden dan onrecht aanrichten.”

‘Vader, vergeef het hun’

Een slecht mens is dus het product van onwetendheid. Jezus keek op deze unieke wijze naar de mannen die hem aan het kruis sloegen toen hij bad: “Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.”

Staatssecretaris Marnix van Rij komt met precies deze argumentatie ter verklaring van de misdragingen binnen de Belastingdienst. Het helpt niet dat hij behept is met een opvallend ontoegeeflijke mimiek. De man praat met starre tegenzin waarachter zijn diepe afkeer van publieke verantwoording voelbaar op ontploffen staat. Volgens hem werden de rotstreken die de belastingheffers leverden niet geaccordeerd, er waren geen slechte bedoelingen, het ging niet om opzet, het was meer een kwestie van onbewuste vooroordelen en onwetendheid, institutioneel racisme heet dat, het zat meer in het behang dan in de geesten van de ambtenaren. Ze dachten er niet bij na, dus het was niet echt slecht.

Hannah Arendt vermoedde achter de nazi-misdaden een zekere mate van onnadenkendheid. Ten tijde van het Eichmann-proces werd ze getroffen door de onbenulligheid van Eichmann. Hier stond geen rücksichtslose jodenvergasser. Hij presenteerde zich eerder als een stempeltjesmaniak, iemand die verzot is op lijstjes met items die je af moet vinken. Een ijverige ambtenaar die vanuit zijn kantoortje min of meer per ongeluk een catastrofe dirigeerde. Zo werd tenminste een deel van zijn misdadigheid verklaard vanuit onwetendheid. Hij had niet goed in de gaten wat hij aanrichtte. Een klein mannetje dat de banaliteit van het kwaad liet zien.

Ik voelde me betrapt

Ondanks de ernst van de zaak moest ik lachen om de reactie van René ten Bos op Arendts denken: “Nee, het is een grote fout de banaliteit van het kwaad te funderen in onnadenkendheid. Arendt denkt altijd dat denken goed is. Op het moment dat mensen denken en dan nóg het kwade doen, dan kán achter dat denken geen intelligentie of verstand zitten. Ze is niet de enige die deze fout maakt. Poetin is volgens iedereen krankzinnig en idioot. Op het moment dat er kwaad in het spel is denkt men: er wordt niet gedacht.” Ik voelde me betrapt, want dat is precies wat ik over Poetin en zijn kring dacht.

En wat het denken achter het kwade betreft: de manier waarop de nazi’s de holocaust organiseerden, komt voort uit heel goed nadenken. De Jodenster, de Joodse Raden niet te vergeten, de geleidelijke marginalisering en uiteindelijk het verdelgen op industriële schaal. Dat alles viel niet te regelen via een paar spontane opwellingen, nee, er kwam heel wat denkwerk aan te pas, vanaf de arrestatie tot en met het zyklon B.

Ik voelde me zo betrapt omdat René ten Bos hier iets van tafel veegt dat ik onaantastbaar waande: het idee dat een goed mens een redelijk mens is, waarbij de aard van dat ‘redelijk’ door mij wordt bepaald.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden