Huisartsen

Ook de huisarts merkt dat de zorg vastloopt

Veel van de werkstress van huisartsen komt voort uit overbodige administratieve rompslomp, die ten koste gaat van zorgverlening. Beeld anp
Veel van de werkstress van huisartsen komt voort uit overbodige administratieve rompslomp, die ten koste gaat van zorgverlening.Beeld anp

Driekwart van de huisartsen worstelt met werkstress. Dat blijkt uit een enquête onder 11.000 huisartsen van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV).

In ziekenhuizen, GGZ-instellingen en thuiszorg: overal loopt de zorg vast. Aan het begin van die zorgketen staan huisartsen als Yolanda Jansen, die een praktijk heeft in Rotterdam Feijenoord. Ook haar patiënten merken dat ze niet altijd meer de zorg kan leveren die ze eigenlijk zou willen bieden.

“Ik ben nog goed bereikbaar, maar tijdens het telefonische spreekuur merken patiënten dat het moeilijker is om er doorheen te komen”, zegt Jansen. “Er bellen meer mensen en ze hebben meer vragen. Ook op de praktijk zelf zijn de wachttijden langer. Patiënten merken ook dat ik anders doe dan anders. Je bent moe en prikkelbaarder. De extra dingen die je normaal doet kunnen soms niet meer. Iemand bellen die zijn echtgenote heeft verloren bijvoorbeeld om te vragen hoe het gaat. Of bellen met een patiënt die kanker heeft en zware chemo. Ik probeer het wel, maar soms zit je dan ’s avonds om half acht nog te bellen.”

Niet altijd medisch

Jansen vindt van zichzelf dat zij als huisarts moet weten wat er speelt bij haar patiënten. Dat is belangrijk, omdat een zorgvraag niet altijd een medische achtergrond heeft. “Ik werk in een achterstandswijk en krijg dingen mee over burenruzies, een tekort aan financiën of problemen omdat een zoon in de gevangenis zit. Dat kost tijd, maar mensen kunnen wel hun zorgen kwijt. Ook al is de huisarts misschien niet altijd de goede plek, ze weten ons in elk geval te vinden.”

Overal in de zorg zijn wachtlijsten, en die hebben impact op huisartsenzorg. Wie bijvoorbeeld niet snel terecht kan in een ziekenhuis voor een controle of operatie, zal naar de huisarts gaan. Hetzelfde geldt voor mensen die niet terecht kunnen in de thuiszorg of de GGZ. “Dat zijn communicerende vaten”, zegt Jansen.

Slechte communicatie

Maar echt lekker verloopt de communicatie tussen die vaten niet. Jansen somt enkele voorbeelden op. “Stel, ik stuur iemand naar de uroloog omdat hij bloed in zijn urine heeft. Dan moet er gekeken worden in de blaas om uit te sluiten dat het om blaaskanker gaat. De patiënt krijgt vervolgens een telefonische afspraak over 3 maanden, terwijl toch duidelijk in mijn brief staat wat er aan de hand is. In de tussentijd zijn mensen ongerust, en blijven maar bellen.”

“Ander voorbeeld: de cardioloog ziet iemand elk jaar. Nu niet, want hij doet veel telefonisch. Maar hoe moet het dan met de controle van de bloeddruk en het bloedprikken? Daar moet je de huisarts voor bellen, zegt de specialist dan. Zo krijgen wij ook zaken op ons dak die niet bij ons horen.”

“Daarbij vragen specialisten te vaak om nieuwe verwijzingen. Als je bij een internist onder controle staat voor suikerziekte moet je elk jaar langskomen. Door corona zijn mensen een jaar niet geweest. Nu mag het weer, maar dan wordt doodleuk gezegd: u bent een jaar niet geweest, er is een nieuwe verwijzing nodig. Alsof wij niks anders te doen hebben.”

Vijf keer doorverbinden

Aan dat probleem wordt gewerkt, zegt Jansen, maar een snelle oplossing is er niet. De besturen van ziekenhuizen en de huisartspraktijken zijn er snel uit. Weg met de onwenselijke verwijzingen. “Maar op de werkvloer zelf duurt het langer. Dan belt een patiënt met een poli-assistent en krijgt te horen dat er een nieuwe verwijzing nodig is. Dan krijg ik na vijf keer doorverbinden de specialist aan de lijn die zegt dat een nieuwe verwijzing niet nodig is. Probleem opgelost, maar zo heb ik er nog tien op een dag.”

De thuiszorg dan. Ook die sector loopt vast door te weinig personeel en te veel vraag naar zorg. Als een patiënt thuiszorg nodig heeft, kan Jansen een verzoek sturen naar één instelling. Die antwoordt de volgende dag dat er geen plek is. Soms moet Jansen vier keer een aanvraag doen voordat er ergens plek is. “Zorg voor één telefoonnummer dat ik kan bellen voor thuiszorg, van waaruit dit verder door de thuiszorginstanties onderling geregeld wordt. Als de werkdruk toch al hoog is, wegen dit soort dingen extra zwaar.”

Lees ook:

Niet werkdruk maar gebrek aan autonomie is een probleem voor zorgpersoneel

Werkdruk is een probleem in de gehele zorg. Bij huisartsen, maar ook in de ziekenhuizen. Al denkt Erik Rutgers, voormalig adviseur arbeidsomstandigheden in de zorg, dat niet de hoge werkdruk het probleem in de ziekenhuizen, maar de onmogelijkheid om het werk zelf in te richten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden