Preventie

Om zelfdoding onder jongeren terug te dringen is een betere samenwerking tussen hulpverleners en naasten nodig

Inwoners van Heerlen lopen mee in een stille tocht ter nagedachtenis aan een scholier die zichzelf ombracht nadat hij op school gepest werd.Beeld ANP

Problemen in de zorg speelden in 2017 relatief vaak een rol bij het hoge aantal zelfdodingen van tieners in dat jaar, blijkt uit onderzoek. Wat moet er gebeuren om jongeren beter te helpen?

Voor het eerst hebben wetenschappers in Nederland een ‘psychologische autopsie’ toegepast om meer inzicht te krijgen in zelfdoding onder jongeren. Onder leiding van hoogleraar forensische psychiatrie Arne Popma deed platform 113 Zelfmoordpreventie onderzoek onder nabestaanden van jongeren die in 2017 suïcide pleegde. Ruim honderd nabestaanden van 35 overleden jongeren werkten daaraan mee.

Het aantal zelfdodingen was in 2017 opmerkelijk hoger dan de jaren ervoor en erna, bleek al eerder uit cijfers van het CBS. Van 2012 tot 2016 overleden jaarlijks gemiddeld 51 jongeren van tussen de tien en twintig jaar door zelfdoding. In 2017 waren dat er 81. Die stijging vond het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport (vws) zo zorgelijk dat het opdracht gaf om onderzoek te doen naar de toedracht van deze zelfdodingen. In 2018 daalde het aantal suïcides weer naar het niveau van de jaren ervoor.

Voor de piek in 2017 hebben de onderzoekers vooralsnog geen verklaring. Daarvoor is onderzoek naar meerdere jaren nodig. Het huidige onderzoek is ook niet bedoeld om de stijging in dat jaar te verklaren, schrijven de onderzoekers, maar om in het algemeen meer te weten te komen over zelfdoding door jongeren.

Een opeenstapeling van problemen

Wat dat laatste betreft ontdekten de onderzoekers bepaalde patronen. Zo is er vaak sprake van een gespannen thuissituatie en een opeenstapeling van problemen. Veel van de tieners kregen aan het begin van de middelbare school last van psychiatrische en emotionele problemen, worstelden met hun seksuele identiteit of leden onder de gevolgen van seksueel of fysiek geweld of pesten. Daardoor kregen ze ook problemen met het onderhouden van sociale contacten. Velen namen op sociale media een ‘suïcidale identiteit’ aan, schrijft 113, die vervolgens werd versterkt door algoritmes en het delen van berichten met andere kwetsbare jongeren.

Er zijn duidelijke verschillen tussen jongens en meisjes. Meisjes kampten vaker met onzekerheid en perfectionisme. Zij kregen psychische problemen, verzuimden school en kwamen in een negatieve spiraal terecht. Jongens kampten vaker met een diagnose als autisme, adhd of dyslexie. Zij vonden weinig aansluiting bij leeftijdsgenoten en docenten.

Veel nabestaanden hebben kritiek op het zorgsysteem. Bij de helft van de onderzochte gevallen was er sprake van een of meerdere psychiatrische diagnoses. De jongeren met complexe problematiek konden moeilijk passende zorg vinden en belandden volgens 113 vaak in een ‘vicieuze cirkel van aanmelding, wachtlijsten, diagnostiek, afwijzingen en verwijzingen’. Ouders voelden zich vaak onvoldoende gehoord en betrokken bij de hulpverlening, onder meer door de strikte interpretatie van privacywetgeving door hulpverleners.

Volgens de onderzoekers van 113 moeten naasten en professionals beter met elkaar samenwerken. Ze pleiten voor een gezamenlijke aanpak waarbij hulpverleners, naasten en andere betrokkenen samen optrekken en samen de verantwoordelijkheid voor de veiligheid en zorg van een jongere dragen. 

Grotere rol voor scholen

Ook scholen spelen volgens 113 een belangrijke rol in het signaleren van psychische problemen en het voorkomen van kopieergedrag na een zelfdoding. Het platform adviseert scholen om ‘expliciet beleid’ te ontwikkelen voor het signaleren en voorkomen van suïcidaal gedrag bij leerlingen en om goede opvang na een zelfdoding te regelen. Volgens 113 is het onduidelijk hoeveel scholen in Nederland nu zo’n protocol hebben.

Volgens Mariëlle van der Plas (53) uit Lisse, die lang in het onderwijs werkte en op eigen titel strijdt voor zo’n protocol op scholen, is het vooral belangrijk dat er op alle scholen een laagdrempelig aanspreekpunt komt voor jongeren die worstelen met suïcidale gedachten. De ‘gewone’ vertrouwenspersoon is volgens haar niet genoeg. “Dat is alsnog te hoogdrempelig. Denk eerder aan een conciërge die een gatekeepertraining heeft gevolgd bij 113. Zo’n training duurt maar een halve dag en is enorm nuttig. Het is iemand die rondloopt in de school en die ook zelf leerlingen kan aanschieten. Als hij denkt dat het mis is, kan hij direct 112 bellen.”

Van der Plas werd ‘getriggerd’ door drie zelfdodingen achter elkaar in haar nabije omgeving, zegt ze. Een bij haar dochter in de klas, vorig jaar in vijf vwo. Kort daarna vertelde haar man over de suïcide van een schoolgenootje van de dochter van een collega. De derde was een verhaal van haar huishoudelijke hulp. “Zij hoorde een verhaal van een zorgcoördinator op de school van haar dochter”, zegt Van der Plas. “Hij had een gesprek gevoerd met een jongen waarbij het fout aanvoelde - een verhoogd risico dat hij zichzelf iets ging aandoen. En nog diezelfde dag ging het daadwerkelijk fout. Toen dacht ik: verdorie. Het kan niet zo zijn dat jongeren van de aardbol afvallen. Honderd procent voorkomen kan niet, maar als deze man had geweten hoe te handelen, had hij direct 112 kunnen bellen.”

Een suïcideprotocol moet volgens Van der Plas duidelijk omschrijven staat hoe risicoleerlingen geholpen moeten worden. Docenten en vertrouwenspersonen moeten de vrijheid krijgen en nemen om alarm te slaan, ook als leerlingen zeggen dat ze iets aan niemand mogen doorvertellen. Daarnaast moet duidelijk zijn welke nazorg er voor leerlingen is als een medeleerling suïcide pleegt. 

Een bedrijf dat hier volgens Van der Plas heel goed mee omgaat, is ProRail. De spoorbeheerder maakt er de laatste jaren samen met NS en stichting 113 Zelfmoordpreventie flink werk van om zelfdodingen op het spoor te voorkomen en personeel goed te begeleiden. “Zij hebben het echt goed geregeld”, zegt Van der Plas. “De medewerkers zijn altijd bijgepraat. Zijn er heel pro-actief mee bezig, en ze hebben een goed nazorgbeleid. Dat zou ik ook graag op alle scholen zien.”

Heeft u hulp nodig? Dan kun u contact opnemen met Stichting 113 Zelfmoordpreventie via 0900 0113 (24/7 bereikbaar) en 113.nl.

Lees ook:

Makers en verkopers van zelfdodingsmiddelen leveren niet langer aan particulieren

Handelaren en fabrikanten zullen particulieren geen chemische stoffen meer verkopen die gebruikt kunnen worden bij zelfdoding. De Coöperatie Laatste Wil reageert kritisch.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden