Gedwongen zorg

‘Nieuwe psychiatriewet zorgt voor Big-Brothertoestanden’

Beeld Fadi Nadrous|Trouw

Nog een paar weken en dan kunt u uw verwarde buurman aangeven bij de gemeente, omdat er een nieuwe psychiatriewet van kracht wordt. Wat maakt de wet omstreden? Drie knelpunten.

De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg werd tien jaar lang als een maar niet gaar wordende hamburger op de barbecue omgekeerd. Steeds strooiden beleidsmakers, patiënten of hulpverleners er andere kruiden overheen. Nu, met ingang van 2020, wordt de 108 pagina’s tellende wetstekst eindelijk opgediend.

Het bereiden van een nieuwe wet is altijd gelardeerd met een reeks rooskleurige beloftes. Zo ook nu: patiënten worden door de wet minder opgesloten en meer behandeld, zij krijgen meer inspraak en ook hun familie krijgt een prominente rol, plus: Nederland wordt veiliger. Ook zou de wet eenvoudiger zijn dan z’n voorganger, de Bopz.

Aan die laatste belofte twijfelen de psychiaters van Nederland in ieder geval dusdanig, dat ze bij staatssecretaris Paul Blokhuis vorige week – zonder resultaat – op aanpassing aandrongen omdat de wet een ‘bureaucratisch monster’ zou zijn. Ook de verpleegkundigen roeren zich. Voorzitter Nandl Lokhorst van de afdeling sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen van beroepsvereniging V&VN is bang voor nog meer regeldruk in tijden van personeelstekorten.

Los van de bezwaren rond extra papierwerk en werkdruk smaakt de wet hulpverleners, patiënten en kenners ook om fundamenteler redenen niet goed. Drie hete hangijzers op een rij.

1. Een meldpunt bij de gemeente

Stel dat je een buurvrouw hebt als Karla, de aan alcohol verslaafde vrouw uit Alkmaar die twee weken geleden werd neergeschoten omdat ze gewapend op agenten afkwam. De politie noemde haar ‘verward’ en buren klaagden al langere tijd over haar, maar hulp bleef uit. De dag nadat ze overleed, zou een rechter oordelen over de vraag of ze in aanmerking kwam voor gedwongen opname in de psychiatrie.

In de nieuwe wet kunnen al die buren, betrokken wijkagenten en gefrustreerde huurbazen die de situatie van Karla zagen verslechteren een melding doen bij de gemeente, omdat ze denken dat Karla gedwongen zorg nodig heeft. De gemeente is verplicht om een verkennend onderzoek binnen twee weken uit te voeren, om in te schatten of verplichte zorg nodig is.

Gemeenten bereiden zich hierop naarstig voor, aldus een woordvoerder van de Verenigde Nederlandse Gemeenten (VNG). Dat doet ieder op z’n eigen manier, legt ze uit. Sommigen roepen ggz-expertise in, anderen besteden de taak uit aan de GGD. Over het hoe het er nu precies voorstaat, kan de woordvoerder niet veel kwijt.

Het idee is mooi: patiënten krijgen dankzij bezorgde buurtbewoners wellicht eerder hulp. Maar hulpverleners vragen zich sterk af of de gemeente – die geen enkele expertise op dit punt heeft en amper extra geld krijgt – deze taak wel aankan. En ook wie gewoon een hekel heeft aan z’n buurman of ex-vrouw kan naar het meldpunt.

Volgens socioloog Karlijn Roex, die een boek schreef over het verwardepersonendebat en zelf ook diverse malen in aanraking kwam met de ggz, werkt dit deel uit de Wet verplichte ggz een surveillancemaatschappij in de hand, een Big-Brotherachtige wereld, waarin burgers worden geconditioneerd om medeburgers die afwijken aan te geven.

“Zogenaamd oog voor elkaar hebben, kan desastreus uitpakken voor mensen met afwijkend gedrag”, zegt ze. Want met de gemeenteambtenaar voor je deur, arriveert ook het stigma: je bent niet normaal en daarom word je voorwerp van onderzoek en mogelijke dwang. “Daardoor voelt iemand zich in de openbare ruimte minder vrij zichzelf te zijn.”

Goedwillende burgers worden ‘gratis bewakers’ van de normaliteit, zegt zij. Het doet Roex denken aan het werk van de Franse filosoof Michel Foucault, die het idee van een panopticum uitwerkte, een gevangenis met cellen die rond een centrale toren staan, waarin de bewakers zitten. Hun ogen kunnen in potentie altijd op hen gericht zijn, maar de gevangenen zijn daarvan nooit zeker.

2. Eigen huis als dwangbuis

De klinische gangen, medepatiënten die met borden gooien, het kale matrasje op de grond van de isoleercel: niemand komt op een gesloten afdeling in de psychiatrie voor z’n plezier. De grootste verandering in de nieuwe wet is dat gedwongen zorg niet meer uitsluitend in de kliniek plaatsvindt, maar ook erbuiten. Aan huis bijvoorbeeld.

Sinds een aantal jaar werkt de geestelijke gezondheidszorg voornamelijk ambulant: teams met verpleegkundigen gaan de wijken in om patiënten thuis te helpen. Waarom gedwongen zorg ook niet in de eigen omgeving, was de gedachte achter de wet. Mensen houden er niet van om uit hun veilige holletje weggerukt te worden én het is goedkoper.

Dwangzorg aan huis mag niet zomaar lukraak worden toegepast, het is een uiterst middel. Er moet sprake zijn van een situatie waarin iemand alle zorg weigert en de kans loopt om zichzelf of anderen ‘ernstig nadeel’ toe te brengen. Of dit het geval is, daar oordeelt rechter over. In crisissituaties nemen de psychiater en de burgemeester het besluit.

De dwangzorg thuis mag bestaan uit: het toedienen van vocht, voeding en medicatie, het uitvoeren van medische controles of handelingen, het beperken van bewegingsvrijheid of andere zaken waardoor de patiënt iets moet doen of nalaten, zoals het afpakken van een telefoon als een patiënt als onderdeel van zijn wanen constant 112 belt.

Ook mag de patiënt thuis ingesloten worden, net als in de isoleercel in de kliniek. Een hulpverlener mag toezicht uitoefenen op de betrokkene (de psychiaters raden camera’s vooralsnog sterk af), mag als een politieagent de kleding van een patiënt doorzoeken, evenals de woning afspeuren naar drank, drugs en gevaarlijke voorwerpen, mits dit is overlegd met de betrokkenen.

En wég is het fijne idee van zorg in de eigen omgeving, was het gevoel van Nandl Lokhorst. Ze vreest dat de dwangzorg gevolgen heeft voor de behandelrelatie en noemt het ‘onethisch’ om telefoons af te pakken. Ze ziet het gewoon niet voor zich.

Dwang in de eigen omgeving is juist extra ingrijpend, zegt Karlijn Roex. “Thuis is voor veel patiënten de enige plek waar ze vrijelijk anders kunnen zijn.” Ze noemt de nieuwe wet een ‘ethisch mijnenveld’ en verwacht dat niet minder, maar juist méér dwang zal worden toegepast, omdat de drempel thuis lager is.

Ook de politie ziet beren op de weg: zij vreest hierdoor meer werk te krijgen, omdat er naar verwachting meer psychiatrisch patiënten thuis verblijven en verpleegkundigen assistentie van de politie vragen bij het uitvoeren van de dwang.

3. De 18-uurregel

Vlak voordat de Tweede Kamer in 2017 zou gaan stemmen over de nieuwe wet, ontstond ophef over één artikel, de zogeheten ‘observatiemaatregel’ die het mogelijk maakte om personen die zich verward gedroegen drie dagen op te sluiten voor observatie. Vooral hulpverleners kwamen in opstand tegen deze ‘onmenselijke’ behandeling van patiënten.

De SP diende een amendement in dat een meerderheid van de Tweede Kamer steunde. Patiënten haalden opgelucht adem. Maar ondertussen, ‘heel sneaky’, zegt socioloog Karlijn Roex, is er toch een variant van deze maatregel de wet ingeslopen, een soort ‘observatiemaatregel light.’

Autoriteiten zoals de politie of de burgemeester krijgen daarmee de bevoegdheid om iemand zonder tussenkomst van een hulpverlener of een psychiater achttien uur gedwongen zorg op te leggen. Personen mogen niet vastgehouden worden in een politiecel, maar op ‘een plaats die geschikt is voor tijdelijk verblijf’.

Tijdens dit verblijf zijn dezelfde dwangmaatregelen mogelijk als thuis. Roex: “In het decor van een niet-politiecel lijken de detentie, de fouillering en prik die je gedwongen krijgt beschaafder en vriendelijker, maar het blijft gewoon opsluiting.” Omdat er geen strafbare verdenking is, is dit volgens haar erg wrang.

Elnathan Prinsen, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, vindt ook dat er risico’s zitten aan de 18-uurmaatregel, omdat de deskundige hulpverleners die getraind zijn op het herkennen van psychiatrische stoornissen op deze manier kunnen worden gepasseerd. Hij hoopt niet dat de politie de maatregel gebruikt voor mensen die zij aanmerken als ‘verwarde personen’.

Volgens de psychiater blijkt uit cijfers dat niet meer dan een paar procent van de mensen die door de politie verward worden genoemd in aanmerking komt voor gedwongen zorg. Ongeveer een derde van alle meldingen van verward gedrag die de politie registreert, blijkt te worden veroorzaakt door mensen met psychische problemen, en ook verdwaalde dementerenden zorgen voor veel meldingen. Prinsen: “Een derde, dat is bijna evenveel als gemiddeld in de bevolking.”

Karlijn Roex vreest dat agenten, gevangen in een gevaarstigma van personen die zich afwijkend gedragen, sneller tot dit soort korte-klap-dwang overgaan om risico’s voor de samenleving te voorkomen. Gerrit van de Kamp van de politiebond zei afgelopen week nog in Trouw te vrezen dat de politie vaak de schuld zal krijgen als het misgaat met een verward persoon.

Nandl Lokhorst wijst er ter relativering op dat de 18-uurregel wettelijk regelt wat in veel gevallen al in de praktijk gebeurt. Bijvoorbeeld als een persoon door de politie naar een opvanglocatie voor verwarde personen wordt gebracht, zoals sommige steden die hebben. Daar moet een verward persoon wachten op een gesprek met de crisisdienst. “De periode dat iemand in een opvang verblijft, is nu niet geregeld en technisch gesproken, houd je iemand vast terwijl er geen wettelijke basis voor is”, zegt Lokhorst.

Roex vreest dat de politie de 18-uurmaatregel ook zal gebruiken voor machtmisbruik, zoals in Groot-Brittannië, waar een vergelijkbare wet van kracht is, weleens is gebeurd. “Een antischaliegasactivist werd onder het mom van verwardheid voor langere tijd vastgehouden”, zegt ze. Ook kreeg de vrouw gedwongen medicatie, aldus Roex.

Psychiater Prinsen hoopt dat agenten en burgemeesters eerst zullen overleggen met hulpverleners bij de ggz, voor ze tot de 18-uurmaatregel overgaan. Maar ze zijn daartoe niet verplicht en sowieso hebben ze in de nieuwe wet meer ruimte om de noodzaak van gedwongen zorg bij de officier van justitie voor het voetlicht te brengen. Als die de aanvraag tot een langere periode van gedwongen zorg (de ‘zorgmachtiging’) afwijst, kan de aanvrager – dat kunnen behalve hulpverleners ook politie en burgemeester zijn – bezwaar maken, waardoor de officier van justitie nogmaals over de noodzaak van gedwongen zorg moet oordelen.

Prinsen heeft de hoop dat er geen enorme toename van dwangtoepassingen zal zijn, omdat hulpverleners de juiste afwegingen blijven maken en de drempel voor het toepassen van dwang niet lager maken.

Ook Roex heeft nog hoop. “Ik ben dan wel een doemprediker, en ik meen het ook. Aan de andere kant geloof ik ook dat we als burgers en professionals het tij nog kunnen keren.”

Lees ook: 

Het debat over verwarde personen ontward 

In een paar jaar tijd is de discussie over personen met verward gedrag behoorlijk vaag geworden, vinden experts. Tijd om werkelijkheid van mythe te onderscheiden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden