null Beeld

ColumnMaddy Hulshof

Mijn moeder wil ‘gewoon weer naar huis’. Maar welk huis bedoelt ze?

Mijn moeder woont nu zeven maanden in dit tijdelijke verzorgingshuis. Het oude is afgebroken en de contouren van het nieuwe huis zijn alweer te zien. Nog 17 maanden dan is het klaar en kan ze weer terug. ‘Ik hoop niet dat ik dat nog mee moet maken’ zegt ze ‘naar huis zal ik wel nooit meer kunnen’.

Het leven hier, daar moet ze zich toe zetten. Alles is heisa geworden vindt ze zelf. Een blouse die te lang is: lastig als ze naar de wc moet. Überhaupt dat hele aan- en uitkleden waarbij ze geholpen moet worden. Gedoe. ‘Iedereen doet zijn best, maar die jonge meisjes weten niets te liggen.’ Ze heeft er genoeg van om iedereen alles maar weer opnieuw uit te leggen. Grootmoeders Groundhog-day. ‘Ik wil gewoon weer naar huis.’

Welk huis ze bedoelt verandert en gaat steeds verder terug in de tijd. Eerst miste ze het oude verzorgingshuis. ‘Wat hadden we het toch gezellig daar, je hoorde nog eens wat op de gang en Tiny woonde dichtbij’. Dat het oude huis gehorig was en Tiny nu maar twee deuren verder woont doet ze stuurs af met ‘het gaat om het gevoel’.

Als ze iets langer nadenkt, zegt ze dat ze liever terug wil naar het appartementje waar ze 18 jaar woonde ‘toen ik nog kon fietsen’. De scheurlijn tussen vrijheid en afhankelijkheid zit treurig diep in haar Gazelle-fiets. Ze had de fiets bij de fietsenmaker gebracht en wilde hem in het donker weer ophalen ‘zodat niemand me kon zien als ik opstapte’. ’s Avonds had ze eerst een stuk gelopen met de fiets aan de hand, het moment afwachtend tot ze durfde op te stappen. Dat kwam niet en toen was ze opeens thuis. ‘’Daarna heb ik nooit meer gefietst en is alles steeds slechter geworden’.

Thuis is rond 1940

Over het huis waar wij opgroeiden heeft ze het niet als ze uit wil leggen wat ‘thuis’ voor haar is. Die jaren waren lang en zwaar en alleen. ‘Ja toen papa nog leefde en jullie klein leek het allemaal zo gewoon en vanzelf. Maar het was te kort.’ En dan direct er achter aan ‘wat hadden we het vroeger toch fijn’. Nu ben ik helemaal in de war met decades in bijna een eeuw leven ‘wat zie je dan mam?’. ‘Dan zitten we met de zussen rond de aardappelmand en zingen samen.’

Thuis is rond 1940, in de onbekommerde Achterhoek leek de oorlog ver weg. De zeven zussen hadden samen een badpak: een gebreide gele. Als het zwemweer was dan mocht degene die het eerst thuis was het badpak aan. Met een zachte aquarel-penseelstreek kan ze haar zussen schetsen; de grappige; de vergeetachtige; de jongste; de mooiste; de liefste; de kattigste; de bazigste. Voor mijn moeder zijn ze al bijna een eeuw hetzelfde, dat is fijn als alles om je heen verandert.

De tijd plakt steeds nog nieuwe stukjes aan haar leven. Ze is weer naar de bingo geweest ‘en er was een bak vol vers fruit’. Haar kleinzoon belt dat zijn jongste kind is geboren, een gebeurtenis waar ze weken naar uitkeek maar nu even niet uitkomt, ‘want ik heb net een bord soep’. Ze is opgetogen na de laatste persconferentie ‘er mogen weer honderd mensen bij een begrafenis zijn’. Ooit gaat ze weer naar huis, waar het fruit altijd vers is, de soep warm en de zussen zingen.

De moeder van columnist Maddy Hulshof is nog helder van geest, maar oud en haar dagen zat. Ze moet verhuizen en heeft daarover niets te zeggen. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden