Marinou Arends: ‘Ik zei tegen mezelf: op dit moment komen emoties niet van pas’.

InterviewKoffie-euthanasie

Marinou Arends werd aangeklaagd voor euthanasie: ‘Hier zit een arts die rotsvast overtuigd is van haar beslissing’

Marinou Arends: ‘Ik zei tegen mezelf: op dit moment komen emoties niet van pas’.Beeld Linelle Deunk, Lumen

Arts Marinou Arends werd vervolgd voor euthanasie bij een patiënte met vergevorderde dementie. Ze is ontslagen van rechtsvervolging, maar de zaak nam een hap van vier jaar uit haar leven. ‘Ik zag mezelf als verdediger van een stuk van de euthanasiewet. Ik moest mijn rug rechten.’

Ze had zich haar pensioen heel anders voorgesteld. Kort nadat ze stopte met werken, verhuisde specialist ouderengeneeskunde Marinou Arends (Den Haag, 1950) naar een dorpje in de Noord-Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein. Ze wilde daar inburgeren en haar Duits verbeteren. In de tuin werken. Ze wilde rondtrekken in de camper, met haar man.

In plaats daarvan zat ze overdag over juridische stukken gebogen. ’s Nachts hield de procedure haar wakker. Of ze droomde dat ze weer op school zat en onverwacht mondeling eindexamen moest doen. Dat deed de rechtszaak met haar.

Marinou Arends

1950 Geboren in Den Haag, daar opgegroeid
1978 Afgestudeerd in de medicijnen in Leiden. Werkt in een ziekenhuis in Gouda, doet opleiding voor basisarts.
1987 Begint een eigen praktijk als homeopathisch arts
2006 Stapt over naar een verpleeghuis, doet opleiding tot specialist ouderengeneeskunde
2012 Begint haar werk als Scen-arts
sinds 2016 Gepensioneerd, maar nog wel enige tijd actief als Scen-arts. Inmiddels is ze ook daarmee gestopt.

Op de valreep van haar carrière, in 2016, had Arends euthanasie verleend aan een 74-jarige patiënte die door dementie wilsonbekwaam was geworden. De vrouw kon met Arends niet meer over haar doodswens praten. Wel had ze haar euthanasieverzoek eerder op papier vastgelegd. Arends gaf de vrouw een slaapmiddel in haar koffie, om te voorkomen dat ze zou reageren op de prik van het infuus. Ze deed dat in het volste vertrouwen dat ze juist handelde, zo beschrijft ze in haar boek Aangeklaagd voor euthanasie, dat eind vorig jaar verscheen. Haar rechtszaak was een primeur: de eerste sinds euthanasie wettelijk geregeld werd in 2002.

U heeft vier keer euthanasie verleend. Is het mooi om te doen, een euthanasietraject?

“Ik vind van wel. Je probeert eerst iemand zo goed mogelijk te behandelen. Je zoekt met de patiënt uit waardoor hij lijdt. Met andere artsen probeer je alles er nog uit te halen. Als de patiënt uiteindelijk zegt ‘Het kan echt niet meer’, dan is het voor een arts een mooie laatste stap in de begeleiding om ook de euthanasie uit te voeren.”

Na haar huisartsopleiding was Arends 25 jaar homeopathisch arts in haar eigen praktijk. In 2006 keerde ze terug naar de reguliere geneeskunde, omdat alternatieve artsen hun registratie in het zorgregister dreigden te verliezen door nieuwe regels en dat wilde ze niet. Ze ging werken in een verpleeghuis en deed een opleiding tot specialist ouderengeneeskunde. Mensen langere tijd kunnen begeleiden in de laatste fase van hun leven, dat sprak haar aan.

In 2012 werd Arends ook Scen-arts: een in euthanasie gespecialiseerde, onafhankelijke arts, die samen met de behandelend arts van een patiënt bekijkt of aan de zorgvuldigheidscriteria voor euthanasie is voldaan. Arends deed meer dan honderd beoordelingen.

Bent u ook tijdens uw strafzaak doorgegaan als Scen-arts?

“Ja, omdat ik het belangrijk en mooi vind om te doen. Ik spreek met iemand over het leven, over de ziekte en over het lijden. Vrijwel altijd bedanken patiënten mij als ik wegga. Omdat ik ze de gelegenheid gaf om terug te blikken op het leven.”

Dat klinkt als het werk van een geestelijk verzorger.

“Daar komt het heel dichtbij.”

Was het niet vreemd dat u andere artsen hielp een afweging te maken, terwijl u een veroordeling boven het hoofd hing?

“Meestal niet. Een keer heb ik een casus niet opgepakt, omdat het ging over een patiënt met dementie. Ik dacht: dat helpt die arts niet bij de toetsingscommissie, als mijn naam onder het Scen-rapport staat.”

Is het moeilijker euthanasie te verlenen aan een wilsonbekwame patiënt, zoals u deed bij die 74-jarige vrouw?

“Veel moeilijker. Je mist die dringende vraag van de patiënt: dokter, dit gaat zo niet langer. Ik heb er lang over gedaan om tot een beoordeling te komen: zeven weken. Dat zijn weken waarin ik haar zeker twee keer per week observeerde en met haar praatte, variërend van twintig minuten tot enkele uren. Ik ben een keer ’s avonds tot elf uur gebleven, om haar gedrag te zien.”

In haar wilsverklaring schreef ze onder andere dat ze euthanasie wilde ‘wanneer ik daar zelf de tijd voor rijp acht’. Hoe wist u dat ze ook deze situatie, waarin ze het niet meer zelf kon aangeven, bedoeld had?

“De kern van haar wilsverklaring was: ik wil niet jarenlang leven met diepe dementie, waarbij ik niet meer met mijn man kan leven, maar in een verpleeghuis moet wonen. Want ik heb gezien hoe mijn moeder met dementie heeft geleden. De rest was grammatica.”

Is dat zo? Ze had zich het toch anders voorgesteld?

“Ze had zich voorgesteld dat er een moment zou zijn dat het niet meer ging, dat het verpleeghuis dichterbij kwam, dat ze de familie bijeen zouden roepen en dat ze zou zeggen: nu wil ik dood. Maar toen ze eenmaal opgenomen moest worden, was ze niet meer wilsbekwaam. Dus dat afscheid kon niet meer en zelf vragen ook niet.

Een eigen foto van Marinou Arends van de vleugel en poes Minoes, ‘beide, elk op hun eigen wijze, een inspiratiebron en rustpunt in mijn leven’. Beeld Marinou Arends
Een eigen foto van Marinou Arends van de vleugel en poes Minoes, ‘beide, elk op hun eigen wijze, een inspiratiebron en rustpunt in mijn leven’.Beeld Marinou Arends

“Betekende dat ook dat voor haar de euthanasie ook niet meer hoefde? Ik heb daar diep over nagedacht en er veel over gepraat met haar familie, haar echtgenoot en met collega’s. Aan haar gedrag was te zien dat ze het leven in het verpleeghuis echt niet wilde. De situatie waarin ze zat, was ondraaglijk. Ze wees die situatie af, ondanks dat ze die niet meer begreep.”

“Dan kun je zeggen: het plaatje van haar verzoek was niet 100 procent compleet, maar voor 90 procent. Moest ik nu op basis van die 10 procent die ontbrak zeggen: het kan niet? Ik vind dat ik dan mijn patiënt in de steek laat. Ik heb stapje voor stapje het besluitvormingsproces doorlopen. Bij elke stap kon het twee kanten op: stoppen, of doorgaan.”

Ben u nooit bang geweest dat u ergens de verkeerde afslag hebt genomen?

“Hier zit een arts die rotsvast overtuigd is van haar beslissing.”

Heeft u op een van die punten gedacht: hier komen later misschien vragen over?

“Nee. Ik vond alles wat ik gedaan heb heel goed navolgbaar.”

De toetsingscommissie die de euthanasie beoordeelde, dacht daar na een gesprek met Arends anders over. Arends zou ‘met haar handelwijze een grens overschreden’ hebben, zo valt te lezen in het oordeel. “Zij heeft door de (heimelijke) toediening van dormicum”, het slaapmiddel in de koffie, “patiënte de mogelijkheid willen ontnemen om zich tegen het inbrengen van het infuus dan wel de toediening van de euthanatica fysiek te verzetten.” Die tekst was voor de buitenwacht de eerste kennismaking met de zaak, die in de media al snel ‘de koffie-euthanasie’ heette.

Hoe werkt de toetsing van euthanasie?

In Nederland zijn vijftien Regionale Toetsingscommissies Euthanasie die op basis van het verslag van de arts beoordelen of die aan de criteria in de euthanasiewet heeft voldaan. In iedere commissie zit een arts, een jurist en een ethicus. Hebben zij vragen, dan nodigen ze de arts uit voor een gesprek.

Als zij vinden dat de arts zich niet aan alle zorgvuldigheidseisen heeft gehouden, gaat dat oordeel naar het Openbaar Ministerie en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Het OM kan dan een rechtszaak aanspannen en de IGJ een tuchtzaak. In de praktijk vervolgt het OM vrijwel nooit.

In het geval van Marinou Arends wel, zo kondigde het OM in 2017 aan. Na de uitspraak van de rechtbank in 2019 (ontslag van rechtsvervolging) ging het OM niet in hoger beroep, maar ‘in cassatie in het belang der wet’ bij de hoogste rechter, de Hoge Raad. Daarbij hoefde Arends niet meer terecht te staan. In april vorig jaar bevestigde de Hoge Raad het oordeel van de rechtbank.

De familie van de vrouw die van Arends euthanasie kreeg, sprak in een verklaring die in de rechtbank werd voorgelezen haar steun en dankbaarheid aan Arends uit.

Een groep artsen reageerde geschokt. Ze plaatsten een advertentie in de landelijke dagbladen, onder de kop: ‘Niet stiekem bij dementie’: “Een dodelijke injectie geven aan een patiënt met vergevorderde dementie op grond van een wilsverklaring? Aan iemand die niet kan bevestigen dat hij dood wil? Nee, dat gaan wij niet doen. Onze morele weerzin om het leven van een weerloos mens te beëindigen is te groot.” 450 artsen tekenden de verklaring.

In uw boek schrijft u dat u het oordeel van de toetsingscommissie tendentieus en insinuerend vindt.

“Dat klopt. In het woord ‘heimelijk’ zit een waardeoordeel. Bovendien is het een onjuiste term, als je spreekt over een wilsonbekwaam persoon. De familie was op de hoogte van de sedatie.”

U schrijft ook dat het woord ‘verzet’ een eigen leven is gaan leiden. Waar kwam dat woord vandaan?

“Op het formulier, dat je direct na een euthanasie invult terwijl de lijkschouwer er is, heb ik in het vakje ‘bijzonderheden’ – zo’n klein vakje – het woordje ‘verzet’ gebruikt om aan te geven dat de patiënte tijdens de euthanasie een stukje overeind kwam, ondanks de sedatie. Ik heb het vooral opgeschreven om het collega’s aan te reiken als iets dat kan gebeuren. ‘Verzet’ is verpleeghuisjargon, dat we heel laagdrempelig gebruiken, bijvoorbeeld als iemand zijn hoofd wegdraait bij het eten of iets niet prettig vindt bij een behandeling.”

Hoe ging u om met de kritiek?

“Ik zei tegen mezelf: op dit moment komen emoties niet van pas. Ik realiseerde me dat het niet om mijn persoon ging, maar om de euthanasiewet. Die wet vind ik belangrijk. Ik heb mezelf gezien als een verdediger van een stuk van de euthanasiewet. Daarom moest ik mijn rug rechten.”

Makkelijker gezegd dan gedaan.

“Het blijft knagen. Ik heb niet gekozen voor deze zaak. Bij mij was er altijd stress: red ik dit wel, kan ik het wel aan? Heb ik de kracht om op het juiste moment de goede woorden te vinden? Kan ik de rechter overtuigen?”

Bent u veranderd door het proces?

“Ik voelde me nooit zo lekker in de schijnwerpers. Ik deed graag mijn ding in de beslotenheid van de spreekkamer, of in een kleine groep. Deze situatie heeft me zelfbewustzijn gebracht. Ik dacht: op de een of andere manier mag ik hier zijn, kan ik hier mijn terrein verdedigen. Ik laat me nu niet meer zo makkelijk ompraten.”

Heeft het u ook beschadigd?

“Zo’n hap uit je leven van vier jaar komt nooit op het goede ogenblik. Ik was gemiddeld vier uur per dag bezig met het lezen van stukken, en twintig uur per dag was ik er onbewust mee bezig. Als iemand die zich voorbereidt op een tenniswedstrijd en er alles aan doet om te kunnen pieken op het moment van de wedstrijd.”

In september 2019 ontsloeg de rechtbank Arends van alle rechtsvervolging. Het OM besloot, tegen haar verwachting in, niet in hoger beroep te gaan (zie kader).

“Ik was tot de tanden bewapend voor de volgende ronde”, zegt Arends. “Ik had me erop voorbereid dat het nog jaren zou kunnen duren. Al die tijd stond ik onder een basisspanning. Toen ik hoorde ik dat het OM niet in beroep ging, was alsof iemand een speld in een ballon prikte.

“Dat was het moment dat ik in een gat viel. Al mijn grote plannen voor na mijn pensioen hadden in de ijskast gestaan, ik had ze er nog niet uit durven halen. Het langzamerhand ontspannen heeft wel een jaar geduurd. Ik moest mezelf tijd geven om weer van normale dingen te kunnen genieten.”

Wat voor dingen bijvoorbeeld?

“Ik heb me de laatste jaren verdiept in China. Mijn man en ik zijn daar in 2019 – tussen de bedrijven door – vier weken geweest. We wilden er nog eens naartoe gaan als alles voorbij was. Na mijn pensioen kwam het proces. En nu corona. Terwijl we nu nog energie hebben om dingen te doen. Mijn man is 78, er komt een tijd dat dat niet meer kan.”

Marinou Arends, Aangeklaagd voor euthanasie, Wolf Legal Publishers; 378 blz. € 24,95

Lees ook:

Arts krijgt meer ruimte bij euthanasie bij dementie

De rechtszaak tegen Marinou Arends leidde vorig jaar tot een verandering van de richtlijn van de euthanasiecommissies. Artsen krijgen daarin nadrukkelijker de ruimte om hun eigen beoordeling te maken.

Het is misschien beter als strafrechters zich niet meer bemoeien met euthanasie, vindt Jacob Kohnstamm

D66’er Jacob Kohnstamm vertrok deze week als voorzitter van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie. De rechtszaak tegen verpleeghuisarts Marinou Arends heeft er volgens hem voor gezorgd dat de kans klein is dat er ooit nog een arts voor de rechter komt.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden