Familie Rob en Marianne Lammers en zoon Jasper.

Bewindvoering

Marianne en Rob dreigen de bewindvoering over hun zoon te verliezen: ‘Ik was in shock’

Familie Rob en Marianne Lammers en zoon Jasper. Beeld Maikel Samuels

Door een wetswijziging kunnen zorginstellingen bij de rechter een verzoek indienen om familieleden te ontslaan als mentor en/of bewindvoerder. De grens tussen gebruik en misbruik lijkt dun.

 In de tuin van zijn ouders zegt Jasper Lammers dat hij het niet begrijpt. Hij ziet dingen gebeuren die niet kunnen. ‘Ze’ proberen al een jaar zijn ouders op afstand te zetten. “Ik heb er zelf niks over gezegd, tegen papa en mama.”

Jasper is 39 jaar. Hij houdt van hockey, van carnaval en heeft een verstandelijke beperking. De ‘ze’ waar Jasper naar verwijst als hij vertelt over de krachten die zich tegen zijn ouders keren, is Cello, een zorgorganisatie voor mensen met een verstandelijke beperking. Jasper woont in een appartement van Cello, niet ver van zijn ouders Rob en Marianne.

Zoals Jasper wil dat zijn ouders voor hem kunnen blijven zorgen, zo willen zijn ouders dat graag voor hem blijven doen. Omdat hij ouder is dan achttien en dus meerderjarig, zijn zij mentor en bewindvoerder. Nog wel. Op 4 juli dit jaar viel er bij de familie Lammers een dik pakket papier op de deurmat. Verzoek tot ontslag van de mentor en bewindvoerder, lazen Rob en Marianne. Als de rechter instemt, hebben zij niets meer over hun zoon te zeggen. Marianne was een week ‘in shock’.

Kritiek geven

Niet alleen door het verzoek tot ontslag, ook door de aangevoerde redenen. Jasper zou van zijn ouders niks mogen en geen financiële middelen krijgen. Ook zou Jasper lijden onder het conflict tussen zijn ouders en de zorginstelling. “Ik zou buiten het conflict blijven”, zegt Jasper. “Ik begrijp het niet.”

Volgens de ouders is het de zorginstelling die de strijd zoekt. Zij zijn weleens kritisch, zeggen ze. Natuurlijk, het gaat immers over hun zoon. Maar kritiek geven doen ze alleen als het niet anders kan, zegt Rob. Bijvoorbeeld toen de hele groep met wie Jasper woont naar een nieuwe locatie zou gaan, behalve Jasper. Daar maakten Rob en Marianne bezwaar tegen, tot de rechter aan toe, die de ouders gelijk gaf. De rechter gaf Rob en Marianne al eerder gelijk. In 2013, toen Cello de zorgovereenkomst opzegde. Ze wilde Jasper niet meer als cliënt. Maar Jasper wil in zijn eigen vertrouwde Den Bosch blijven. Dan is het nagenoeg onmogelijk om buiten Cello om een goede woon- en zorglocatie te vinden.

De uitkomst van de rechtszaken hebben bij de instelling voor nogal wat rancune gezorgd, denkt Rob. Daar zal volgens hem het verzoek vandaan komen om hen het mentorschap en bewindvoerderschap te ontzeggen. Cello zelf laat weten dat ze niets kunnen zeggen over de kwestie vanwege privacyregels. De Vereniging Gehandicapten Nederland (VGN) kan in algemene zin wel iets zeggen.

Laatste redmiddel

Die vindt dat een strijd tussen ouders en instelling geen reden is voor een verzoek om ouders te passeren voor het mentorschap. “Voor ons is het belang van het kind het criterium om een verzoek in te dienen”, stelt VGN in een verklaring. “De zorgaanbieder moet de zorg van een goede hulpverlener in acht nemen en dus het belang van het kind vooropstellen. Soms kan dit betekenen dat als je er met de ouders niet uitkomt en zij in onze ogen blijvend niet in het belang van het kind handelen, de gang naar de rechter nodig is. Er zit in zo’n situatie natuurlijk veel tragiek, dat realiseren we ons terdege. Ook wij willen dit niet, het is echt een laatste redmiddel.”

Rob en Marianne Lammers en zoon Jasper. Beeld Maikel Samuels

Sinds 2014 mogen zorginstellingen zelf naar de rechter stappen om een professionele mentor, bewindvoerder of curator voor hun cliënt aan te vragen. Dan zouden mensen zonder familie ook iemand krijgen die voor hen opkomt. Maar uit onderzoek van Trouw, tv-programma ‘De Monitor’ van KRO-NCRV en platform voor onderzoeksjournalistiek Investico blijkt dat de regel ook wordt gebruikt om familie buiten de deur te houden. De familie Lammers is niet de enige die het overkomt.

Na een oproep van de drie media meldden zich tientallen personen met vergelijkbare ervaringen. Hun verhalen volgden een stramien dat juristen, mantelzorgmakelaars, advocaten en andere deskundigen herkennen. Het begint bij een familielid dat klaagt over gebrekkige zorg. Het familielid krijgt het stempel ‘lastig’, iemand die de zorginstelling kwijt wil. Die stapt naar de kantonrechter en vraagt een professionele begeleider aan. Als de rechter meegaat in het verzoek van de instelling, is in het ergste geval zelfs geen contact meer mogelijk tussen zoon, dochter, vader of moeder.

Zware maatregel

Passeren van familie is een zware maatregel. Zorginstellingen moeten daarom bij de rechter uitleggen waarom zij om professioneel mentorschap/bewindvoering vragen, en dat niet aan de familie overlaten. Dat heet de vermeldingsplicht. Uit een rapport uit 2018 dat is opgesteld in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) en waarin de wetswijziging uit 2014 wordt geëvalueerd, blijkt dat rechters nauwelijks naar die plicht kijken.

Misschien niet naar die plicht, zegt kantonrechter Paul Rouwen, maar er wordt wel degelijk goed gekeken waarom de zorginstelling de aanvraag doet, en niet de familie. “Dat zit al zo in ons systeem, dat we niet extra naar die plicht hoeven te kijken. Als je een situatie hebt waarin een demente moeder of een gehandicapte dochter een bewindvoerder krijgt, dan is familie altijd de eerst aangewezene voor mentorschap of bewindvoering. Als een instelling een professionele bewindvoerder aandraagt, kijken we extra kritisch. Dat handel ik echt niet in een half uurtje vanuit mijn bureaustoel af.”

Niet foutloos

Het merendeel van de personen die Trouw, De Monitor en Investico de afgelopen weken sprak, was kritisch over de rechtspraak. Vooral de families, die de rechtszaken als traumatisch ervoeren. Dat teleurgestelde mensen de rechtsgang hartstikke oneerlijk vinden, begrijpt Rouwen, maar dat wil volgens hem niet zeggen dat rechters steken laten vallen. “Fouten, slordigheden of nonchalance van de kant van de rechtspraak, nee, daar herken ik me niet in. Ook andere collega’s niet met wie ik heb gesproken. Er zijn misschien gevallen waarin het niet goed is gegaan. Rechtspraak is niet foutloos. Maar dan hebben we het hoger beroep. Als ik vandaag heb besloten om een professional als mentor te benoemen en morgen blijkt dat het een verkeerde beslissing is, dan draai ik die beslissing terug. Mentorschap of bewindvoering is niet voor altijd.”

In de wetsevaluatie zijn bewindvoerders en mentoren kritisch over de toegenomen macht van zorginstellingen. Zij vrezen dat de professionele vertegenwoordigers op oneigenlijke gronden gepasseerd kunnen worden. Wat die oneigenlijke gronden zijn, staat niet precies beschreven, maar denk aan een mentor die te kritisch is op de zorg die een instelling levert.

Die vrees komt naar voren in een enquête die De Monitor mede namens Trouw en Investico uitstuurde naar bewindvoerders en mentoren. “Als je te veel tegen de wensen van zorginstellingen of zorgverleners ingaat, zorgen ze ervoor dat de cliënt overstapt naar een andere bewindvoerder/mentor die wél meewerkt”, zegt een respondent.

Berichtje via de telefoon

In de wetsevaluatie stellen koepelorganisaties van bewindvoerders dat er zorginstellingen zijn die constructies optuigen om de regels te omzeilen. Een mentor en/of bewindvoerder moet opkomen voor zijn cliënt, en dat kan botsen met de zorginstelling. Daarom is het verboden als mentoren/bewindvoerders in dienst zijn van een zorginstelling. Om toch aan de regels te voldoen en invloed te houden op mentoren en bewindvoerders richten zorginstellingen aparte stichtingen op. Zij voeren dan ‘onafhankelijk’ bewind terwijl de stichting eigenlijk een verlengstuk is van de instelling. Het College voor de Rechten van de Mens is hier kritisch op. Daarbij leert een rondgang op LinkedIn dat er mentoren en bewindvoerders zijn die in dienst zijn van een zorginstelling.

Sowieso valt in de cv’s op LinkedIn op dat medewerkers van bewindbureaus vaak ex-medewerkers zijn van zorginstellingen. Iets dat overigens wettelijk is toegestaan. Maar het kan voor een nare bijsmaak zorgen, weten Wijnand en Heleen van der Giessen.

Zij waren altijd nauw betrokken bij de zorg voor hun psychotische zoon Joost die in een ggz-instelling zit. Afgelopen maart verloren ze het mentorschap over Joost. Sindsdien heeft Heleen hem nog een keer gezien. Hoe zal het met hem gaan? Soms ontvangen zij en Wijnand een berichtje via de telefoon. Wartaal. Het gaat niet goed. Heleen vreest de dag dat Joost op straat belandt, als verwarde man.

In zijn pubertijd kreeg Joost last van psychoses. Na verschillende zelfmoordpogingen kwam hij terecht in een ggz-instelling. Daar kwam nog iets bij. Vorig jaar verhuisde Joost naar een nieuwe kliniek in Haarlem van GGZ InGeest waar veel drugs werd gebruikt. Ook Joost ging gebruiken, wat in combinatie met zijn ziekte desastreus uitpakt. 

Elektroshocktherapie

Daar bovenop ontstond nog een conflict. Joost verhuisde naar een nieuwe kliniek in Amsterdam die samenwerkt met InGeest. Dat was tegen de zin van Heleen en Wijnand. Een jaar eerder, toen Heleen en Wijnand nog mentor waren, had deze instelling tijdens een intakegesprek voorgesteld elektroshocktherapie toe te passen. Dat zagen Heleen en Wijnand niet zitten. Zij drongen aan op verhuizing naar een instelling van een andere ggz-organisatie, in Amersfoort. “Alles was geregeld, het was enkel nog wachten totdat er een plaats vrijkwam.”

Maar InGeest had dus andere plannen. Zij hielden vast aan een verhuizing naar Amsterdam. Dat zou moeilijk worden zolang Heleen en Wijnand mentor/bewindvoerder waren. De rechter controleerde elk jaar tijdens een evaluatiezitting of de ouders hun taak naar behoren uitvoerden. Dat was telkens het geval. Ook dit jaar zou de evaluatiezitting een formaliteit zijn, maar er wachtte Heleen en Wijnand een verrassing. Hun zoon Joost bleek een andere mentor/bewindvoerder te willen.

Heleen vermoedt dat ofwel de instelling op Joost heeft ingepraat of medebewoners van de instelling. “Ik denk dat ze tegen Joost hebben gezegd: als iemand anders je zaken regelt, dan krijg je meer geld voor drugs. Joost is extreem beïnvloedbaar en overziet de gevolgen van zijn keuzes niet.”

Geen rapportage

Tijdens de rechtszaak schold Joost de rechter de huid vol. Toch kwam er geen onderzoek naar zijn wilsbekwaamheid. Dat had in het geval van Joost wel gemoeten, stelt Heleen. Volgens rechter Rouwen, niet betrokken bij deze zaak, is dat meestal niet nodig omdat kantonrechters al een rapportage krijgen over de geestelijke toestand van de cliënt. “Bij ons was er geen rapportage”, zegt Heleen.

Bestuurder Bouke Bijnsdorp van GGZ InGeest laat weten de breuk binnen de familie Van der Giessen te betreuren, maar kan verder vanwege de privacy weinig zeggen. Dat geldt ook voor de mentor die in het algemeen stelt af te gaan op de wensen van de cliënt.

VGN heeft als standpunt dat het “van bovenliggend belang is dat een kind goede zorg krijgt. Natuurlijk vinden wij ook dat ouders altijd in een of andere vorm betrokken dienen te blijven en dat alle betrokkenen zich hiertoe tot het uiterste moeten inspannen. Niemand is erbij gebaat om ouders buiten spel te zetten.”

Deze week kreeg de familie Van der Giessen te horen dat hun zoon anderhalve dag was vermist. Weggelopen uit de gesloten instelling. Niet de instelling in Amersfoort, waar Heleen en Wijnand hun zoon naartoe wilden sturen, maar uit de locatie in Amsterdam. De mentor die Joost heeft begeleid naar deze instelling is daar overigens goed bekend. Hij heeft er tot 2016 gewerkt als sociaal-juridisch dienstverlener.

Joost is niet de echte naam van de zoon van de familie Van der Giessen. Zijn echte naam is wel bekend bij de redactie.

Verantwoording

Voor het onderzoek spraken Trouw, De Monitor van KRO-NCRV en platform voor onderzoeksjournalistiek Investico met tientallen families die door een zorginstelling buitenspel zijn gezet. Ook is gesproken met juristen, advocaten, een rechter, zorginstellingen, mentoren en bewindvoerders, brancheorganisaties van zorginstellingen en mentoren en bewindvoerders, een mantelzorgmakelaar en een deskundige uit de academische wereld. Er zijn rapporten en richtlijnen bestudeerd, net als uitspraken van kantonrechters en het gerechtshof. Daarnaast is een enquête uitgestuurd naar mentoren en bewindvoerders die door ruim 400 respondenten is ingevuld.

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Lees ook:

Bescherming oudere door bewind of levenstestament kan beter

De juridische regelingen voor kwetsbare ouderen bieden te weinig ruimte voor het deels zelf kunnen beslissen van de oudere. Levenstestamenten bieden te weinig bescherming tegen misbruik, stellen Kees Blankman, hoogleraar juridische bescherming van ouderen en meerderjarigen met beperkingen en Masha Antokolskaia, hoogleraar Familierecht Vrije Universiteit Amsterdam 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden