null Beeld

ColumnBert Keizer

Maakt het uit wat een arts in privétijd doet?

Naast corona gaat de andere ellende gewoon door. Dat merkte ik toen ik collega Jansen (de naam is verzonnen) even googelde om haar praktijkadres te zoeken. We hadden contact over een van haar patiënten die ik als SCEN-arts ging bezoeken. Haar gegevens waren moeiteloos te vinden, maar direct onder haar naam las ik: Jansen Zwarte Lijst Artsen en daaronder de mededeling dat zij in 2013 was berispt door het Tuchtcollege vanwege een onjuiste behandeling/ verkeerde diagnose. Zwarte Lijst? Ik bracht het onder haar aandacht en ze reageerde nogal nuchter. “Ja, we proberen daar iets aan te doen, maar tot nog toe zonder resultaat.” Ze is namelijk niet de enige die op deze manier te kijk wordt gezet. Het leek mij een vervelende vorm van natrappen waar je je kennelijk niet tegen kunt verweren.

In Medisch Contact van 10 december las ik over een recentere tuchtzaak. Mevrouw X. klaagde over dokter Y., een internist. Dokter Y. was de preses van de kerkenraad. Nu ben ik aan het framen door Y. aan te duiden als ‘dokter Y.’. Dat is framen omdat het de vraag is of hij hier optrad als arts of als preses.

Y. zegt in een e-mail aan het moderamen van de kerkenraad: “Dat X’s gedrag afwijkend is en niet normaal in het kerkelijk verkeer. Er lijkt sprake van (niet uitgerijpte?) karakterstructuur, die structureel in conflict komt met anderen en zich (secundair) ernstig gekwetst voelt en dan excuses eist. Zelfreflectie ontbreekt. Een diep autoriteitsvraagstuk is, vermoed ik, niet uitgesloten.”

Als u nu denkt: mag je dit zomaar bespreken in de krant? Ja, de zitting van het Tuchtcollege is openbaar, en dat geldt ook voor deze teksten uit Medisch Contact.

Enkele maanden later stuurde Y. nog een e-mail aan de kerkenraad waarin hij zegt: “De talrijke feiten, waarnemingen en recente gebeurtenissen rechtvaardigen de conclusie dat het gedrag van zr. X. ernstig afwijkend is. Het vertoont kenmerken die zeer wel zouden kunnen passen bij een NPS, een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Het lijkt me dringend gewenst dat zij op korte termijn professionele hulp zoekt.”

Mevrouw X. vindt dat Y. ‘zijn status als arts heeft misbruikt en een (onjuiste) diagnose over haar heeft gesteld.’ Ja, als mevrouw X. dit de juiste diagnose had gevonden dan was de diagnose zeker onjuist.

Ik vind echter dat ze gelijk heeft. Ze roept wrevel op en meneer Y. slaat terug door haar een vervelende diagnose op te plakken. Hoe moet je je daartegen verweren?

Het Tuchtcollege vindt dat het hier geen uitspraak kan doen, omdat er geen behandelrelatie is tussen X. en Y. Het gaat hier om wat een arts doet in de privésfeer en de vraag is of daar ook normen voor gelden. Jawel, die zijn er.

Wat een arts in de privésfeer doet kan onder het tuchtrecht vallen ‘als het handelen voldoende weerslag heeft op het belang van de individuele gezondheidszorg’. Je moet dan denken aan daden die ‘het vertrouwen in de beroepsuitoefening ernstig schaden: levens-, gewelds-, of zedendelicten’.

Zo ver is Y. natuurlijk nooit gegaan. Het Tuchtcollege constateert dat hij zich steeds als preses presenteerde en niet als arts. Het Tuchtcollege vindt tevens dat Y. geen diagnose gesteld heeft. Het kan wel zijn dat mevrouw X. zich gekwetst voelde door meneer Y., maar het medisch tuchtrecht is daarop niet van toepassing. Ik vind het vonnis ingenieus, maar niet overtuigend. De afbakening van het tuchtrechtelijke territorium geschiedt op voorbeeldige wijze, maar ik ga er niet in mee. Ik geloof dat het niet vol te houden is dat Y. zich als preses presenteerde omdat de hele gemeente donders goed weet dat hij internist is. Als de loodgieter, met alle respect voor loodgieters, zegt dat ik waarschijnlijk een persoonlijkheidsstoornis heb dan zal ik, en zullen de omstanders aan wie hij deze mededeling doet, zeggen: “Hoor hem, wat weet hij nou van persoonlijkheidsstoornissen?” 

Maar als een internist het zegt (kennelijk een internist die nogal makkelijk wat psychiatrie om zich heen strooit) dan heeft het een andere lading. Medisch Contact vond het ook een saillante uitspraak, anders hadden ze hem niet zo uitdrukkelijk besproken. Het zou mij verbazen als mevrouw X. niet in hoger beroep ging. En nee mevrouw, dat is niet diagnostisch bedoeld.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden