Beeld Trouw

ColumnBert Keizer

Leeft een virus? Het antwoord is eerder een besluit dan een ontdekking

Dagje coronaquarantaine. Eerst maar de boekenkast opruimen. Omdat ik de tijd heb meet ik voor de gein eens op hoeveel boekenkast ik eigenlijk heb. Het blijkt vijfenvijftig meter te zijn. Waarvan zesentwintig centimeter zelf geschreven. We ronden dat maar liever af op twintig, want hoeveel heb je gejat al die jaren? Na deze opwekkende gedachte moest ik even gaan zitten. Het allerergste zal ik u nu niet aandoen: aan de lezer vertellen welke boeken je dierbaar zijn. En welke je weg doet. En waarom. Bijna net zo vervelend als luisteren naar iemands droom. Wie kan er iets boeiends zeggen over het hardnekkige bewaren of het nijdige wegsmijten van ‘de Toverberg’ of ‘Finnegan’s Wake’? Ik heb overigens wel een hele mooie 19e-eeuwse editie van de ‘Camera Obscura’ waarmee ik op het punt sta u te gaan vervelen.

Dit zinloze inslaan van blinde stegen doet me denken aan Spike Milligans ‘geestelijke oefeningen’ terwijl hij op wacht staat. Spike was een Britse komiek die in de tweede wereldoorlog onder andere in Afrika vocht. Hij schreef zijn memoires onder de titel: ‘Adolf Hitler – my part in his downfall’. Op wacht probeert hij wakker te blijven: “Deze hond is half-wild, u moet alleen zijn lieve helft aaien. Vier uur? Nee toch? Ik dacht aan een stuk zeep. Ik klikte het magazijn los uit mijn geweer. Ik zei ‘Hallo’ tegen ’m. Ik klikte hem weer terug. Ik tekende Ravels ‘Balzaal met Spook’ in de lucht. Ik floot ‘De Zonnebloemen’ van Van Gogh. Ik tekende een denkbeeldige lijn op mijn tanden. En nu? Ik draaide mijn helm om en stak één vinger in mijn oor. Ik telde mijn neus, ik luisterde naar Duitsers. Stilte, maar door wiens toedoen? In een opwelling zei ik: “Vis”. 04.20 uur. Maar dit is een goedkoop horloge, op een dure zou het minstens 05.30 zijn.”

Net voor Spike staat ‘Scorn’, een boek vol amusant-minachtende citaten. In plaats van door te werken ga ik erin bladeren. David Lloyd George over een aristocraat: ‘De tiende bezitter van een stompzinnig gezicht.’ Tallulah Bank­head over Bette Davis: “Als ik die ouwe heks ooit te pakken krijg dan trek ik elke haar uit haar snor.” Cyril Connolly over recensies schrijven: “Vreselijk werk, andermans kittens verdrinken.”

Terug naar corona

Appje van een vriendin brengt me terug naar corona. Ze had gehoord dat een virus dood is totdat het een cel binnendringt en dan tot leven komt. Klopt dat? Op naar Wiki.

Het eerste gefundeerde vermoeden van iets infectieus dat alle filters passeerde waarin bacteriën wel werden gevangen kwam uit het werk van Martinus Beijerink in 1898. Het eerste beeld van een virus werd gezien in 1931 dankzij de ontwikkeling van de elektronenmicroscoop. Virussen bestaan uit RNA of DNA verpakt in eiwit. Ze kunnen een cel binnendringen en zichzelf daar met gebruikmaking van het aanwezige celmateriaal kopiëren. Het is bijna ongelooflijk hoe ingewikkeld die gang van zaken is. Ik ga niet proberen dat zonder plaatjes te beschrijven. 

Er is nog geen duidelijk antwoord op hun evolutionaire oorsprong. Ze bestaan uit een vitaal onderdeel van de cel (DNA of RNA) dat zich evenwel buiten de cel ophoudt. Het is alsof een losse bougie in de berm een klein carrosserietje om zich heen bouwde. Zijn ze ooit ontsnapt uit cellen? Waren ze eerst gezonde cellen die bijna alles verloren? Of ontstonden ze tegelijkertijd met cellen, wellicht een rudimentaire vorm? Het is onduidelijk.

Nu de vraag of ze leven. Als je zo diep graaft in hun ‘gedrag’ dan kom je op precies diezelfde diepte de aard van de cel tegen, namelijk: ook allemaal moleculen. En leven die dan? Nee, moleculen leven niet. Maar u en ik, wij bestaan toch uit moleculen, leven wij dan ook niet? De oplossing voor deze verwarring, want dat is het, ligt in het verleggen van je aandacht naar de bril die je op hebt. Zo kun je door een moleculaire bril naar de wereld kijken en zeggen: mensen en auto’s bestaan uit moleculen. En door een biologische bril: mensen zijn primaten. De vraag of een virus leeft of niet hangt ervan af of je het door een biologische of moleculaire bril bekijkt. En het antwoord is eerder een besluit dan een ontdekking.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum EuthanasieVoor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden