Hoogleraar psychiater Ko Hummelen.

Interview Forensische psychiatrie

Klinieken mogen geen controlekamp worden na de affaire-Michael P., zegt psychiater Ko van Hummelen

Hoogleraar psychiater Ko Hummelen. Beeld Koen Verheijden

Hoe weet je of een misdadiger opnieuw de fout ingaat? Hoe weet je of een misdadiger opnieuw de fout ingaat? Sinds Michael P. is er veel kritiek op de klinieken waar ze worden behandeld. Hoogleraar Ko Hummelen plaatst kanttekeningen.

Ik steek je huis in de fik, zegt de man. Ko Hummelen zit tegenover hem. Als forensisch psychiater gaat hij over de vrijheden van deze veroordeelde met een psychische stoornis. Hoe gauw mag hij met verlof, moet hij medicatie slikken? Hummelen wordt wel vaker bedreigd en hij probeert koel te blijven, zoals hij gewend is.

Toch denkt hij aan het strafblad van de man. Iemand die eerder zo gevaarlijk was, zou dit zomaar kunnen menen, beseft hij. De man wil met zijn dreigende houding bereiken dat Hummelen hem snel verlof geeft, en hem geen medicatie voorschrijft. Waar Hummelen normaal incidenten pas aan het einde van de week bespreekt met zijn collega’s, vertelt hij hen direct over dit voorval. “Ik dacht: waarom doe ik dat?” zegt hij achteraf. “Omdat ik mij geïntimideerd voelde, realiseerde ik mij. Het dreigement kwam heel dichtbij.”

Dat bedreigingen emoties losmaken bij mensen in de forensische psychiatrie, is logisch. Maar omdat het aan de orde van de dag is, leven Hummelen (64) en zijn collega’s er nogal eens aan voorbij, zegt hij. Het is druk, druk, en het hoort toch bij het werk in een beveiligde kliniek vol mensen die iets hebben misdaan?

“Als je deze emoties niet onderkent, gaan ze onder je huid zitten. Dat kan ertoe leiden dat je afwijkt van de normale procedure omdat je het conflict wil vermijden”, zegt Hummelen. Dat gebeurde ook bijna met de man die dreigde met brandstichting. “Als ik niet met mijn collega’s had gepraat, had ik het wellicht niet aangedurfd om de druk op te voeren zodat de man medicatie zou nemen, wat nodig was voor de behandeling.” Het gesprek met zijn collega’s haalde Hummelen uit de ‘koker’ waar de intimidatie hem in had gebracht. Het voorval zette hem aan het denken over alle bewuste en onbewuste factoren die bepalen hoe medewerkers in de forensische psychiatrie keuzes maken: hoe ze hun patiënten behandelen, wie ze met verlof laten gaan.

Dat dit soms enorm mis kan gaan, bleek wel uit de rapporten over Michael P., de moordenaar van Anne Faber, die de forensische zorg in één klap onder een vergrootglas legden. De hele sector is te veel bezig met behandelen en te weinig met veiligheid, en om dat te veranderen is een cultuuromslag nodig, aldus de twee onderzoeken.

Het ging veel en vaak over P. in de kliniek ‘De Boog’ in Warnsveld, waar Hummelen werkt. Daarnaast is hij bijzonder hoogleraar forensische psychiatrie aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar hij deze maand afscheid neemt. “De rapporten hadden grote impact. We waren al heel scherp als het om verlof ging, maar we hebben nog extra criteria vastgelegd.”

Hoogleraar psychiater Ko Hummelen. Beeld Koen Verheijden

Het is goed dat de sector zich bezint, vindt Hummelen. Maar hij vreest tegelijkertijd voor controlekramp, als hij de berichten leest over een mogelijke avondklok in de kliniek in Den Dolder. De focus op controle en risicotaxatie kan er volgens hem toe leiden dat de complexiteit van ‘risicobewustzijn’ over het hoofd wordt gezien.

‘Geen risicotaxatie zonder risicobewustzijn’ staat boven een artikel van Hummelen dat eind deze maand verschijnt in het vakblad Expert en Recht. Risicobewustzijn is de houding van medewerkers in de forensische zorg die van het begin in het contact met patiënten alert zijn op risicogedrag.

Hoe ontwikkel je dat bewustzijn?

“Dat komt niet voort uit protocollen, maar uit ervaring. Je moet heel subtiele signalen opvangen en de tijd nemen erover na te denken. En je moet een patiënt kennen. Dat is een probleem als er veel uitzendkrachten werken op een afdeling.”

Kunt u een voorbeeld geven van zo’n subtiel signaal?

“We hadden ooit een man die voor ernstige bedreiging was veroordeeld. Dat had hij gedaan per post, het was alweer een tijd geleden. We hadden hem net begeleid verlof toegekend en iemand van de verpleging kwam erachter dat hij postzegels ging kopen. Bij een ander zou je misschien denken: hij wil zijn moeder een kaartje sturen. Maar bij hem had een nieuwe bedreiging, recidive, zo kunnen beginnen. We hebben dit signaal toen opgepikt en zijn de patiënt kritisch gaan bevragen. Dat gedrag is toen gestopt, juist omdat we het bespraken.”

Hoe komt het dat die signalen niet worden opgepikt, dat het risicobewustzijn niet goed genoeg is?

“Deels door wat ik al zei: te weinig tijd of snelle wisselingen in het personeel. Maar ik zie ook een paar psychologische mechanismen. Zoals de emoties die patiënten in de forensische psychiatrie oproepen bij hun behandelaars. De belangrijkste is angst. Zoals bij de man die mijn huis in de fik wilde steken. Soms negeren behandelaren liever wat die angst met ze doet – ze staan er niet bij stil – en dat kan weer effect hebben op hoe ze de risico’s inschatten.

“Wat ook invloed heeft op het risicobewustzijn, is dat je in de klinieken bent afgesloten van de maatschappij. De bakker loopt niet zomaar naar binnen, om zo te zeggen. Door die interne gerichtheid kan het gebeuren dat behandelaren patiënten vooral beoordelen op hun gedrag in de kliniek. Neem iemand die zich heel impulsief gedraagt, met alle risico’s van dien. Binnen de kliniek geef je hem veel begeleiding en gaat het zo goed dat je denkt: die is klaar voor de buitenwereld. Maar de realiteit buiten is anders dan binnen. Buiten moet hij het zelf doen zonder intensieve begeleiding. Dus moet je de begeleiding al in de kliniek afbouwen tot de persoon stabiel is. Of soms toegeven dat een verhuizing van de kliniek naar een eigen woning er niet in zit.”

Eigenlijk is de kliniek een parallelle samenleving.

“Elke organisatie kent haar patronen, maar in een forensische kliniek geldt dat nog extra. Als er bij een bedrijf dertig mensen weglopen, ga je je afvragen: doen we het wel goed? Maar onze klanten kunnen niet weg, niet zonder onze toestemming. Dat kan je kritische vermogen aantasten, want je moet je altijd blijven afvragen of je het wel goed doet. Je moet een fundamentele argwaan hebben tegen je omgeving. Daarmee bedoel ik niet wantrouwen, maar een kritische houding.”

De huidige psychiatrie is zeer gericht op autonomie van de patiënt. Een groot goed, die zogeheten herstelgerichtheid, zegt Hummelen. Zelfs bij iemand die een gruwelijke misdaad pleegde, kan deze aanpak helpen om te leren hoe hij na een lange straf en behandeling alsnog in de samenleving kan functioneren, zodat de kans kleiner wordt dat hij opnieuw in de fout gaat.

Maar in de forensische zorg kan de dominantie van deze aanpak er volgens Hummelen toe leiden dat behandelaars te weinig kijken naar de andere kant, naar de begrenzing van die autonomie door regels te stellen en zaken te verbieden als het nodig is. “Het is niet óf autonomie óf veiligheid. Beide kanten moet je in het oog houden.”

Zegt u eigenlijk: we willen te veel het goede in de mens zien? Terwijl er ook het kwaad is.

“Dat zijn grote woorden die ik niet snel zal gebruiken. Het is wel: in hoeverre ben je bereid te zien dat mensen tot verschrikkelijke dingen in staat zijn? In hoeverre accepteer je dat het ook bij het leven hoort? Als je voor jezelf niet onder ogen wilt zien dat mensen anderen iets vreselijks kunnen aandoen, dan kom je niet toe aan risicobewustzijn.”

U werkt al heel lang in de forensische zorg, is uw eigen kijk op de mens veranderd?

“Ja, die is veel positiever geworden. Haha, dat is vast een onverwacht antwoord. Maar dat komt doordat ik zo veel mensen heb zien verbeteren. Daarom denk ik dat de forensische psychiatrie een hele goede investering is in de samenleving.”

U bedoelt dat mensen kunnen veranderen.

“Ja. Mensen hebben stoornissen en die zijn behandelbaar. Je geneest ze meestal niet, maar je kunt er wel grip op krijgen. Neem autistische patiënten, wij hebben een speciale afdeling voor deze groep. Hun autisme is vaak voordat ze het delict begingen niet onderkend, ze zijn gepest, hebben altijd onder druk gestaan, en op een gegeven moment doen ze, vanuit hun overprikkeling, vanuit het in het nauw gedreven zijn, iets heel verkeerds. Als ze bij ons komen, wordt hun stoornis uitgelegd, krijgen ze inzicht, is er soms medicatie, wordt hen geleerd om te gaan met moeilijke situaties en werken we aan hun resocialisatie. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij een man die was veroordeeld voor het downloaden van kinderporno. Als hij overprikkeld was, of werd geconfronteerd met onverwachte zaken, steeg zijn stressniveau en ging hij kinderporno kijken. Die drang werd beheersbaar toen hij grip kreeg op zijn autisme.”

“Er is een kleine groep patiënten bij wie geen enkele behandeling aanslaat. Maar ik heb er honderden zien opknappen. Er was één man die veel indruk op mij maakte. Een middenstander, doorsnee man. Hij kreeg paranoïde psychoses en heeft iemand in zijn omgeving ernstig verwond omdat hij ervan overtuigd was dat hij werd aangevallen. Wij onderzochten en hem en het duurde even voordat wij doorhadden dat de psychose werd veroorzaakt door een ernstige depressie. Deze man was totaal wanhopig. Als er niets gebeurd was, had hij een hoge kans op suïcide gehad. Of recidive. Toen de eerste medicatie niet aansloeg, hebben we gekozen voor een veel verdergaande behandeling. Ik zal nooit vergeten hoe zijn gedrag volledig veranderde. ‘Ik heb mijn man weer terug’, zei zijn vrouw.”

Er zullen mensen blijven die zeggen: dat softe gedoe. Heeft iemand iets misdaan, komen ze er bij de psychiater mee weg. Hoort u dat wel eens op verjaardagsfeestjes?

“Ja, dat thema komt wel eens op. Ik zeg altijd: als je alleen detentie geeft, wat denk je dan dat er gebeurt?”

Tot slot Michael P. Was het goed gegaan als hij niet een behandeling had gekregen, maar in gevangenschap had gezeten tot het einde van zijn straf?

 “Ik kan daar niets over zeggen, ik ken de zaak niet en ik heb deze patiënt niet onderzocht. We weten alleen in het algemeen dat veroordeelden die enkel een gevangenisstraf krijgen en niet worden behandeld, veel vaker recidiveren dan mensen uit de forensische zorg. Alleen straffen lost het probleem vaak niet op.”

“En we willen toch dat de samenleving veilig is, werp ik zo iemand op een feestje voor de voeten. Ik vraag ook altijd: ‘Wat als jouw zoon schizofreen is?’. Je denkt altijd dat het anderen zijn die misdaden begaan, maar het kan ook een familielid zijn met eens stoornis, sterker nog: wij kunnen het zelf zijn.”

Lees ook:

‘Forensische zorg is leven naast een vulkaan’

Direct nadat het rapport van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid gaven experts al aan hoe lastig het is om inschattingen te maken in de forensische zorg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden