null Beeld Trouw
Beeld Trouw

ColumnBert Keizer

Kijken naar dieren alsof het onhandige mensen zijn, dat doen we regelmatig

In de NRC van 17 oktober schrijft Roos Vonk, hoogleraar sociale psychologie, over onze blik op de dierenwereld. De term antropomorfisme komt dan onvermijdelijk langs. Kijken naar dieren alsof het onhandige mensen zijn. Zo zegt de veehouder met een blik op zijn koeien: “Het is hier net een vijfsterrenhotel, er wordt voor hun natje en droogje gezorgd, ze staan lekker warm binnen: ik zou er zo voor tekenen”. Dit is wel een erg grof voorbeeld, waarbij de waarnemer vanuit zijn portemonnee praat en door een miezerig klein gaatje naar zijn koeien kijkt. Er bestaat ook een antropomorfisme dat je hoort in het vervelende commentaar bij natuurfilms. Gekmakend gekwebbel waarin mieren, hagedissen, leeuwen, eekhoorns, vlinders en herten net als wij vol met kleine zorgjes en plannetjes zitten. ‘Nu is ze veilig bij moeder.’ ‘Oei, was dat even schrikken.’ ‘Dat is wel een erg grote sprinkhaan, zou ze die durven pakken?’ Enz.

Diergedrag is nu juist zo fascinerend omdat ze anders zijn dan wij. Ik geloof wel dat een meeuw hetzelfde visje ziet als ik en een eekhoorn dezelfde eikel en een paard dezelfde appel. En ik geloof dat omdat ze met vis, eikel en appel dingen doen die ik ook zou doen of kunnen doen, maar dan houdt het op.

Dieren leven niet in de tijd zoals wij dat doen

Want ik geloof niet dat een eekhoorn eikels verzamelt met het oog op de winter. Waarom eigenlijk niet? Omdat dieren niet in de tijd leven zoals wij dat doen. En hoe weet je dat nou weer? Door te kijken naar wat ze niet doen. Als honden in de tijd leefden, zicht hadden op het feit dat ze jaren achter zich hebben en jaren voor de boeg, dan zouden ze in de verte de Dood zien liggen. Hetgeen niet het geval is, want als honden in de tijd leefden dan waren er hondenkerkhoven, nee, niet de huidige, maar door honden gerunde hondenkerkhoven. Een grappige uitloper van dit antropomorfisme vind je in pensioenvoorzieningen voor paarden, circusberen, dierentuinleeuwen enz. Die krijgen hun ‘verdiende rust na een leven waarin ze steeds afgebeuld werden’. Het idee is schattig, maar een circusleeuw blikt niet terug op zijn moeizame leven. En ervaart geen opluchting als het ‘eindelijk voorbij’ is.

Dit is antropomorfisme de eerste variant. En hij werkt twee kanten op. Naar beneden: door dieren menselijke geestestoestanden toe te denken die ze niet hebben. En naar boven: door de goden op te zadelen met onze eigen emoties. Xenophanes maakte zich in 570 voor Christus al boos over dit omhoog gerichte antropomorfisme. Hij ergerde zich aan de manier waarop Homerus en Hesiodus de goden opzadelden met allerlei gevoelens en daden die hen onwaardig zijn. De vraag in hoeverre onze Bijbelse God antropomorf is, omkleed met menselijke attributen, is een heerlijke kluif, die we voor vandaag bij de theologen over de schutting gooien.

Men isoleert graag de wiskunde als on-menselijk

Nu de tweede variant van antropomorfisme. Deze is lastiger omdat hij nooit zo genoemd wordt. Het gaat hier om geestestoestanden die men graag beschouwt als niet strikt menselijk. Alsof we hierin boven de menselijke zijnstoestand uit stijgen, hetgeen niet kan, want we zijn mensen.

Ik bedoel geestelijke bezigheden die je nooit vindt in dieren: poëzie – romankunst – historisch onderzoek – biologie – wiskunde – fysica – filosofie – muziek – raketbouw – astronomie etc. Waarbij men vooral wiskunde graag isoleert als on-menselijk in de zin dat het getal één er ook zou zijn als mensen er nooit over waren begonnen.

Deze tweede variant is denk ik niets anders dan een aanduiding van onze ontsnapping uit het dierenrijk. En ik zou ook de aanbeden wiskunde antropomorf willen blijven noemen totdat we een ander wezen ontmoeten in het heelal dat er ook aan doet. Veel mensen denken dat die andere wezens wel degelijk bestaan, maar tot nog toe is daarvoor geen enkele aanwijzing gevonden.

Dit tweede antropomorfisme noemen we niet antropomorf, omdat het zo’n raar groeisel is dat niet in het verlengde lijkt te liggen van wat we in alle levensvormen om ons heen ontdekken. Het heeft iets onaards omdat het dingen blootlegt waar dieren nooit bij kunnen: gedichten, moleculen. Het is iets heel vreemds. Maar nee, het is hoe wij zijn. We speuren totnogtoe vergeefs onder vroege mensachtigen naar de oorsprong van deze unieke scherpte in ons binnenwerk.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden