ColumnBert Keizer

Kanker is niet je eigen schuld en ik kan er niet tegen als iemand dat, overgoten met reiki-saus, meent te kunnen beweren

Tijdens de heetste dagen van de zomer trof ik in de publiciteit twee vrouwen aan, een schrille en een stille. Eerst maar de schrille. In Trouw van 12 augustus was Priscilla Farinelli (37) aan het woord, stewardess en energetisch therapeut. Zij lijdt aan borstkanker met uitzaaiingen, vanaf haar 34ste. Zij ontleende veel steun aan haar opleiding tot holistisch energetisch therapeut. Ik geef u wat citaten: “Onmiddellijk kreeg ik het volste vertrouwen in mijn lijf. Ik begon dat lijf te zien als een instrument dat reageert op mijn staat van bewustzijn.”

Ze beschouwt de borstkanker als een vriend. De chemokuren vond ze geweldig: “Zelfs naar de chemokuren gaan deed ik letterlijk zingend.” Ze vertelt dat ze keuzes maakt in de behandeling waar haar artsen het niet mee eens zijn. “Ik voelde dan veel liefde voor mijn arts en voor mijzelf en kon op die manier luisteren naar het advies en de juiste keuze maken.” Het is allemaal goed afgelopen, want ze vliegt weer en opent haar eigen energetische praktijk. “Het is bijzonder hoe het universum werkt als je voor liefde kiest en jezelf een kans geeft!”

Wij zijn, u voelde het misschien al wel aankomen, ‘absoluut niet dat fysieke lichaam dat wij denken te zijn’. Dat is maar tien procent. “De andere negentig procent zijn wij bewustzijnswezens, die een immense kracht hebben om alles via ons bewustzijn te laten manifesteren.”

Nou ken ik toevallig meerdere vrouwen met uitgezaaide borstkanker. En een van de eerste emoties die ik uit die kring hoor is: vertrouwen op mijn lichaam? Ik vind niks enger dan mijn lijf waarbinnen zich deze moorddadige verrader bevindt.

En wat de chemo betreft: je kunt het geluk hebben dat het meevalt. Je kunt er ook levenslang gevoelsstoornissen in je handen en voeten, concentratieproblemen en chronische vermoeidheid aan overhouden.

Ergerlijke quatch

Ik feliciteer mevrouw Farinelli met de goede afloop in haar geval, maar ik zou haar willen wijzen op een beschadigende ondertoon in haar relaas. Zij zinspeelt op de mogelijkheid dat je kanker kunt doorstaan door een persoonlijke inbreng. In haar geval holistisch energetisch met liefdeswetten uit het universum. De bewering dat je lijf in het kader van kanker een instrument is dat reageert op jouw staat van bewustzijn is ergerlijke quatsch. De daaropvolgende gedachte is dat mensen die door kanker geveld worden zich in een verkeerde staat van bewustzijn bevinden.

Wij hébben geen ‘immense kracht om alles via ons bewustzijn te laten manifesteren’, ik neem het kromme Nederlands er gratis bij. Kanker is niet je eigen schuld en ik kan er niet tegen als iemand dat, met reiki-saus, meent te kunnen beweren.

We gaan over naar een stille vrouw. Ik las in The Times Literary Supplement een recensie van het boek ‘These silent mansions, a life in graveyards’ van Jean Sprackland. Ze beschrijft haar leven als “een lange wandeling en jij, de wandelaar, bent over de helft heen. Ouders recent overleden, je kinderen leven zoals jij dat ooit deed, alsof er geen morgen is, en jij daar ergens tussenin, je afvragend hoe je op dit punt terechtkwam.”

Een loep brengt een onverwachte wending

Zij bezoekt kerkhoven in de verschillende steden waar ze gewoond heeft. “Wat mij interesseerde was wat de plaats zichzelf nog herinnerde van haar verleden en wat er was vergeten. Wat blijft, en wat is uitgewist. Na aankomst in een stad liep ik het station uit om terecht te komen in veranderde en onverschillige straten, waar moest ik beginnen? Bij het kerkhof natuurlijk.”

Steden hebben kerkhoven nodig, vindt ze, als een vorm van geheugen en als een groen toevluchtsoord. Ze vertelt over teksten op grafstenen, zoekt naar de levens die eronder liggen en dan is er een onverwachte wending. Ze neemt een loep mee om de teksten beter te kunnen ontcijferen en krijgt oog voor de korstmossen die in de letters groeien. De vergroting doet wonderen. “Ik word ogenblikkelijk overgeplaatst naar een andere wereld. Een woestijn doorkruist met stoffige wegen. Een lappendeken van bruine en gouden bossen. Een oud industriegebied met de puinhopen van opgeblazen schoorstenen. Een reusachtig zilveren koraalrif.”

Die oversteek van grafsteen naar betoverende biotoop voor korstmossen trof mij als een even onverwachte als poëtische vorm van troost.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden