null Beeld Trouw
Beeld Trouw

ColumnBert Keizer

Kan een geest oprijzen uit kunstmatige intelligentie?

In VPRO’s Tegenlicht van zondagavond 24 januari kwam een fascinerende gedachte weer eens langs. Het ging onder andere over artificiële intelligentie en de vraag of je de menselijke geest ook op iets anders dan hersenweefsel zou kunnen laten draaien. Het idee gaat uit van een onomstotelijk feit waar we er met onze neus bovenop staan maar dat we toch niet begrijpen: hoe komt ons geestelijk leven voort uit onze hersenen?

We hadden daar eeuwenlang niet zo’n probleem mee. We zeiden: geestelijk leven speelt zich af in de ziel, de ziel zit in het lichaam, maar de ziel is van ander spul dan het spul waar het lichaam van is gemaakt. Lichamelijk spul wordt oud en sterft. Dat andere spul waar de ziel van is gemaakt sterft niet, maar gaat gewoon door nadat het lichaam uiteen is gevallen in de grond. Zo dachten we.

Nu we beter naar de hersenen kijken ontdekken we dat elke, maar dan ook elke, geestestoestand samenhangt met een hersentoestand. Hersenen veroorzaken geest. Falende hersenen falende geest. Denk aan alzheimer. Geen hersenen, geen geest. Denk aan de doden. Als u zegt: geen hersenen maar wél geest (waarbij u bewonderend naar Pim van Lommel kijkt) dan gaan onze wegen hier uiteen. Tot nooit meer ziens, als ik gelijk heb. En misschien zien we elkaar weer (zucht) als Pim gelijk heeft.

Stroomstootjes

Goed, hersenen veroorzaken geest. Hoe doen ze dat? Ze bestaan uit een gigantische kluit zenuwcellen die onderling verbonden zijn met draadjes waarlangs ze signaaltjes naar elkaar sturen, kleine stroomstootjes. De stroomstootjes komen ook van buiten het lichaam. Via de zintuigen worden reeksen stroomstootjes de hersenen in gestuurd. Die stroomstootjes gaan op reis in de wirwar van draadjes en zenuwcellen. Veel stroomstootjes verlaten de hersenen weer via draadjes die het lichaam in lopen naar spieren. Zodat u een tekst typt, middenvinger opsteekt, even niest, of een betoog houdt over artificiële intelligentie. Ja dat zijn allemaal spierbewegingen.

Als je het zo opschrijft lijkt het minstens zo idioot als het idee dat de ziel in het lichaam huist. Er ontbreekt immers iets in al dat geklets over stroomstootjes: geestelijk leven. Ik bedoel wat je voelt als je je vinger brandt, wat je denkt als je naar de zee staart, wat je proeft bij patat met mayo, wat je hoort bij The Beatles etc. Maar wacht, zegt de AI-deskundige. Als ik een vergelijkbare wirwar aan verbindingen plus inkomende informatie van buiten zou weten te creëren in een ander materiaal dan hersenweefsel, zou daar dan geen geest uit op kunnen rijzen?

Laten we klein beginnen: via een aantal verbindingen kun je een slagboom zo programmeren dat hij alleen omhooggaat bij auto’s met kentekens van medewerkers. Geen poortwachter nodig. Maar de slagboom blijft helaas ook dicht bij het koninklijk bezoek. Was niet voor geprogrammeerd. Zou die slagboom bij het omhooggaan een gevoel hebben van: ‘nou gaan ik lekker helemaal omhoog’? Nee, dit netwerkje is te simpel. We gaan hogerop: de schaakcomputer.

Deep Blue dacht niks, beleefde niks

Het programma Deep Blue versloeg Kasparov. En daar was een aanzienlijke wirwar aan verbindingen voor nodig. Kasparov dacht na afloop: ‘Die …computer maakt mij belachelijk’. Maar wat dacht Deep Blue? Niks. Hoe weet ik dat? Omdat het programma gewoon doorging met waar het gebleven was bij de opdracht om het aantal decimalen van pi voorbij de tienduizend te bepalen. Kasparov verloor echt, je zag het aan zijn wanhopige greep naar de wodka. Maar Deep Blue won niet. Beleefde niks.

Je kunt een robot zo programmeren dat hij (hij?) begint te giechelen als je hem kietelt, naar je toe komt als je hem roept, en zegt ‘Eindelijk zie ik je weer’ als je ’s avonds thuiskomt. En toch zou ik willen zeggen dat er niets in dat ding omgaat in de zin van gehoorzaamheid, blijdschap of dat gevoel als je gekieteld wordt.

Maar je hebt het nog niet gezegd of de hersenwetenschapper wijst je op hersenen met de vraag: en waarom lukt dat hier dan wel? Waarom komt geestelijk leven wél tevoorschijn uit deze kluit materie en niet uit die robot, hoe ingewikkeld je hem ook maakt? Tot op heden weet niemand goed wat het antwoord hierop is.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden