null Beeld

ColumnBert Keizer

Joost Prinsen laat ons zien hoe belangrijk een waardig sterfbed is

In Trouw van 3 juli is Joost Prinsen aan het woord in de Tien Geboden. Prinsen vertelt over het levenseinde van zijn vrouw Emma. Ik citeer in brokken. “Ze was volgens de artsen nog “te goed” voor euthanasie. Ik heb iemand horen zeggen “dat de ademnood van mevrouw helaas nog niet groot genoeg was” … “Wat wilt u dat we doen?”, zei een van de artsen, twee dagen voor haar dood, “dat we een kussen op haar hoofd drukken?” … “Ik merk nu alweer dat ik mijn woede over die laatste dagen moet onderdrukken. Als ik het gevoel zou toelaten, zou ik dat hele ziekenhuis alsnog in de fik steken.”

Ik lees dit als een bericht uit een ver verleden toen artsen nog net deden alsof ze dood binnenkort voorgoed het nakijken zouden geven. Maar dit speelde in 2020. In Nederland. Ik heb nogal eens te maken met artsen en krijg heel wat te horen over wat ze zoal zeggen, dus die palliatieve zorg in de vorm van een kussen verbaast niet echt. Rond euthanasie hoor je de leukste uitvluchten: “Beseft u wel dat ik hiervoor de gevangenis in kan gaan?” Hetgeen een leugen is, omdat er in ons land in de afgelopen veertig jaar niet één arts één minuut in hechtenis heeft doorgebracht na een gemelde euthanasie.

Genees dan, trut

Ook een mooie is: “Ik ben dokter geworden om te genezen, niet om dood te maken.” Waarop collega S. een keer uit zijn slof schoot en de arts in kwestie toebeet: ‘Genees dan, trut!’

Uit de woorden van Joost Prinsen klinkt pijnlijk goed door hoe belangrijk het regelen van een draaglijk sterfbed is. Allereerst voor de stervende. Maar in de tweede plaats omdat je in het regelen van een waardig levenseinde een tafereel creëert, dat de nabestaanden een heel leven lang met zich mee zullen dragen. En dat moet niet een tafereel zijn, waardoor je een jaar later alsnog het hele ziekenhuis waar het gebeurde in de fik zou willen steken.

Door een veld prikkeldraad jagen

We hebben geen objectief verslag van wat er rond dit sterfbed gebeurde. Maar we hebben wel de desastreuze nawerking ervan in de woorden van de weduwnaar. Wat ik zo verdrietig vind, is dat mensen bij zo’n naar overlijden met angst en beven naar hun eigen overlijden kijken. Ik ga niet zeggen dat de dood best meevalt. Ik vind het zonder enige aarzeling een van de akeligste arrangementen die onlosmakelijk vast zit aan onze levensvorm. Maar dat je een mens voordat zij zich te ruste mag gaan leggen in haar graf, eerst nog even door een veld vol prikkeldraad zou willen jagen, ervaar ik als een grofheid die bijna onvergeeflijk is.

Tsjechov zei eens dat de ergste misdaad onder mensen opzettelijke wreedheid is. Dit actieve verzet tegen een waardig sterfbed gaat bijna die kant op. Ik zeg ‘bijna’, want er is geen opzettelijkheid in het spel. Artsen die sterven erger maken, doen dat uit angst en onwetendheid. Die twee versterken elkaar. De onwetendheid bestaat eruit dat ze niet goed weten hoe je angst, pijn, benauwdheid, jeuk, onrust, doorliggen, incontinentie enz. enz. in een terminale patiënt het hoofd moet bieden.

Artsen zijn zulke flinkerds

Hun eigen angst is, naast doodsangst, de mogelijkheid dat ze een overlijden versnellen, of zelfs veroorzaken. Waarbij ze ‘versnellen’ en ‘veroorzaken’ angstig vaak met elkaar verwarren. En omdat artsen zichzelf zulke flinkerds vinden, komt die angst maar zelden ter sprake.

Mooi, maar dit is allemaal diagnostiek – wat is de therapie? We dachten dat de therapie was: meer aandacht voor palliatieve geneeskunde. Uit het verhaal van Joost Prinsen (dat door geen van de artsen als een schandaal wordt ervaren) blijkt, dat die aandacht slechts hier en daar doordringt.

Er is maar één remedie: in de slag gaan met de artsen om ze te helpen bij het vinden van het goede beleid. Want ze hebben uw hulp daarbij nodig. Je vraagt om lijdensverlichting in de laatste dagen uit liefde voor de stervende. De arts mag bang zijn, maar is ook een mens en weet wat barmhartigheid is. Ik hoorde laatst hoe een vrouw dit formuleerde tegen haar huisarts: “Je hebt dit vak gekozen om lijdende mensen te helpen. Kijk naar mijn man zou ik zeggen … en grijp je kans.”

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden