Interview'Die ene jongere'

Jeugdzorgmedewerkers vertellen over de jongere die hun kijk op de zorg veranderde

Beeld Meulendijks Nanne

Laten we in tijden van hoge werkdruk en personeelstekorten niet vergeten wat voor moois er gebeurt in de jeugdzorg: dat is de boodschap van het boek ‘Die ene jongere’. Twee jeugdzorgmedewerkers vertellen over de jongere die hun leven veranderde. 

Eline Schouten (40) is leidinggevende bij Parlan/Transferium Jeugdzorg

“‘Twaalf bolletjes graag’, zei Bram. Het was 2009 en we stonden samen in een ijssalon. Ik voelde mijn eigen ongemak; wilde iets zeggen, maar deed het toch niet. Dit moest een leuk uitje zijn, een moment om contact te leggen met een beschadigde jongeman van een jaar of zestien, die net nieuw was in onze jeugdzorginstelling.

Ik voelde intuïtief dat ik bij Bram niet te veel moest duwen en trekken. In onze instelling liet hij heel ontwrichtend gedrag zien, daarom werd hij één op één begeleid. Nadat hij een collega van mij bedreigde, kon hij niet meer terugkomen bij Transferium. Dat gaf mij zo’n onmachtig gevoel, want we hadden het niet gefixt.

Ik zie in mijn carrière heel veel jongeren voorbijkomen, en je hebt er altijd één of twee die in je hart gaan zitten. Als alle jeugdzorgmedewerkers dat zouden toelaten, zou de wereld een stukje mooier worden. Ik bleef Bram bezoeken in de andere inrichtingen waar hij geplaatst werd, maar op een gegeven moment verloren we elkaar uit het oog.

Ik vond hem later op Facebook terug. Pas toen hij 23 was, reageerde hij op mijn berichtjes. We spraken af op het strand en ik vertelde hem dat we hem met de inzichten van nu anders behandeld zouden hebben. Daarna hielden we contact. Op een gegeven moment moest hij zijn kamer uit. Toen hij op straat terecht dreigde te komen, heb ik hem drie weken thuis opgevangen.

Mijn dochter van twaalf kon gelijk goed met hem. Hij legde haar wiskunde uit, enzovoorts. ‘Jeetje, neem je hem in huis?’, zeiden een paar van mijn collega’s. Ik hanteer wel echt de stelregel dat ik buiten werk geen contact heb met jongeren die zijn opgenomen in de instelling, maar pas als ze weg zijn. Na Bram heb ik nog twee keer zo’n bijzondere connectie gehad met een jongere.

Dat contact heeft mij veel gebracht, ook energie om mijn werk te blijven volhouden, want het is niet altijd makkelijk. Ik had elf jaar geleden niet gedacht dat ik hier nog zou werken. Over de bolletjes ijs maken we nog steeds grapjes als hij bij ons thuis is. Geeft Bram mijn dochter twee ijsjes na het eten, knipoogt hij naar mij: ‘Het zijn geen twaalf bolletjes hè?’.”

Beeld Suzan Hijink

Jan Pieter Meijer (37) crisisspecialist bij de Jeugdbescherming Gelderland

“Milja was met haar moeder en broertje op doorreis naar Engeland om daar een nieuw bestaan op te bouwen, maar moeder had valse papieren en ze kwamen in de crisisopvang terecht. Daar ontmoette ik ze voor het eerst. Ik weet nog hoe verbaasd ze mij aankeken toen ik ze aansprak; kan die kaaskop echt Portugees?

Dat Milja en ik allebei Portugees spreken, geeft een gevoel van onderling vertrouwen. Ze was ernstig getraumatiseerd, heeft een lichte verstandelijke beperking en hechtingsproblemen. We plaatsten haar in een instelling. Samen met een collega werd ik de voogd van haar en haar broertje, en we bouwden een band op. 

Toen ik van Den Haag naar Zwolle verhuisde, zei Milja’s moeder: ‘Verdwijn jij nu ook uit ons leven, als de zoveelste hulpverlener?’ Dat deed mij pijn en zette mij aan het denken. Haar uitspraak was een extra motivatie om Milja vast te houden. Zeker toen haar moeder en broertje vertrokken naar Engeland, was ze alleen op de wereld. Op sommige periodes na – als ze zich afsluit en even geen contact wil – zien we elkaar nog steeds, bellen of appen we. 

Ze is nu een volwassen vrouw met een dochtertje. Ze vindt het moeilijk als ik mij met haar bemoei, en ergens heeft ze ook wel gelijk. Het contact met haar was voor mij een leerschool. Ik bleef te veel de oude Jan Pieter die beschermend is en zich zorgen maakt over Milja, terwijl dat heel irritant kan zijn voor haar. Je moet ook leren loslaten, heeft ze mij gezegd – en dat klopt.

Op een dieper niveau heb ik geleerd om haar echt zichzelf te laten zijn, in alle rauwheid die ook bij het leven met trauma’s hoort. Milja hoort bij mijn gezin alsof ze óók familie is. Ik vind het zo knap van haar dat ze een relatie met ons is aangegaan, al is die complex. Dat vertrouwen opbouwen is moeilijk voor haar geweest, ze is zo vaak beschadigd en beschaamd daarin. Het contact met haar heeft mij een betere hulpverlener gemaakt, milder. Niet dat ik er volgens haar al ben hoor…”  

‘Jeugdzorgprofessionals over die ene jongere: 20 verhalen uit het hart’ is een uitgave van brancheorganisatie Jeugdzorg Nederland en komt op Valentijnsdag online op www.jeugdzorgnederland.nl. De jeugdzorgmedewerkers hebben vanwege privacyredenen de namen van de jongeren gefingeerd.

Lees ook: 

Geweld tegen jeugdbeschermers: krijgen zij een koekje van eigen deeg?

Van scheldkanonnades tot geladen pistolen: jeugdbeschermers krijgen nogal wat voor hun kiezen. Hoe is die agressie te verklaren?

Medewerkers jeugdzorg: bedenk niet alles vanuit Den Haag

Jeugdzorgmedewerkers voerden in november actie in Den Haag, tegen de tekorten en de hoge werkdruk en de wachtlijsten. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden