Reportage Jeugdzorg

Jeugdzorg kampt met bezuinigingen, en de banen zijn er niet bepaald leuker op geworden

Bijzonder Jeugdwerk in Deurne, manager Babette Aboni praat met jongeren. Beeld Koen Verheijden

Bijna een kwart van de jeugdzorginstellingen draait met verlies. Maar ook voor de gezonde organisaties is de huidige situatie onwerkbaar. “Er wordt in codes gepraat over kwetsbare jongeren.”

Als Babette Aboni, onlangs, samen met een van haar jongeren bij een gemeente aan tafel zit omdat zijn  indicatie afloopt, heeft ze een uitgebreid rapport over de jongen bij zich. Ze bespreekt zijn situatie, maar de ambtenaar tegenover haar heeft ook nog iets anders bedacht. In een spelvorm van anderhalf uur doet hij samen met de jongere een poging zich in in te leven. Aboni zit erbij en kijkt ernaar. Na afloop vraagt de ambtenaar of ze de uitkomsten van het spel nog even wil verwerken in haar oorspronkelijke observatie. “Het kost allemaal extra uren waarin ik geen zorg kan bieden. In de betreffende gemeente begeleid ik vijf jongeren, dus ik ga het nog een paar keer meemaken.”

Aboni is RVE-manager (leidinggevende bij een zorggroep) en tot voor kort ambulant hulpverlener bij Bijzonder Jeugdwerk, een organisatie uit Deurne die – ambulant of in de groepsverblijven – zo’n 800 jongeren en jongvolwassenen begeleidt in 107 verschillende gemeenten. Anders dan bij veel andere grote jeugdzorgorganisaties staat het water niet aan de lippen, al was daar een forse reorganisatie voor nodig. Toch is er ook hier frustratie. 

Kwart minder inkomsten

Sinds de gemeenten in 2015 verantwoordelijk zijn gemaakt voor de jeugdzorg (tegen 15 procent minder budget), kopen ze allemaal apart hun zorg in en houden ze er hun eigen beleid op na. Het gevolg: bijna een derde van het geld bij zorgaanbieders gaat op aan organisatiekosten. Ook bij Bijzonder Jeugdwerk. “Vóór 2015 was dat nog geen 10 procent”, zegt directeur Hub Bloebaum.

Zijn organisatie moet het ten opzichte van 2015 met een kwart minder inkomsten doen. Dat komt doordat gemeenten hun eigen – meestal lagere – tarieven zijn gaan bepalen, terwijl de problematiek van de binnenkomende jongeren bij de grotere zorgaanbieders complexer is geworden. Een gevolg van de ingevoerde marktwerking. “Er zijn veel aanbieders bijgekomen die zich richten op relatief eenvoudige enkelvoudige problemen, zoals autisme of dyslexie. Ze bedenken van alles. Tot aan therapie met paarden toe, ik verzin het niet. Maar alle complexe gevallen worden naar ons doorgestuurd. Gemeenten werken met gemiddelde prijzen, maar onze jongeren zijn allesbehalve gemiddeld.”

Voor deze jongeren kunnen de hulpverleners daarom vaak onvoldoende doen, merkt Aboni. “Een gemeente praat in codes, ik vanuit een problematiek. De jongere krijgt één code, maar zijn probleem heeft vaak meerdere facetten. Dat geeft een spanningsveld, want ik wil ook helpen op aspecten die niet onder die code vallen. Neem nu een hulpbehoevende jongere wiens ouders zijn gescheiden. Om die in een gezinssituatie te helpen, zijn er eigenlijk twee hulpverleners nodig. De gemeente vindt één meestal genoeg.”

Gemeenten zijn achterdochtig

Adjunct-directeur Anne-Marijn de Wit schetst de situatie van vóór 2015, toen de provincie de jeugdzorg inkocht. “Dat was een subsidierelatie. We kregen een aantal uren en dagen toebedeeld en kwamen we daar niet mee uit, dan werd dat achteraf wel rechtgezet. We zaten met één financier aan tafel, en voor jeugdzorg-plus met het ministerie van VWS. Nu moeten wij verantwoording afleggen aan 107 gemeenten. Die achterdochtig zijn en allemaal het wiel opnieuw proberen uit te vinden. Ja, daar word ik wel eens horendol van. Wij zijn immers de professionals en willen in vertrouwen met elkaar kunnen werken.”

Onderhandelen over budgetten is vrijwel onmogelijk. Bloebaum: “Je mag tekenen bij het kruisje, of niet. De grootste fout in het systeem is het ontbreken van een marktmeester. De politiek is nu de zorg aan het beoordelen en mag zelf bepalen wat die zorg hen waard is. Als ik pleegzorg als voorbeeld neem: er zit wel 15 procent verschil in de prijs die gemeenten ons betalen.” Het verschijnsel leidde afgelopen week in Den Haag tot een rechtszaak, waarbij de rechter besliste dat tien gemeenten in de regio Haaglanden hun prijsbeleid moeten herzien. 

Prachtig werk

Het is een stap die Bloebaum en De Wit vooralsnog niet overwegen. “Maar als het echt nodig is, sluiten we het ook niet uit.” Dat er vanuit het rijk in drie jaar een miljard extra naar de jeugdzorg gaat, zal het verschil niet maken. “Wij denken dat het geld zal worden gebruikt om de tekorten voor de jeugdzorg bij gemeenten weg te werken. In dat geval gaat er geen euro naar daadwerkelijke zorg voor onze cliënten.”

Ondertussen probeert Aboni dagelijks haar frustraties uit te schakelen. Zoals bij de begeleiding van een jonge gescheiden moeder met schulden, psychiatrische problemen én een zorgbehoevend kindje. “Van de gemeente mag ik haar niet bijstaan zoals ik zou willen. Ik moet haar in drie maanden zover kneden dat ze alles zelfstandig kan. In de tijd die we daarmee winnen, moet ik mijn werk komen verantwoorden. Dat druist tegen mijn zorghart in. Vóór 2015 had ik veel meer voor haar kunnen doen. Ik vind dat moeilijk. De hulpverlening zelf vind ik nog steeds prachtig werk, maar door dit soort voorbeelden is mijn baan als geheel er niet leuker op geworden.”

Lees ook:

Jeugdzorgwerkers: ‘Moeten er doden vallen?’

Voor het eerst ging het personeel van de jeugdzorg staken. Twee jeugdzorgwerkers vertellen ze waarom actie wat hen betreft noodzakelijk is. 

Had een andere opzet van de jeugdzorg Noa gered?

Het systeem komt krakend tot stilstand als meisjes als Noa, met een stapeling van problemen, zich melden. Ze overleed op 17-jarige leefdtijd. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden