Jan Kluytmans, hoogleraar en arts-microbioloog:  ‘Er wordt nu overgereageerd, bijvoorbeeld door experts die roepen om extra maatregelen’.

InterviewJan Kluytmans

Jan Kluytmans, de eigenwijze microbioloog die in Brabant alarm sloeg, maakt zich opnieuw zorgen: ‘Het virus wordt waarschijnlijk efficiënter’

Jan Kluytmans, hoogleraar en arts-microbioloog: ‘Er wordt nu overgereageerd, bijvoorbeeld door experts die roepen om extra maatregelen’.Beeld Arie Kievit

Arts-microbioloog Jan Kluytmans was zo eigenwijs om begin maart in het Amphia Ziekenhuis op grotere schaal te testen op corona. Hij ontdekte hoe wijd het virus in Brabant verspreid was. Aan Kluytmans de vraag, nu het virus weer oplaait: kan het opnieuw erger zijn dan we denken?

De man die Nederland in maart op twee cruciale momenten alarmeerde over het coronavirus, ontvangt zijn gasten in een blauw poloshirt. Voor de foto schiet Jan Kluytmans snel een witte jas aan. Kluytmans oogt immer ontspannen, of hij nu hier loopt, door de gangen van het microbiologisch lab van het Bredase Amphia Ziekenhuis, of aanschuift aan de talkshowtafel van ‘Op1’.

Het oplaaien van het virus in Nederland houdt gelijke tred met het aantal berichtjes en belletjes dat binnenkomt op zijn telefoon. En dat terwijl het net wat rustiger was, en hij weer tijd had om te fietsen – Kluytmans is enthousiast amateurwielrenner. Naast zijn werk bij het Amphia is Kluytmans hoogleraar epidemiologie aan het UMC Utrecht en lid van het Outbreak Management Team, de groep experts die het kabinet adviseert.

Kan hij nog wel op vakantie? “Ik ga op vakantie”, zegt Kluytmans, met nadruk. “We hebben de afgelopen maanden onder ongezonde druk gewerkt. Het is niet gezond om niet te gaan. Ik blijf wel in Nederland.” En even later: “Als er heel gekke dingen gebeuren, dan zien we wel weer”.

Het aantal positief getesten is de laatste weken flink gestegen. Zijn we weer terug bij af? Als iemand dat kan beoordelen, dan is het Kluytmans. Hij was een van de eersten die doorhad dat het misging, begin maart. Hij testte vanaf 2 maart in het Bredase Amphiaziekenhuis alle zorgmedewerkers en patiënten met klachten, ook als zij niet in risicogebieden zoals Noord-Italië waren geweest.

Volgens de richtlijnen van het RIVM en wereldgezondheidsorganisatie WHO kónden zij helemaal geen corona hebben: in de ‘casusdefinitie’, de omschrijving van potentiële coronapatiënten, stonden op dat moment alleen Nederlanders die in een risicogebied waren geweest of contact hadden met een andere geïnfecteerde.

Kluytmans ontdekte dat het virus zich, buiten het zicht, al veel verder verspreid had. Dat zorgde ervoor dat het openbare leven grotendeels werd stilgelegd, op 10 maart in Brabant, op 12 maart ook in de rest van het land.

Waarom besloot u een grotere groep te testen?

“Er was een patiënte in Gorinchem die geen duidelijke link met het risicogebied had. Uit andere ziekenhuizen kwamen vergelijkbare geluiden. Ik had een unheimisch gevoel, ook omdat de eerste patiënt in Tilburg nog carnaval had gevierd. De eerste medewerker die bij ons positief testte, was in Noord-Italië geweest. Maar bij de tweede was dat niet zo. De volgende dag waren er nog drie medewerkers positief, die we niet aan een risicogebied konden linken. Maar: drie van die vier hadden wel carnaval gevierd in Prinsenbeek, een dorp bij Breda. Op 4 maart heb ik direct Jaap van Dissel geappt. Later ontdekten we dat bij veel mensen de klachten vrijwel zeker konden worden teruggevoerd op carnaval.”

Waarom hebben anderen dit niet onderzocht?

“We waren een van de eerste ziekenhuizen die zelf konden testen – overigens met dank aan de knowhow van het RIVM. Eerder waren er alleen testlabs bij het Erasmus MC en het RIVM. Zij testten alleen patiënten die voldeden aan de casusdefinitie. Dat is begrijpelijk: zij hadden een landelijke verantwoordelijkheid, en de capaciteit was nog schaars. Wij konden op lokale schaal wel van de definitie afwijken. We vonden dat we dat in het belang van onze patiënten moesten doen. Sommige andere labs vonden dat vervelend, want ik ging een beetje buiten de protocollen om. Zij kregen vervolgens ook de vraag om te testen van de directeur van hun ziekenhuis, maar konden dat op dat moment nog niet.”

Was het de afspraak met het RIVM dat u op dat moment zelf zou gaan testen?

“Ja, maar niet buiten de casusdefinitie. Het RIVM heeft overigens ook nooit gezegd dat dat niet mocht – ik sta niet onder curatele, hoor. Het is mijn vak om te gaan met onzichtbare problemen. Het oplossen daarvan begint met zichtbaar maken: wie heeft het. Dat was mijn reden om zo snel breder te gaan testen. Misschien is het een beroepsdeformatie.”

Is het ook eigenwijsheid?

“Nieuwsgierigheid, je moet willen weten hoe het zit. En niet te snel denken: ik weet het wel. Je moet je realiseren dat niemand toen had verwacht dat ik zou vinden wat ik vond, ook ik niet. Terwijl we naar Italië zaten te kijken, was het virus al binnen. Soms vragen mensen of ik rond carnaval al iets had verwacht. Ik herinner mij dat mijn dochter carnaval had willen vieren in Prinsenbeek, maar uiteindelijk geen zin had. Terugkijkend hebben mijn vrouw en ik dat als plezierig ervaren. Het was echt niet dat we dachten: het is een groot risico. Maar bij ons was er al wel een soort onrust.”

Hoe reageerden uw collega’s in het Outbreak Management Team?

Lachend: “In het OMT zitten verder geen carnavalsvierders, dus ik heb ze daar wel even moeten uitleggen hoe superverspreidend carnaval is. Daar heb je helemaal geen aerosolen (kleinere, verder zwevende vochtdruppeltjes, red.) voor nodig. Mensen hangen bij elkaar om de nek, praten luid. En de die-hard-carnavaller gaat ook met een griepje dagenlang door.”

Hoe was dat, om een van de eersten van Nederland te zijn die zich realiseerde hoe ernstig de situatie was?

“We stonden meteen in de actiestand. Ik wist dat we in het Amphia meer mondmaskers moesten hebben. Het Erasmus MC heeft ons enorm geholpen. Ook de Brabantse ziekenhuizen hebben elkaar erg gesteund. Als er ergens een tekort was, losten we dat op. Dat is moeilijk, want de volgende dag heb je misschien zelf een tekort. In die tijd heb ik slecht geslapen. Ik heb erover nagedacht wat ik zou adviseren aan een ic-verpleegkundige die zonder goed masker zou moeten werken. Gelukkig hebben we dat niet meegemaakt.”

Wat was uw antwoord geweest?

“Ik denk dat ik de risico’s had uitgelegd. Iemand moet zelf een afweging maken, en daarbij thuissituatie en leeftijd meewegen. Je kunt iemand niet verplichten om onbeschermd een ruimte in te gaan met iemand met een gevaarlijke ziekte, al denk ik dat veel van onze medewerkers het wel gedaan zouden hebben.”

U zegt dat je iemand niet onbeschermd kunt laten werken met coronapatiënten. Toch gebeurde dat in de verpleeghuizen en thuiszorg wel, op basis van een richtlijn van het RIVM. Was die richtlijn fout?

“Ik wil geen oordelen uitspreken. Het was een bizarre periode, waarin iedereen onder hoogspanning werkte. Laat ik dit zeggen: ik snap niet waarom voor een andere formulering is gekozen dan in onze ziekenhuisrichtlijn. Als je iemand onbeschermd laat werken, kan dat alleen als die persoon heel veel kennis heeft van wat hij wel en niet kan doen. In de thuiszorg was het helemaal gevaarlijk. Ik hoor dat daar soms het advies werd gegeven: zorg dat de cliënt op de wc zit terwijl jij schoonmaakt. De omstandigheden in een woonsituatie kun je veel minder controleren dan wij in het ziekenhuis.”

Half maart was u ook de eerste die, op basis van een model uit Londen, uitrekende hoeveel coronabesmettingen Brabant werkelijk had. Op basis van 21 doden kwam u op 50.000 tot 100.000 besmettingen op dat moment. Schrok u?

“Natuurlijk! Dat was tien keer zoveel als we op dat moment dachten. Ik realiseerde me dat onze ic’s in Brabant zouden overstromen, dat we patiënten moesten uitplaatsen naar andere regio’s. En dat stuitte tot dat moment op weerstand. Daarna heeft het Landelijk Centrum Patiënten Spreiding de regie genomen. Ik dacht: als het een Nederlands probleem wordt in plaats van een Brabants, dan redden we het net. En dat is ook gebleken.”

Destijds hadden we geen zicht op de volledige omvang van de epidemie. Is dat nog steeds zo, nu het aantal besmettingen weer stijgt?

“We hebben nu een redelijk zicht, al is het niet volledig. Het is duidelijk dat het niet goed gaat. Je kon een toename verwachten, gezien de versoepelingen. Maar het gaat veel sneller en heftiger dan we verwacht hadden.

“Het virus verspreidt zich nu vooral binnen gezinnen en op feestjes en barbecues. Uit de contactonderzoeken blijkt dat mensen met klachten nog te vaak naar feestjes gaan. Dat is vaak niet meer dan een flinke snotneus, maar daarmee kun je anderen besmetten. Als je ziek bent, blijf thuis en laat je testen! Veel jongeren zijn zich niet bewust van wat er nu gebeurt. Soms wordt gezegd: als jonge mensen onderling feesten, kan dat geen kwaad. Maar die jongeren hebben ouders en grootouders. Je zou ouderen volledig moeten afzonderen om hen te beschermen. Dat is niet de samenleving die we willen.”

In de afgelopen drie weken liet 18 procent van de mensen met klachten zich testen. Dan zien we toch maar het topje van de ijsberg?

“Alleen al in de regio Midden- en West-Brabant en Zeeland doen we 1400 tests per dag, meer dan 10.000 per week. Is er ergens een grote verspreiding, dan vinden we die. Er is altijd wel iemand die zich meldt, en de anderen vinden we dan terug via het bron- en contactonderzoek. Kijk, als er nu tientallen mensen in Breda zouden opduiken waarbij we geen clou hebben hoe ze het virus hebben opgelopen: dat zou een teken zijn dat we de brandjes niet meer gericht kunnen blussen. Dan moet je strengere maatregelen nemen, bijvoorbeeld een cordon om een stad of regio leggen. Maar dat is nu niet zo.”

Wat vindt u van de wachttijd voor de teststraat, die vorige week opliep tot een week?

“Dat is heel slecht. Echt niet goed. Snelheid is heel belangrijk. In de regio Breda hebben we een hele korte wachttijd. We moeten wel kijken of we de teststraat dichter bij de mensen kunnen krijgen. Nu moeten mensen uit Roosendaal en Etten-Leur naar Breda. We moeten nadenken over slimme alternatieven. Als je iedereen thuis zou kunnen testen, dat zou ideaal zijn.”

Met een speekseltest?

“Ja, eentje die iedereen thuis heeft liggen in de keukenla en zelf opstuurt. Dan kun je daarna, als dat nodig is, een vervolgtest doen in de teststraat. Maar speekseltesten zijn helaas nog lang niet betrouwbaar genoeg.”

Zouden de ziekenhuizen het testen niet beter kunnen dan de GGD’s?

“Ik denk eerder aan de huisartsen: dan regel je het echt dicht bij de burger. Als ik het zou mogen zeggen, is de corebusiness van de GGD’s het bron- en contactonderzoek. Dat mag niet lijden onder het testen. Het testen kan ook iemand anders organiseren.”

Hoeveel zorgen moeten we ons maken?

“Er wordt nu overgereageerd, bijvoorbeeld door die vier experts die vorige week schreven dat het kabinet binnen drie dagen extra maatregelen zou moeten nemen. Paniekvoetbal. Alleen met hun bezorgdheid over vluchten uit risicogebieden hebben ze een punt. Ik wist niet dat er nog zo veel vluchten uit die landen kwamen op dit moment. Ik maak me zorgen over wat we van vakantie mee terugbrengen.

“Dat het virus nu in de zomer al zo snel opleeft, maakt dat ik me wel zorgen maak over komend najaar, wanneer het virus waarschijnlijk efficiënter wordt. Er is geen reden voor paniek, maar wel om gewoon met zijn allen de discipline op te brengen om ons aan die anderhalve meter te houden.”

In elk geval tot komend voorjaar, zegt u.

“We moeten de winter doorkomen. Ik vergelijk het met een marathon, die moet je opdelen in kleine stukjes. Zo moet je ook nu een redelijk perspectief bieden. Het is geen gegeven, maar ik heb wel een gerechtvaardigd vertrouwen dat er volgend jaar een vaccin is. Als het daarmee lukt om het aantal mensen dat ernstig ziek wordt met 50 procent terug te dringen en we tegelijkertijd de behandeling verbeteren, dan heb je een hanteerbare situatie.”

En zo niet, dan zien we in het voorjaar weer verder?

“We zullen toch ergens van uit moeten gaan. Tja, leuker kan ik het niet maken.”

Lees ook:

Het virus krijgt een nieuwe kans

Sinds de versoepelingen van de coronamaatregelen nemen de besmettingen weer toe. Een zorgwekkende trendbreuk, zegt het RIVM.

Vliegt het virus Nederland binnen?

Het aantal reizigers dat op Schiphol landt neemt toe, en niet zonder gevolgen: in het rioolwater van de luchthaven wordt inmiddels corona aangetroffen. Hoe groot is het besmettingsrisico?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden