Onderscheid

Inenting in verpleeghuizen blijft ingewikkeld, en zal pas eind april zijn afgerond

Een bewoner van een kleinschalige zorginstelling wordt gevaccineerd door haar huisarts. Beeld ANP
Een bewoner van een kleinschalige zorginstelling wordt gevaccineerd door haar huisarts.Beeld ANP

Het onderscheid tussen groepen bewoners van zorginstellingen bestaat nog steeds, en dat zorgt volgens Nieuwsuur voor een flinke vertraging bij het vaccineren.

Het vaccineren in verpleeghuizen en de gehandicaptenzorg heeft de afgelopen maanden een flinke vertraging opgelopen. Dat meldt Nieuwsuur op basis van gesprekken met zorgbestuurders. Eind januari zegde minister Hugo de Jonge van volksgezondheid verbeteringen toe, maar dat heeft die vertraging niet kunnen voorkomen. Volgens Nieuwsuur heeft dit geleid tot onnodige corona-uitbraken in verpleeghuizen.

Het probleem is het verschil tussen bewoners die in behandeling zijn bij een arts van een instelling, en zij die een eigen huisarts hebben. Volgens Actiz, de branchevereniging van de verpleeghuizen, krijgen nagenoeg alle bewoners die onder de instellingsartsen vallen komende week hun tweede vaccinatie. De vaccinatie via de huisartsen is volgens Conny Helder, bestuurslid van Actiz, waarschijnlijk pas eind april afgerond. Maar het is niet zo dat de ene groep bewoners minder kwetsbaar is dan de andere groep.

Veel bestellingen al geplaatst

De instellingen hadden het liefst alle bewoners in één keer willen vaccineren. Actiz heeft al in november bij het ministerie gemeld dat het onderscheid tussen groepen bewoners in de praktijk problemen zou opleveren, maar dat leidde toen niet tot een ander vaccinatieplan.

Eind januari beloofde minister De Jonge alsnog dat instellingen voor al hun bewoners vaccins mochten bestellen. In de praktijk was dat volgens Actiz niet altijd mogelijk, omdat veel instellingen hun bestellingen al eerder hadden geplaatst.

Bovendien bleef volgens Actiz het probleem bestaan dat een deel van de bewoners van het verpleeghuis onder verantwoordelijkheid valt van de huisarts, en niet onder de instellingsarts. Eind januari kregen de centrale huisartsenposten de taak deze bewoners in te enten, zo zegt Helder. Dat gebeurde na overleg tussen de zorginstellingen, de huisartsen en het ministerie. Maar het onderscheid tussen de twee groepen bleef bestaan. Volgens Actiz kan dat ook niet anders: zo is de ouderenzorg in Nederland nu eenmaal ingericht.

Rompslomp

De huisartsenposten moesten vervolgens prikteams formeren, in kaart brengen welke huisartspatiënten in zorginstellingen wonen en of zij nog niet via een andere weg gevaccineerd waren. Nieuwsuur laat zien wat een rompslomp dat in Rotterdam opleverde: de huisartsenpost vroeg daar aan de zorginstellingen om via de verschillende huisartsen informatie te verzamelen over het medicijngebruik van de patiënten, om die weer door te spelen naar de huisartsenpost. Dat bleek sneller te regelen dan wanneer de huisartsenpost die informatie zelf moest opvragen.

In een reactie wijst het RIVM erop dat de zorginstellingen ook niet bereid waren om de verantwoordelijkheid voor de vaccinatie van de huisartspatiënten over te nemen. “Dat begrijp ik ook goed, want juist bij deze kwetsbare groep is belangrijk dat de medische verantwoordelijkheid op de juiste plek ligt”, zegt Marith Volp van het RIVM.

De vertraging bij de inentingen door de huisartsen wordt volgens Volp vooral veroorzaakt door de tragere levering van het vaccin van Moderna. Dat is makkelijker in kleinere hoeveelheden te verspreiden dan het vaccin van Pfizer, waarmee de instellingsartsen vaccineren.

De levering van Moderna is van belang omdat de huisartsen niet alleen patiënten hebben in grote zorginstellingen, maar ook in kleinere woon-zorgcomplexen, waar geen instellingsarts is. Daar was Pfizer volgens het RIVM niet in te zetten. Volgens Volp is dan ook de vraag of de vaccinatie in de zorgcentra veel sneller had gekund.

Van de bewoners van zorginstellingen en kleinschalige woonvormen hebben volgens de laatste schatting van het RIVM zo’n 230.000 een eerste vaccinatie gehad – de vaccinaties door instellingsartsen en huisartsen bij elkaar opgeteld. 155.000 kregen ook al een tweede prik.

Lees ook:

Wanneer krijg ik mijn prik? Een (geüpdatet) spoorboekje

Thuiswonende ouderen die niet zelf naar een prikplek kunnen reizen, worden pas vanaf eind maart thuis gevaccineerd. Wie is er vervolgens aan de beurt, en wanneer? Dit is de laatste stand.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden