Het echtpaar Muije op de IC in het Radboudumc.

Intensive care

In Nijmegen komen probleempatiënten wel van de beademing

Het echtpaar Muije op de IC in het Radboudumc. Beeld Marcel Rekers

Sommige patiënten denken dat ze stikken als ze van de beademingsmachine afkomen. Het Radboudumc heeft een methode ontwikkeld om zelfs de moeilijkste patiënten weer zelfstandig te laten ademen. 

 Zelf weet Gerda Muije nauwelijks nog hoe ambulancemedewerkers haar naar het Radboud­umc in Nijmegen reden. Eerder was ze geopereerd aan een grote breuk in de buikwand, 40 kilometer verderop, in een ziekenhuis in Brabant. Ze kreeg complicaties en lag aan de beademingsmachine op de intensive-careafdeling. Dat bleef zo, wekenlang. Wat artsen ook probeerden, Muije kwam niet los van de beademing.

Elk jaar belanden 80.000 Nederlanders op de ic. Ongeveer de helft wordt beademd. Daarvan heeft weer 5 tot 10 procent moeite om van de beademing af te komen. Het merendeel van deze patiënten lukt het uiteindelijk toch nog om van de machine af te komen. Maar een groep van honderden patiënten lukt het niet. Zij komen niet van de ic, wat niet alleen duur is, maar ook gevaarlijk. Want met patiënten die niet van de beademing af kunnen, loopt het vaak slecht af. Of ze overlijden binnen korte tijd, of ze moeten thuis aan de beademing, waar de kans op complicaties groot is en zij alsnog sterven.

Doe iets

Ook met Muije dreigde het verkeerd te gaan op de ic in het Brabantse ziekenhuis. Omdat ze niet bewoog, ging haar fysieke en mentale gesteldheid achteruit. Ze hield steeds meer vocht vast en zwol op. Als een Michelinpop, zegt haar man. Zelf hoorde Muije niet hoe artsen overlegden over wat te doen. Haar echtgenoot wel. Al dat overleg, zei hij, daar wordt mijn vrouw niet beter van. Doe iets.

Een van de medewerkers in het Brabantse ziekenhuis was opgeleid in Nijmegen. Hij wist dat het Radboudumc als enige ziekenhuis in Nederland werkt met een speciale afdeling op de intensive care om patiënten te helpen die in andere ziekenhuizen niet van de beademingsmachine afkwamen. Op die afdeling zit Muije nu, in een stoel. De beademingsapparaten staan werkloos in de hoek.

Hans van der Hoeven is intensivist en afdelingshoofd ic in het Radboudumc. Hij en ic-verpleegkundige Franka Janssen willen laten zien dat patiënten voor wie er nauwelijks toekomst lijkt te zijn, toch een toekomst hebben. “Het is zo vaak gebeurt dat andere ziekenhuizen bellen en zeggen: we hebben hier iemand waarmee het maar niet lukt”, zegt Van der Hoeven.

Angst om te stikken

Van de beademing afkomen is voor veel patiënten een angstig moment. Ze zijn bang om zonder de zuurstof uit de machine te stikken. “We zien patiënten die goed in staat zijn zuurstof in het bloed te houden”, zegt Van der Hoeven. “Toch zijn ze angstig en krijgen ze het benauwd. Dan willen ze terug aan de beademing. De reactie op een drukke ic zal zijn: leg de patiënt maar weer aan beademing, we proberen het morgen wel weer. Dan ben je weer een dag kwijt en heeft de patiënt opnieuw een mentale tik gehad.”

“Het lijkt hopeloos, maar dat is het vaak niet. Het lukt ons om driekwart van de patiënten van de beademing af te krijgen. Ongeveer tien procent van de patiënten die we binnenkrijgen, overlijdt. Daarnaast is er 15 procent die we niet van de beademing krijgen en die aan de thuisbeademing gaan.”

De 75 procent waarbij het wel lukt, is een hoog percentage, omdat in het Radboudumc naast de eigen patiënten ook de zwaarste gevallen terechtkomen waar andere ziekenhuizen zich geen raad mee weten. Deze patiënten zijn in de tussentijd ook nog eens verder verzwakt. Want wie niet beweegt en zich laat beademen, verliest snel aan kracht.

Waarom lukt het in Nijmegen wel? Heeft het Radboudumc soms een revolutionair nieuw medicijn gevonden, of een wonderapparaat ontwikkeld?

De patiënt moet juist wel iets doen

“Vroeger”, zegt Van der Hoeven, “was het meer trial and error. Als het nu niet lukt om iemand van de beademing te krijgen, kijken we beter naar de exacte reden. Dat gebeurt onder meer dankzij complexe metingen die technisch geneeskundigen maken. Vroeger hadden we daar de kennis, expertise en apparatuur niet voor.”

De complexe metingen registreren wat het hart doet, de longen, het middenrif en alle delen van het lichaam die te maken hebben met de ademhaling. Dat kon voorheen ook al, maar niet tegelijkertijd, zoals nu wel mogelijk is. Daardoor zien artsen hoe de organen op elkaar reageren en kunnen zij voor elke patiënt een individueel plan opstellen.

Een tweede belangrijk onderdeel van het succes van de gespecialiseerde beademingsafdeling is de nauwe samenwerking tussen medici, verpleegkundigen, fysiotherapeuten en logopedisten. Daardoor sluiten behandelingen beter op elkaar. “Als de verpleging bijvoorbeeld de patiënt wil trainen op een manier die niet aansluit bij wat wij met het hart willen doen, kunnen we dat aanpassen,” zegt Van der Hoeven.

Radboudumc maakt daarnaast gebruik van nieuwe ‘mobilisatietechnieken’. Op de gewone ic wordt de patiënt via de tillift in een stoel gezet. Zelf hoeft de patiënt dan niets te doen. Janssen wil dat de patiënt juist wel iets doet. “Wij proberen patiënten zonder tillift uit bed te krijgen, wel met ondersteuning natuurlijk”, zegt Janssen. “Dan voelt de patiënt de bewegingen beter en heeft hij het idee: ik kan iets.”

Waarom alleen in Nijmegen?

Het klinkt allemaal zo voor de hand liggend wat het Radboudumc doet. Waarom gebeurt dat niet op andere ic-afdelingen?

Leo Heunks, hoogleraar experimentele intensive care aan het Amsterdam UMC, zei daar twee jaar geleden bij zijn oratie iets over. Patiënten die moeite hebben met ontwennen, hebben veel aandacht en mentale steun nodig. Daarbij hebben medewerkers op de ic grotere affiniteit met acute patiënten dan met een langdurige ic-patiënt, zei hij. Hij pleitte destijds voor een nieuw soort ic-afdeling, eentje zoals nu in Nijmegen staat.

“Gewone ic-afdelingen hebben ook oog voor detail”, zegt Van der Hoeven, “maar zij kunnen dat nooit zo diep als hier. Op de gewone ic komen er elke dag twee tot drie acute patiënten tussendoor, Dan gaat alle aandacht, terecht, naar de acute patiënt. Hier kunnen we echt overal op letten, op de kleinste details. Daar is deze afdeling speciaal voor ontwikkeld.”

Tussen 2016 en 2018 hebben ongeveer 160 patiënten in het ‘Expertisecentrum voor Ontwennen van Beademing’ gelegen. Dat deden zij in een van de vier bedden op de afdeling, die wordt uitgebreid met twee extra bedden. Zorgverzekeraar VGZ financiert de uitbreiding omdat de nieuwe behandeling succes heeft, en ook nog eens goedkoper is. Een bed op een ic-light is 700 euro per dag goedkoper, rekende Heunks eerder uit. Zo zijn er dus al snel miljoenen euro’s te besparen.

‘Ze moest via een tablet communiceren’ 

“De patiënten zijn stabiel, veel zorg bij deze groep is geen ic-zorg meer”, zegt ic-verpleegkundige Janssen. “Daarom hebben we nu een proef lopen waarbij we kijken of gewone verpleegkundigen een deel van het werk van ic-verpleegkundigen kunnen overnemen. Er is een tekort aan ic-verpleegkundigen, dus dat komt dan extra goed uit.”

Hoe het voelde toen artsen haar ontkoppelden van de beademingsmachine, kan Muije zich niet goed meer herinneren. Wat ze wel weet is dat ze het fijn vond om weer te kunnen praten en eten. Aan de beademing, met een slang in de keel, lukt dat niet.

“Ze moest via de tablet zeggen wat ze bedoelde”, zegt haar man. “Maar soms had ze zo weinig kracht dat ze niet eens in staat was hard genoeg op een letter te drukken. Dan gleed haar vinger van het scherm.”

“Frustrerend”, zegt Muije. “Er zijn er die gesloten vragen stellen. Dat kan je kort antwoorden. Maar sommigen hebben hele verhalen. Probeer dan maar eens antwoord te geven.”

In de kamer van Muije hangt aan de muur een foto. Ze staat er zelf op, in een zwembad. Dat zwembad, speciaal voor de ic, was een droom van Van der Hoeven. Geen enkele andere ic-afdeling in Nederland heeft er een.

“Heerlijk is het”, zegt Muije over het oefenbad. “Je wordt helemaal nat. Dat is zo lekker.”

“Mensen kunnen hier niet douchen”, vult Janssen aan. “Ze worden gewassen op bed. Hoe lekker voel je je dan als je in het water zakt?”

“Erg fijn”, antwoordt Muije.

“Dat geeft ook meer energie”, zegt Janssen. Dat is volgens haar belangrijk om te herstellen. Wie zich in zijn of haar hoofd goed voelt, gaat sneller vooruit.

Een onzichtbaar oefenbad

Janssen loopt naar de afdeling met het oefenbad, die zich al aankondigt met de typerende zwembadgeur. Het lokaal zelf lijkt op een grote doucheruimte, maar een zwembad is niet te zien, alsof het zich heeft verstopt onder de witte glanzende tegels. Dat blijkt ook precies het geval. Janssen drukt op een knop waarna een plateau naar beneden zakt. De kuil die ontstaat wordt gevuld met water. Door de op en neer bewegende bodem kunnen patiënten met brancard en beademingsapparatuur eenvoudig in het water zakken.

Het zwembad is er niet om alleen te ontspannen. De patiënten doen er oefeningen die ze buiten het water niet kunnen doen. Ze kunnen er bewegen, staan en lopen. “Belangrijker nog dan de lichamelijke oefeningen is wat er in het hoofd van de patiënt gebeurt”, zegt Van der Hoeven. “Zij voelen zich verlamd, kunnen niets. Als ze dan in het zwembad komen, kunnen ze ineens wel bewegen en staan, of zelfs lopen. Dat geeft een psychische boost aan het proces.”

Janssen: “De patiënten moeten weer vertrouwen krijgen in hun lichaam, voelen dat ze meer kunnen dan alleen in bed liggen.”

De zes bedden in Nijmegen zijn niet genoeg om alle patiënten op de ic die moeilijk van de beademing af komen te helpen. Daarom is het volgens Van der Hoeven en Janssen belangrijk dat andere ziekenhuizen ook aan de slag gaan met de kennis die in het Radboudumc is opgedaan.

Lees ook:

Harde keuzes zijn nodig om de kostenstijging in de zorg te stoppen

De kosten van de zorg stijgen, vooral die van ziekenhuizen. Dat is nadrukkelijk niet de bedoeling, zo is afgesproken tussen overheid en ziekenhuizen. Maar is die afspraak wel haalbaar? 

Waarom is een behandeling in het ene ziekenhuis duurder dan het andere?

Patiënten-in-spe hebben recht om te weten in welk ziekenhuis ze het goedkoopst uit zijn, zegt de Consumentenbond, want prijzen voor behandelingen lopen vaak honderden euro’s uiteen. En dat kan net het verschil zijn tussen een eigen risico dat slechts deels, of juist helemaal wordt opgesoupeerd. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden