Column Bert Keizer

In de geneeskunde is het niet altijd makkelijk de rite van de ratio te scheiden

Toen we elkaar nog weleens persoonlijke brieven schreven maakte ik bij het posten altijd een kruisteken met mijn duim op de brievenbus om te zorgen dat de brief goed aankwam. Ik weet niet of het geldt als rite, maar het heeft er wel iets van weg. Het mag niet bij brieven over geldzaken, want Geld is Slijk en dat kruisje mag niet ontheiligd worden. Ja, onzin allemaal, maar tegenover zaken die we niet op een rationele manier kunnen regelen, rest ons niets dan een rite.

Je zou denken dat het aantal rites afneemt naarmate we meer zaken naar believen kunnen regelen, maar zo zijn wij niet. We blijven omringd door een onbegrijpelijke wereld en waar het uitleggen en het verklaren ophoudt, daar treedt rite naar voren. Ook in onverwachte plaatsen. Zo zag ik laatst een foto van onze plaatselijke dominee waarop zij gekleed was in iets wijds en wits dat dan natuurlijk geen kazuifel mag heten, maar dat daar toch wel erg op leek. Wel grappig om te bedenken dat net nu de laatste priester zo’n beetje de laatste kaars uitblaast de dominee zich wat priesterlijker begint op te tuigen. Het zal een waterbedfenomeen zijn: als je hier iets indrukt, ontstaat er ginds een bobbel.

Wat ik zelf een aardige rite vind, is het vluchtige kruisje dat sommige voetballers slaan als ze invallend het veld betreden. Het wordt steevast gevolgd door een korte aanraking van het veld en een smekende blik ten hemel. Ik denk dan altijd: wat een aardige jongen. Maar het werkt alleen in die context: stadion, gejoel, heksenketel. Ik zou het niet doen bij binnenkomst voor een sollicitatiegesprek.

Een medische rite die, denk ik, te weinig gebruikt wordt

Een van de onbegrijpelijkste dingen op aarde is het levenloze lichaam van een dierbare. En hier ritselt het van de rites, omdat we er anders niet tegen zouden kunnen. Wat we allemaal niet doen rond een dode: wassen, aankleden, kussen, beetje opsmukken, kisten, zingen, speechen, foto’s kijken, muziek afspelen, koffie drinken, cake eten en dan gaat ze de grond in of de oven. Waarna het nog niet gedaan is. Komt nog de grafsteen of het uitstrooien. En dat alles om niet in stomme verbijstering boven het zwarte gat van iemands verdwijning te hoeven hangen.

In de geneeskunde vind je ook veel rituelen waarbij het niet altijd makkelijk is om rite van rationele maatregel te onderscheiden. En dat komt omdat rationele maatregelen hier vaak ritueel worden ingezet. Ze houden dezelfde gedaante, maar de betekenis is heel anders geworden. In veel situaties waarin verdere diagnostiek zinloos is in wetenschappelijk opzicht, gaan we er toch mee door. Je kunt geen stap zetten in het ziekenhuis of de scopieën, de echo’s, de bloedbepalingen, de scans, de MRI’s, de EEG’s, ECG’s, EMG’s en biopten vliegen je om de oren.

Mijn kruisje op de brievenbus is duidelijk zinloos, als het tenminste bedoeld is om postverzending goed te laten verlopen. Maar diagnostiek in het ziekenhuis is niet zo makkelijk te ontzenuwen als ritueel. Het is nog verwarrender als je bedenkt dat het soms voor de dokter een rite is (dan doet ze toch iets in het zicht van onhoudbare ellende), maar niet voor de zieke. Vergeet niet dat ook de dokter troost nodig heeft. Ik hoorde laatst hoe een doodzieke man zijn specialist vertelde dat zijn euthanasie (bij een andere arts) definitief geregeld was. Waarop de specialist doorging met het bespreken van de bloeduitslagen. Wat het zwaarst is, moet het zwaarst wegen. En soms is de diagnostische rondedans zowel voor de arts als voor de patiënt lonend als een vorm van kaarsenbranderij. Rond de ziekte van Alzheimer bijvoorbeeld is een compleet diagnostisch circus in de weer waar niets uit komt behalve de mededeling dat je het hebt. En bij het volgende polibezoek hoor je dat het nog steeds hebt, maar erger. Dat helpt niet, maar je blijft er kalm bij.

Tenslotte een medische rite die, denk ik, te weinig gebruikt wordt. Ook, of juist, bij iemand die dodelijk ziek is heeft het zin om een nauwgezet lichamelijk onderzoek te doen. Het moet niet lastig zijn natuurlijk, maar een rustige vorm van fysieke aandacht voor het lichaam dat de zieke als vervreemdend of misschien angstwekkend ervaart. Het kan als een weldaad ervaren worden.

Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden