null Beeld
Beeld

ColumnBert Keizer

Ik geloof niks van die universele mensenliefde. Racistisch zijn we allemaal, een beetje

Racistisch zijn we allemaal, een beetje. Nou ja, bijna allemaal. U niet hoor, geen zorgen daarover. In de memoires van Annie Romein-Verschoor las ik een voorbeeld van vals non-racisme. Ze vertelde over haar jaren in Indië/Indonesië. Als men hoorde dat er een ernstig ongeluk was gebeurd ergens dan was de reactie van de blanken steevast: ‘Waren er Nederlanders bij?’

Dat vond Annie heel erg lelijk, want mensen waren immers mensen, of het nou Indiërs waren of Nederlanders. ‘Indiërs’? Kan dat wel? Zitten we hier niet in de buurt van ‘negers’? Je kunt in dit gebied je kont niet keren of je zit ergens tegenaan of staat bovenop iemands achillespees. ‘Blanken’ mag wel, ook ‘witten’ of ‘bleekscheten’, kan allemaal. ‘Donkeren’ is nu min of meer gangbaar, maar dit is een moeras waarin de droge plekken bijna maandelijks ergens anders liggen. Wat ‘kleurlingen’ betreft weet ik het eigenlijk niet, kan dat woord nog? Of net niet meer?

Ik geloof inmiddels niks van die universele mensenliefde van Annie Romein-Verschoor. Ik heb zelf een tijdje als arts in Kenia gewerkt en bij de daar niet zo zeldzame ellendige verkeersongelukken was onze eerste vraag inderdaad: ‘Waren er Nederlanders bij?’ Ja, erg hè?

Nadine Gordimer, Zuid-Afrika’s Nobelprijswinnende schrijfster, anti-apartheid-activiste, vertelde eens dat ze zichzelf beschouwde als volstrekt onracistisch. Totdat ze op een dag een vliegtuig instapte en hoorde dat de piloot een zwarte man was. Waarop ze dacht: ‘O jee, nee toch?’ Waarin haar niet eens zo diep verborgen vooroordeel dwars door alle politieke engagement heen naar buiten schoot.

Ja, het is zielig, maar wel precies wat ik dacht

Ik belandde zelf ook eens in deze geheel verkeerde vorm van verbazing toen ik voorgesteld werd aan collega X, neurochirurg in een Nederlands ziekenhuis en afkomstig uit Irak. Irak? Hoe kun je uit een dergelijke regio vol zand, suicide-bombers, Saddams, sluiers en godsdienstoorlogen tevoorschijn komen als een neurochirurg? Ja, het is zielig, maar wel precies wat ik dacht.

In 1965 verliet ik mijn geboortestad Amersfoort. Een jaar of tien later liep ik op een zomerdag op de markt op de Hof bij de St. Joriskerk. In de deuropening van een van de cafés waar keiharde muziek naar buiten golfde, stond een Surinaamse man onnodig aantrekkelijk te dansen. En ik dacht niet: ‘Mooi werk, Amersfoort eindelijk ook aangekomen in de 20ste eeuw’, nee, ik dacht: ‘Wat doet hij hier op mijn markt?’ De menselijke natuur.

Dat uitsluiten is trouwens wel een hobby die erg diep in de genen zit. Wij hebben twee kippen en daar kwamen twee nieuwe bij. De toeren die ik heb moeten uithalen om te zorgen dat de nieuwe ook eten kregen en een plekje om te slapen. Ik had te doen met die nieuwe en kreeg bijna de pest aan de twee oudjes. Bijna hoor.

Bij een Afrikaan in priestergewaad schaamde ik me

In Afrika stuitte ik op weer een heel andere racistische variant in mijzelf. Ik kwam daar blanke priesters tegen bij wie ik dacht: jij bent oud en wijs genoeg, maar snappen doe ik het niet. Ik beschouwde hun priesterschap als iets dat ze zichzelf hadden aangedaan. Maar bij een Afrikaan in priestergewaad schaamde ik me. Omdat ik dacht: hoe kunnen we deze weerloze mannen zoiets aandoen? Let op dat ‘we’. Schieten op een gekooide vogel. Ik meende echt dat zij geen verweer hadden tegen het katholicisme, zoals een kind zich niet kan verweren tegen een gewelddadige vader.

Hoe hardnekkig dat uitsluiten is, zie je onder andere in de geschiedenis van het christendom. De vermeende stichter was hartstikke inclusief. Kinderen, tollenaars, Samaritanen, Romeinen, vrouwen die zogenaamd niet deugden, ze mochten allemaal binnen wat hem betreft. Ik geloof dat Jezus zelfs makelaars zou accepteren.

En zijn volgelingen? De grondigheid waarmee zij eeuw in, eeuw uit bezig waren en nog altijd zijn om allerlei mensen buiten te sluiten, is bijna niet te geloven. De leukste illustratie van dit gretige uitsluiten komt van de jood die als schipbreukeling alleen op een eiland eindigt. Na vele jaren wordt hij gered door een langsvarend schip. De kapitein vraagt hem: ‘Waarom hebt u eigenlijk twee synagogen gebouwd, eentje zou toch voldoende moeten zijn?’ Waarop de jood het uitlegde: ‘Kijk, deze hier, dat is mijn sjoel… maar die andere daarginds? Daar zie je me nooit!’

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden