Beeld Trouw

Column Bert Keizer

Huisdieren zeuren nooit over de zin van het leven

Bij ‘Buitenhof’ vertelde Fokke Obbema hoe zijn leven door zijn vrouw gered werd. Hij lag naast haar, ze wordt wakker door een merkwaardig snurkerige ademhaling, ze denkt aan een hartstilstand, belt 112 en begint te reanimeren. Het loopt allemaal goed af, want hij zat daar zonder een spoor van hersenschade. Het was een angstig avontuur en het bracht hem ook een beetje tot inkeer. Als het leven je bijna uit handen werd genomen is dat een mooie aanleiding om op zoek te gaan naar wat het eigenlijk is, het leven, wat de zin ervan is.

De vraag is ons allemaal bekend. Het was ook de reden dat ik filosofie ben gaan studeren. Waarbij ik altijd dacht (en nog steeds denk eigenlijk): waarom studeert niet iedereen filosofie? Wat opvalt rond de zin-vraag is dat niemand ermee zit als alles goed gaat. Bij voorspoed vragen we nooit: wat is de zin hiervan? Waarom valt het mij toe?

Nou, bij een eerbetoon willen mensen wel graag zeggen: waar heb ik het aan verdiend? Maar dat is een vreugdekreet vermomd als vraag. Bij tegenslag vraag je je meteen af of dit niet anders kan. We hebben het over groot onheil in de vorm van een invaliderende ziekte of een te vroeg overlijden. Of iets veelomvattender, laten we het maar gewoon hebben over het hele bestaan als mens. Wat is daar de zin van, want het eindigt in de dood?

Vagevuur

Vroeger eindigde het, bij wind mee, in de hemel. Voor katholieken vrijwel altijd. Ik dacht nooit aan de hel. En die onvermijdelijke tussenstop in het vagevuur was zo erg niet. Het was daar erg vaag allemaal, geen duidelijke hitte bijvoorbeeld. Voor protestanten lag dat anders, maar ik weet daar te weinig van en waag me niet in een theologisch mijnenveld.

Dit eeuwigheidsperspectief is goeddeels weg uit ons denken en voelen, hetgeen betekent dat we vragen naar de zin van alle ellende niet meer in dit schema kunnen inpassen. Het is niet langer zo dat we hier getreiterd worden ter uitboeting van de erfzonde. Mooi, zijn we daar van af. Maar inmiddels gaat het treiteren gewoon door, nu dan zonder erfzonde. Kreeg je vroeger op je lazer omdat je niet deugde, tegenwoordig wordt ellende zomaar bij je afgeleverd. Overigens denk ik niet dat mensen in godsdienstigere tijden, die duidelijker in een tekening met mooi verdwijnpunt leefden, nou zoveel gelukkiger waren dan wij die ‘kosmisch’ zo’n beetje rondstruikelen in een vooral onbegrijpelijke ruimte.

Schroevendraaier

Ik denk dat een vraag naar de zin of het zinloze hiervan een misverstand is. Ons leven is geen stuk gereedschap waarmee je iets maakt. Ik kom hierop omdat gereedschap altijd ergens voor is. Hamer, schroevendraaier, boor, zaag, die hebben zin, ze zijn ergens voor. Je kunt ermee timmeren, schroeven indraaien, gaatjes maken, een plank afzagen. Maar je kunt ‘een mensenleven’ niet beschouwen als iets dat ergens toe dient. Daarom is het even onzinnig om te zeggen dat het leven zin heeft als de mededeling dat het geen zin heeft. ‘Zin’ past niet op ‘een mensenleven’ zoals ‘hamer’ niet past op ‘afwassen’.

Van wetenschap hebben we niets te verwachten als we het noodlot willen bevragen. Wetenschap kan u wel ver­tellen met welke snelheid een kogel op u afkomt, maar niet waarom de schutter u dit aandoet. Wetenschap kan vrij goed verklaren hoe longkanker ontstaat, maar niet waarom het u moest treffen. Aan de mensen die zeggen ‘jawel hoor, dat kwam doordat ze rookten’, zou ik willen vragen uit te leggen waarom de meeste rokers géén longkanker krijgen.

Ten slotte een blik om ons heen: hebben dieren het eigenlijk makkelijker? In de natuur zeer beslist niet. Het is eten en gegeten worden, overal, ook onder planten. Steeds maar vechten om een plekje. Jezus had ongelijk toen hij wees op de vogelen des velds als een onbekommerd troepje. Nee, het kost elk dier de grootste moeite om overeind te blijven. Ook voor hen geldt de paradijsvloek. Huisdieren vormen hierop een uitzondering. Ik denk dat de gemiddelde Nederlandse hond of kat in veel opzichten is teruggeknuffeld naar de Hof van Eden, juist omdat de knuffelaars ze weghouden uit de darwinistische jungle. Ze zeuren dan ook nooit over de zin van het leven.

Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden