ColumnBert Keizer

Hoe weten wij zo zeker dat ­bomen geen emoties kennen?

null Beeld

In de paaseditie van Trouw kwam onder het motto ‘Leven voor de tuin’ een aantal kenners aan het woord over planten. Ik genoot vooral van Nicolien Mizee, die een bewonderenswaardige manier van schrijven heeft. Als je haar leest, loop je een stukje met haar op. Het is altijd een leuke ontmoeting, fris, grappig en vol van een soort naïviteit die veel dieper gaat dan de gewilde scherpte van een filosofisch bedoelde analyse. Wat mij opviel in alle liefde, waardering en bewondering voor planten en bloemen is dat niemand denkt dat planten iets mee­maken. Mizee schrijft: “Deze week zijn we bijna 12,5 jaar samen, de blauwe bessenstruiken en ik. Dat is leuk en aardig, maar als ze deze herfst weer geen bessen geven, gaan ze naar de composthoop.” Het is maar goed dat planten niet bewust zijn, want je zal toch een falende bessenstruik zijn die dit moet aanhoren. Composthoop, in de herfst!

De Duitse boswachter Peter Wohlleben schreef in 2018 een boek onder de titel Het verborgen leven van bomen. Ik heb het niet gelezen ­wegens dit soort teksten rond het boek: “Bomen communiceren met elkaar. Bomen die niet alleen liefdevol voor hun nageslacht zorgen, maar ook voor hun oude en zieke ­buren. Bomen met emoties, gevoelens en een geheugen. Moeilijk te geloven? Misschien, maar het is waar!”

Hoe weten wij zo zeker dat ­bomen geen emoties kennen?

Wohlleben zal dit zelf over zich afgeroepen hebben. Dat is jammer, want al deugt zijn toon niet, biologen verzekeren mij dat hij een pakkende beschrijving geeft van een ­onderaards netwerk van schimmeldraden dat vele boomwortels verbindt in een soms zeer uitgebreid ­gebied. Hij beschrijft een uitermate subtiel ecologisch systeem dat de meesten van ons ontgaat en dat zich niet zo makkelijk ontwikkelt in een aangeplant bos. Er is veel meer tijd voor nodig dan percelen gegund wordt waar regelmatig houtkap plaatsvindt.

Hoe weten wij zo zeker dat ­bomen geen emoties kennen en dus ook niet kunnen zorgen voor een zieke buurman? Filosofen, daar heb je ze, maken zich al eeuwen zorgen over wat dat nou precies in ons is: geestelijk leven. We hebben het heel geleidelijk uit de wereld om ons heen verwijderd. We geloven niet meer dat de zon, een hagelbui, een bergrug of een sterrenhemel vol ­bedoelingen zit jegens ons, dat wil zeggen: een geestelijk leven heeft. Ook planten hebben we van dit even lastige als kostbare bezit beroofd.

Dit ontgeesten van de wereld bereikte een dieptepunt in de 17de eeuw, toen filosofen dachten dat alleen de mens geestelijk leven kende. Als uw hond jankt omdat u op zijn staart trapt, zei men, dan is dat precies hetzelfde als wanneer je lucht blaast in een orgelpijp. Daar komt ook geluid uit, maar hij voelt niks.

Gemieter

Daar zijn we gelukkig van teruggekomen en we denken nu dat geestelijk leven (denken, voelen, herinneren, proeven, horen, zien etc.) een aspect is dat alle dieren met ons delen. Alle dieren tenminste, die over hersenen en een zenuwstelsel beschikken. En nu begint het gemieter, want bij welk dier houdt het op, dit geestelijke leven? En gaat het lampje met een floep uit, of verzwakt het schijnsel? Verzwakken kan niet, je bent bewust of je bent het niet. We gaan de evolutionaire ladder af: alle zoogdieren zijn bewust. En vissen dan? Vissen ook. Zo bezien is bewustzijn aanwezig in dieren die beweeglijk zijn. Dat wil zeggen: dieren die via zintuigen, zenuwen en hersenen snel op hun omgeving moeten kunnen reageren. En insecten dan? Vliegen zijn vlugger dan wij. Oesters, die bewegen niet en hebben dus geen geestelijk leven?

Gaat eigenlijk niet elke dierlijke of plantaardige reactie op de omgeving gepaard met geestelijk leven? Niet altijd de zoogdier- of insectvariant, want die moeten snel kunnen weg springen. Maar waarom zouden bomen die elkaar via schimmeldraden tussen hun wortels de nodige mineralen toeschuiven geen geestelijk ­leven hebben? Wohlleben probeert zich voor te stellen hoe dat geestelijk leven er uit zou zien en hij komt uit bij onze variant. Dat lijkt mij onzin. Ik denk niet dat een boom somber wordt als de boswachter hem met de bekende witte verfstip aanmerkt als ‘deze omzagen in de herfst’. Maar de vraag welke organismen wij op grond waarvan, een geestelijk leven toekennen is daarmee niet weg.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden