InterviewPsycholoog Anita Hubner

‘Het stigma op psychische problemen is nog steeds een groot probleem’

Psycholoog Anita Hubner: “Met mijn boek wil ik echt iets doen aan de beeldvorming dat mensen met een psychische aandoening gevaarlijk zouden zijn of niet zouden kunnen functioneren”.  Beeld Maartje Geels
Psycholoog Anita Hubner: “Met mijn boek wil ik echt iets doen aan de beeldvorming dat mensen met een psychische aandoening gevaarlijk zouden zijn of niet zouden kunnen functioneren”.Beeld Maartje Geels

Dat Meghan niet durfde te praten over haar suïcidaliteit, geeft aan hoe hardnekkig het stigma op psychische klachten is, zegt psycholoog Anita Hubner. Zij schreef een boek over het dilemma: vertel ik het wel of niet?

Lange tijd dacht Anita Hubner dat het in hoofdletters op haar voorhoofd geschreven stond: ik heb een psychose gehad. Dat, hoewel ze hersteld was, mensen tóch aan haar konden zien dat ze niet helemaal ‘normaal’ was. Zelf kreeg ze als twintiger, na haar eerste psychose, van een psychiater te horen dat ze nooit meer kon werken of studeren.

Dat dieptepunt in haar leven markeert ze nu als een belangrijke stap naar herstel: ze besloot niet naar hem te luisteren. Inmiddels is ze psycholoog en ligt deze week haar eerste boek in de schappen, waarmee ze terugslaat: Vertel ik het wel of vertel ik het niet. Het gaat namelijk over stigma’s als: je kunt niet meer werken als je een psychische stoornis hebt.

Terwijl Meghan twee jaar geleden nog campagne voerde voor het bespreekbaar maken van psychische klachten, vertelde ze in het interview met Oprah dat het lang duurde voordat ze over haar suïcidaliteit durfde te praten. Wat zegt dat u?

“Ze begaf zich in een kring waar het moeilijk was om haar klachten bespreekbaar te maken. Breder denk ik dat het stigma op psychische problemen een groot probleem is, en dat ook Meghan daar last van heeft gehad. De gedachte: wat zullen mensen wel niet van mij denken? Ja, er zijn campagnes, maar de vooroordelen over mensen met een psychische aandoening zijn hardnekkig. Met mijn boek wil ik echt iets doen aan de beeldvorming dat mensen met een psychische aandoening gevaarlijk zouden zijn of niet zouden kunnen functioneren. Mede daardoor worden zij vaker ontslagen en afgewezen bij sollicitaties en is het voor meer dan de helft, blijkt uit onderzoek van het Trimbosinstituut, moeilijk om een relatie aan te gaan. Als je naar de cijfers kijkt, zijn er maar weinig gevaarlijke mensen – 1300 tbs’ers – in verhouding tot zeer kwetsbare patiënten – 281.000 – en de rest van de Nederlanders die ooit een psychische aandoening krijgt en daarvan goed herstelt: 43 procent. Maar toch wordt er gegeneraliseerd.”

Hoe beïnvloedt het stigma de mate van openheid van mensen over hun aandoening?

“Dat hangt af van hoeverre een persoon de stigma’s internaliseert. Zelfstigma heet dat. Dat kan er soms voor zorgen dat mensen helemaal niets meer durven te ondernemen, uit angst niet goed genoeg te zijn. Nu mijn man en ik beide thuiswerken, hij veertig uur en ik de helft, zie ik hoe hij zit te knallen en ik om vier uur al aftaai. Ik voel mij een nietsnut en denk regelmatig: ik stel niets voor. Ik internaliseer dan het stigma dat ik niet volwaardig ben omdat ik niet zoals anderen fulltime werk. Dat laat zien hoe hardnekkig zelfstigma kan zijn. Gelukkig kan mijn man het mij wel weer uit mijn hoofd praten.”

Over uw man gesproken, hoe heeft u het hem verteld?

“Hij was natuurlijk de ware, we zijn vorig jaar getrouwd. Laat ik het zo zeggen: ik had heel snel het gevoel: dit kan serieus zijn. En zo’n wezenlijk onderdeel van mij kan ik niet lang verbergen, al is het maar omdat ik elke avond medicatie slik. Ik was wel bang dat hij op me zou afknappen. Dus ik heb eerst, voorzichtig, gevraagd: ‘Hoe sta je tegenover mensen met een psychische aandoening?’ Toen hij daar positief op antwoordde, durfde ik mijn eigen verhaal te vertellen. Dat was de tweede date al. Bij eerdere dates vertelde ik het gemiddeld op de vijfde, en alleen als ik dacht dat het misschien serieus kon worden. Er is geen goed of fout in wanneer je het vertelt op je werk of in een relatie: het is vooral belangrijk dat je zelf de regie houdt en een goede afweging maakt. Je hoeft natuurlijk ook niet gelijk je hele verhaal op tafel te gooien. Doseer het, dat is sowieso mijn advies.”

Er zijn op dit moment waarschijnlijk best veel werknemers die door de coronacrisis mentale klachten ontwikkeld hebben. Wat zou u hen aanraden: wel of niet vertellen?

“Ik zou zeggen: wacht niet tot het niet meer gaat, maar zeg op tijd tegen je leidinggevende dat je samen wilt zoeken naar een oplossing. Je kunt zo’n gesprek beginnen met: ‘Veel mensen hebben er last van, en mij speelt het nu ook parten.’ Daarvoor moet je je natuurlijk wel veilig voelen bij je werkgever. Als dat niet zo is, zijn er altijd arboartsen die je preventief kunt raadplegen, of je kunt een collega in vertrouwen nemen.”

En hoe pakt u het aan bij een sollicitatiegesprek?

“Uit onderzoek blijkt helaas dat je werkgevers en hr-medewerkers afschrikt als je gelijk over je aandoening vertelt. Zij vertalen dat direct naar: hoger risico op uitval, minder competent, enzovoorts. Daarom zou ik zeggen: kijk goed naar de timing. Als je in een eerste gesprek zegt dat je een bipolaire stoornis hebt, dan laat je een bom vallen. Dat kan mensen enorm afschrikken. Als je het al vertelt, leg dan goed uit waarom, bijvoorbeeld omdat je werkaanpassingen wil bespreken.”

Lees ook:

Zo beleven psychiatrische patiënten de ‘separeer’

Anita Hubner vertelde eerder in Trouw over haar tijd in de isoleercel. “Ik heb veel gelegen, maar ook geijsbeerd. Alles liep door elkaar in mijn hoofd, alsof ik in een absurde film was beland.” Ook sprak zij een monoloog in, waarin ze haar verblijf in de isoleercel reconstrueert en terugkruipt in haar gedachtewereld van toen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden