Beeld Trouw

ColumnBert Keizer

Het raadsel van onze menswording uit een dier: is het zoiets als wakker worden uit een diepe slaap?

Zullen we eens iets anders doen dan corona? Het virus vertelt ons veel over waar we in zijn beland, maar niets over waar we vandaan ­komen. In de negentiende eeuw was er een aanzienlijke onverschrokkenheid voor nodig om grondig terug te blikken op de menselijke geschiedenis. Niet als het ging om de voorafgaande eeuwen: over de Middeleeuwers, de ­Romeinen, de Grieken, de Egyptenaren, de Mesopotamiërs kon je vrijelijk denken en schrijven. Maar wie veel verder wilde terugblikken, stuitte onherroepelijk op de Hof van Eden of vergelijkbare toestanden waar je niet aan mocht komen maar waar je ook niet veel wijzer van werd. Darwin maakte daar een eind aan, zij het met gemengde gevoelens. Hij wist dat zijn gelovige vrouw verdriet zou hebben van zijn leer. Darwin was een zachtmoedige geest.

Tegenwoordig lopen we rustig rond in de verre regionen waar we denken dat de mens een keer wakker werd. De menswording uit het dier blijft daarbij onopgehelderd. De meeste mensen denken dat wij wezenlijk ­anders zijn dan dieren. Dat wil zeggen: het verschil tussen ons en dieren ­bestaat niet daarin dat een dier kleine hoeveelheden bezit van geestelijke vermogens die bij ons rijkelijk aanwezig zijn. 

Mijn kippen zeggen nooit: ‘Waarom is er zoveel leed op aarde?’

Vogelzang is geen primitieve muziek. De fantastische nestbouw van sommige vogels is geen eerste aanzet tot architectuur. Ingewikkelde paringsrituelen zijn geen rituelen. De manier waarop sommige dieren gereedschappen gebruiken bergt niet de geboorte van technologie in zich. Een chimpansee doet er een paar jaar over om te leren hoe je een noot met een steen kunt openbreken. Dat is des te vreemder als je kijkt naar hun perfecte oog-handcoördinatie als ze zich in geboomte bewegen. Als je ze bezig ziet met die steen lijkt het, ook bij de gevorderden, een kwestie van lukraak bonken. 

Er ontbreekt iets. Taal moet hier ook genoemd worden. Ik heb twee kippen die de hele dag over het erf scharrelen, altijd bij elkaar in de buurt en vrijwel de hele dag in gesprek. Ze zeggen dingen als: ‘Ik ben hier’, ‘Kom jij ook?’, ‘Waar ben je nou?’, ‘Daar heb je die vent met het eten’. Maar ze zeggen nooit iets in de trant van: ‘Wat is de zin van dit alles? Waarom is er zoveel leed op aarde?’

Het is verleidelijk om de metafoor van ‘ontwaken’ te gebruiken voor de ­beschrijving van het verschil tussen een dier en een mens. Niet dat we denken dat dieren bewusteloos zijn, integendeel. We vinden dat dieren pijn kunnen lijden, vrolijk zijn, speels, verdrietig enz., maar de mens lijkt een tweede ontwaken te hebben doorgemaakt hetgeen zich toont in ons tobben, onze poëzie, vliegtuigen, oorlogen, schilderijen, computers, onze bruidstaarten. Peter Godfrey-Smith in zijn boek ‘Other Minds, the Octopus and the evolution of intelligent life’, zegt het zo: ‘Subjectieve ervaring is geen alles-of-nietskwestie. Wij worden halfbewust wakker uit onze slaap. Evolutie is een veel trager verlopend ontwaken.’

Wakker worden uit een  diepe slaap

Proust beschrijft zijn wakker worden uit een diepe slaap als volgt: ‘… niet wetende waar ik was, kon ik aanvankelijk ook niet weten wie ik was; ik bezat slechts een vaag gevoel van bestaan, ­zoals dat wellicht sluimert of flakkert in de diepte van een dierlijk bewustzijn; ik had nog minder menselijke eigenschappen dan een holbewoner; maar dan kwam de herinnering terug, niet aan de plek waar ik was, maar aan verschillende andere plekken waar ik ­gewoond had, en waar ik nu mogelijk kon zijn, de herinnering die als een touw uit de ­hemel werd neergelaten om mij omhoog te halen uit de afgrond van het niet-zijn vanwaar ik nooit op eigen kracht had kunnen ontsnappen:  in een flits reisde ik door eeuwen beschaving en uit een half geziene stoet van olielampen gevolgd door ouderwetse overhemdboorden voegde ik stukje bij beetje de verschillende delen van mijn ego weer tezamen.’

Een prachtige beschrijving van de geleidelijkheid waarmee je je dag binnenglijdt. Jammer voor mijn vraagstelling is dat hier holenmens, dier en een twintigste-eeuwer dooreenwarrelen. Het beeld is evenwel prachtig en de vraag blijft waarvandaan wie of wat dat touw heeft neergelaten in de diepte van een dierlijk bewustzijn zodat ‘wij’ er uit konden klimmen.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden