null Beeld Trouw
Beeld Trouw

ColumnBert Keizer

Het probleem van voltooid leven is nog niet opgelost

Bert Keizer

De Raad van State beschouwt het wetsvoorstel Voltooid Leven van Pia Dijkstra als dermate ondeugdelijk dat de Tweede Kamer er niet eens over hoeft te beginnen. Een belangrijk punt van bezwaar is dat het niet altijd valt aan te tonen dat een 75-plusser die zegt dood te willen ook echt dood wil.

Waar hebben we het over? Er zijn mensen boven de 75 die, hoewel redelijk goed van lijf en leden, toch dood willen. Je bent 95, je man, je vrouw, je broers en zussen, je vrienden, je ouwe buurtjes, je collega’s, ze zijn allemaal dood. Alles wat jij ooit dapper, fatsoenlijk, gewaagd, geil of modern vond, is voorbij. Je bent uitgereisd. Je kinderen zijn lief maar wonen in andere steden, andere landen zelfs. Je kleinkinderen zijn alweer aan kinderen toe. Weer een generatie, zucht. Je hebt je favoriete schrijvers echt allemaal herlezen. Er valt niks meer te klussen of te tuinieren. En nu maar rustig afwachten totdat de instorting begint? Nee, nu rustig afscheid nemen en je ogen sluiten.

Opwelling

Klinkt aannemelijk, maar hoe regel je dit? Dijkstra’s wetsvoorstel is een kopie van de euthanasiewet. Het gaat zo: de man of vrouw die ik boven beschrijf zoekt contact met een levenseindebegeleider. Die komt op bezoek om te kijken of uw leven voltooid is en of u echt dood wilt. Vervolgens moet u twee maanden wachten om te voorkomen dat uw levenseinde in een opwelling wordt geregeld. Na die twee maanden komt er een tweede levenseindebegeleider om te checken of u en de eerste het allemaal goed zien.

Voor de slotakte haalt de levenseindebegeleider de dodelijke medicatie bij de apotheek. U besluit wie u in uw laatste uur bij u wilt hebben. De levenseindebegeleider is er in elk geval bij. Die zorgt voor een rapportage die beoordeeld wordt door een toetsingscommissie. De toetsingscommissie bij reguliere euthanasie bestaat uit een jurist, een ethicus en een arts. In geval van voltooid leven wordt de arts vervangen door een, daar heb je ‘m weer, levenseindebegeleider.

Doodswens waar iets anders achter zit

De levenseindebegeleider speelt een hoofdrol in deze wet. Het is een veelzijdige functionaris. Hij kan echte doodswensen onderscheiden van doodswensen waar iets anders achter zit, een psychiatrische ziekte bijvoorbeeld. Hij heeft kennis van andere mogelijkheden om lijden te verlichten. Hij heeft de bevoegdheid om dodelijke medicijnen bij de apotheek op te halen. Eigenlijk een soort arts. Au, zeg dat nou niet, want de dokters moeten er juist uit. Dit hele wetsvoorstel beoogt immers een route naar de dood te regelen waarop je gelukkig niet met een dwarsliggende arts te maken krijgt.

Wat de opleiding tot levenseindebegeleider gaat inhouden, is volstrekt onduidelijk. Ook de vraag hoe de levenseindebegeleider aan de dodelijke medicatie komt, is onopgelost. Een naar mijn inschatting minder belangrijke zorg is: wat te doen als het fout gaat? De man of vrouw waar het om gaat begint te braken. Of overlijdt helemaal niet. Men is dan altijd bang voor een soort half-overlijden waar je hersenbeschadigd uit komt. Het is wel akelig als je wakker wordt na de finaal bedoelde dosis barbituraten, maar je hersenen worden er niet door beschadigd.

Grijs gebied

Er is ook een aspect dat ik niet goed kan inschatten. Reguliere euthanasie is onder andere mogelijk bij een stapeling van ouderdomsklachten. Als de boven beschreven 95-jarige slecht ziet, niet goed meer hoort, incontinent is van urine, bovendien kortademig is, een pijnlijke versleten heup heeft, last heeft van duizeligheidsklachten en daardoor al een paar keer lelijk is gevallen, dan schuift ze op naar de categorie ‘stapeling ouderdomsklachten’. U begrijpt dat dit een uitermate grijs gebied is. De ene arts stapelt makkelijker dan de andere.

Bij een lastige arts zal de euthanasievrager zeggen: ‘Nou, dan ga ik toch naar de levenseindebegeleider?’ Dit ‘lek’ kan zich makkelijk uitbreiden naar alle andere categorieën, zodat de Wet Voltooid Leven de doodsteek wordt voor de euthanasiewet. De levenseindebegeleider krijgt het dan heel erg druk.

Zo ver zal het niet komen. Het is niet alleen de Raad van State die het wetsvoorstel ondeugdelijk vindt. Waarmee echter het probleem van Voltooid Leven niet is opgelost. Want er is echt een probleem, en deze eerste poging kan misschien de aanzet zijn om met een beter voorstel te komen.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden