Column Bert Keizer

Het nocebo-effect van de rekening op de patiënt

Bas & Bos schreven er ook al over, de ‘YES ik ben!’-uitzending over het placebo-effect. Stine Jensen probeerde daarin iets steekhoudends te zeggen over positief denken. Het begon nogal woest met een dienst van The Church of Advanced Anointing in Hollywood. Kerk voor de Betere Zalving, zeg maar. De voorgangster straalde een welhaast giftige positiviteit uit waar ik erg neerslachtig van zou worden. Deze vrouw dacht dat je alle ziektes, ook hiv en kanker, met de kracht van het positieve denken, voortgestuwd door Jezus natuurlijk, kunt genezen.

In de rest van de uitzending loopt Jensen rustig weg van deze schrille start om via Eric Vance bij de onverbeterlijke Barbara Ehrenreich te eindigen. Het was perfect opgebouwd. Ik genoot het meest van Eric Vance in zijn uiteenzetting over placebo. Hij wees erop hoeveel je als patiënt meeneemt uit de ontmoeting met de arts. En dan hebben we het niet over de chemische samenstelling van medicatie, maar over haar kleding, haar geur, de witte jas, hoe vaak ze op het computerscherm kijkt, of ze aan direct oogcontact doet, zich voorstelt bij haar voornaam et cetera. 

Duidelijke zweetlucht

Want als ze opzichtig is opgemaakt, in een rafelig T-shirt, vunzige jeans, leren jack achteloos over de schouder geslagen, duidelijke zweetlucht verspreidend en met een joint bungelend tussen haar lippen tegen u zegt: ‘Ik ben Batenburg, wat is uw probleem?’, dan zult u waarschijnlijk zeggen: ‘Eigenlijk, mevrouw Batenburg, voel ik me een stuk beter’, en maken dat u wegkomt.

Jensen ging voorbij aan de filosofische problematiek die placebo in zich bergt, maar zij wees keer op keer op de essentiële beperking van het effect. Het werkt alleen bij toestanden die beïnvloedbaar zijn door stoffen die in de hersenen geproduceerd kunnen worden. Dus niet bij een botbreuk, kanker, ernstige infecties, diabetes enzovoorts. Soms wel bij allerlei pijnsyndromen, Parkinson, duizeligheid, angst, depressie – met de nadruk op ‘soms’.

Nocebo

Er bestaat ook zoiets als nocebo, dat wil zeggen: een vermijdbaar kwalijk effect op de patiënt door een slechte bejegening. Het sprekendste voorbeeld is de arts die een kind wil onderzoeken en het daarvoor uit de armen van moeder losmaakt. Ja, dan begint het kind meteen keihard te brullen in de toch al angstwekkende omgeving van de spreekkamer. Er zijn duizenden varianten op dit ‘losmaken uit moeders armen’ waardoor je ook bij volwassenen angst veroorzaakt die beslist niet helpt.

Er is één vorm van nocebo die wij artsen zeer zorgvuldig weten te vermijden: het onttoverende afrekenen na geleverde dienst. In de horeca heel gewoon. In de gezondheidszorg komt het niet voor. U hebt geen idee hoeveel we precies betaald krijgen voor ons werk. Elke dokter kijkt alsof ze het helemaal alleen voor u doet en er zelf niet veel wijzer van wordt. Hetgeen onjuist is, want ze wordt ervoor betaald, overbetaald zelfs, al zal niemand dat begrip goed weten te duiden. In onze gezondheidszorg gaat er tussen arts en patiënt nooit één cent over tafel. Ik zeg niet dat een manipulerende cynicus die het gevoel van machteloosheid in patiënten wil aanwakkeren dit systeem bedacht heeft, maar die indruk krijg je wel.

Rekening sturen

Hoe goed het werkt blijkt als er een keer wél afgerekend moet worden. Collega H. was niet zo lang geleden als SCEN-arts in consult bij een euthanasieverzoek. De man in kwestie was niet verzekerd, maar wel erg rijk, en dus moest hij maar gewoon een rekening sturen. H. vond dat enigszins ontluisterend. Het tarief is 402,66 euro. ‘Zit ik daar een uur lang mee te deinen op de golven van ellende die zo’n man omspoelen (H. leest veel Tachtigers) en dan moet ik daar na afloop ineens een rekening over sturen?’

Het idiote is dat je zo’n rekening makkelijk naar de Zorgverzekeraar stuurt. Daar hebben ze immers een enorme bak met geld en merken ze niks van dit schepje uit de voorraad. Maar om nou zo’n rekening naar de (binnenkort stervende) patiënt te sturen. Ik stelde voor het geld aan Amnesty te schenken. “Ja, maar dat weet die man dan toch niet?” Hij wil niet als een softy overkomen, maar ook niet als een geldwolf. Vandaar het huidige systeem.

Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden